Maart: How To be An Antiracist (Ibram X Kendi)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een Afrikaans jaar“.)

Vroeger was er op tv dit spotje voor Heinz ketchup, waarbij een koppel aangeeft dat ze maar één soort ketchup kennen, namelijk de tomatenketchup van Heinz. Als kind begreep ik die spot niet, want ik dacht oprecht dat er maar één soort was. Ik herinner me nog steeds het moment waarop ik in de supermarkt opeens ketchup van andere merken ontdekte.

Dat gevoel van een blikveld dat opengetrokken wordt, kreeg ik tijdens het lezen van dit boek. Wij denken misschien dat we weten wat racisme is, maar er is zo ontzettend veel kennis en nuance die wij over dit onderwerp missen. Alleen al de titels van de hoofdstukken laten zien dat er meer is dan WHITE en BLACK:

DEFINITIONS – DUELING CONSCIOUSNESS – POWER – BIOLOGY – ETHNICITY – BODY – CULTURE – BEHAVIOUR – COLOR – WHITE – BLACK – CLASS – SPACE – GENDER – SEXUALITY – FAILURE – SUCCESS – SURVIVAL

Elk hoofdstuk behandelt een aspect van racisme en wordt gelinkt aan een fase in het levensverhaal van de schrijver, waarbij op chronologische wijze zijn eigen bewustwordingsproces wordt verhaald. Op die manier koppelt Kendu de theorie aan de praktijk, wat voor een goede afwisseling zorgt tussen abstracte diepgang en concrete inleving.

Er staan zoveel nuttige inzichten in dat ik maar bleef onderlijnen. Maar het basisinzicht is dit:

“My research kept pointing me to the same answer: The source of racist ideas was not ignorance and hate, but self-interest.”

Kendu beschrijft doorheen het boek hoe beleidsmakers vanuit eigenbelang (en dat begon dus met de slavenhandel) een racistisch bestuur opzetten, en dan racistische ideeën verspreidden om dat beleid goed te praten. Die racistische ideeën werden uit onwetendheid opgepikt, en zo ontstond haat, waardoor racistische regelgevingen die ongelijkheid in de hand werkten niet op de korrel werden genomen.

Nog een aantal inzichten die dit boek me bracht:

*er is geen biologische basis voor een onderverdeling van mensen in rassen, dus rassen bestaan niet. Maar racisme bestaat wel. Racisme betekent dat er mensen zijn die geloven dat er verschillende rassen bestaan, en dat sommigen inferieur zijn aan anderen. Daarom helpt het niet te zeggen dat je “kleurenblind” bent, want daarmee pak je racisme niet aan. Want ook al zijn rassen niet echt, de gevolgen van racisme zijn wel echt.

*als je racisme wil aanpakken, helpt het ook niet dat je zegt dat je niet racistisch bent. Een opmerking, idee of beleidsvoorstel is ofwel racistisch (zorgt voor ongelijkheid tussen de zogenaamde rassen) of antiracistisch (zorgt voor gelijkheid tussen de zogenaamde rassen). Je moet dus een keuze maken: voor of tegen.

*Ieder van ons zegt wel eens racistische dingen, maar dat maakt ons nog geen racist. We moeten leren wat racisme precies inhoudt en altijd blijven nadenken over wat de antiracistische optie is. Maar als we vervallen in neutraliteit of passiviteit werken we racisme in de hand.

*Alles begint bij beleid. Als we racisme de wereld uit willen helpen, volstaat het niet te blijven roepen dat Wit en Zwart gelijk zijn. Zolang het beleid niet nauwkeurig onder de loep genomen wordt, zal racisme blijven bestaan.

*Je kan geen antiracist zijn zonder feminist te zijn, en vice versa. Je kan geen antiracist zijn zonder te ijveren voor gelijke rechten voor de LGBTQ-gemeenschap, en vice versa. Je kan geen antiracist zijn zonder bezorgd te zijn over de opwarming van het klimaat, en vice versa. Alles is met elkaar verbonden.

Kortom, dit is een boek dat je toekomstige discussies over onderwerpen van maatschappelijk belang diepgang en nuance kan geven. Ik kan geen redenen bedenken om het niet te lezen.

Of ik lesbisch ben, en wat ik invulde bij “geslacht”

Af en toe krijg ik de (meestal schuchtere) vraag of ik misschien lesbisch of biseksueel ben, en dat komt dan altijd omdat mensen op sociale media gezien hebben dat ik nogal supporter voor de rechten van de LGBTQ-gemeenschap.

Nu, ik ben zo hetero als ik groot ben, nooit verliefd geworden op meisjes, altijd op jongens (soms de juiste, soms de foute). Ik kan het me ook absoluut niet voorstellen dat ik iets met een vrouw zou hebben, al ken ik een paar prachtige biseksuele vrouwen met wie ik vast een fantastische relatie had kunnen opbouwen moest dat wel zo geweest zijn.

De reden dat ik hier nu zo duidelijk schrijf dat ik hetero ben, is niet omdat ik er problemen mee zou hebben dat mensen zouden denken dat ik lesbisch of bi ben. Dat zou zoiets zijn als horen zeggen dat ik rood haar heb terwijl ik bruin haar heb -echt totaal onbelangrijk dus.

Maar ik wil het hier aanhalen omdat ik een probleem heb met het idee dat mensen die voor LGBTQ-rechten ijveren sowieso geen hetero´s zijn. Alsof enkel mensen van kleur tegen racisme moeten vechten, en dat de strijd voor vrouwenrechten een zaak van vrouwen is. Ik denk dat het op die drie terreinen net alle hens aan dek moet zijn, want er is nog zoveel werk.

Als staartje bij deze bedenking: onlangs stuurde de gemeente een online enquête door, en voor je aan de vragen kwam, moest je je leeftijd en geslacht ingeven. Nu zijn we al voldoende geëvolueerd dat je bij dat laatste kan kiezen tussen man, vrouw en wil-ik-niet-zeggen. Die laatste optie had ik nog nooit aangevinkt, want ik dacht altijd: dat is voor de non-binaire mensen onder ons. Maar bij deze enquête dacht ik plots: waarom word ik hier eigenlijk naar mijn geslacht gevraagd? Voor de statistieken, maar waarom hebben wij statistieken nodig over geslacht wanneer we gevraagd worden naar wat er veranderd kan worden in onze gemeente? Als dit om onze ideeën gaat en we allemaal gelijkwaardig zijn, wat is dan de waarde van die vraag? En toen heb ik lekker rebels en voor het eerst in mijn leven “wil ik niet zeggen” ingevuld.

Hah.

Waarom ik weiger mijzelf een expat te noemen

Vanmorgen las ik deze post van Loes, waarin ze vertelt hoe iemand reageerde op het feit dat ze zichzelf een migrant had genoemd (wat ze ook daadwerkelijk is, want Loes is als Nederlandse naar België verhuisd), en dit zinnetje brak mijn hart: “Rond het woord migrant hangt zo’n negativiteit, zo wil ik jou helemaal niet zien.

Ik ben ook een migrant. Een super-mega-bevoorrechte migrant. Want ik ben wit en kom uit een rijk land. Het was ontzettend moeilijk om mezelf te verplanten, het heeft jaren geduurd, maar ik heb nooit tegen veel vooroordelen moeten opboksen. Ik word nooit scheef of vies bekeken wanneer ik ergens binnenstap, ik word nooit uitgejouwd op straat. Integendeel, wanneer ik zeg dat ik uit België kom, krijg ik vaak zelfs iets van bewondering te zien in de ogen van mijn Spaanse medemens. Alsof ik van een beschaafdere plek kom (wat niet het geval is). Enkel wanneer ze mij Nederlands horen praten, wordt er wel eens gelachen (¿Qué te pasa en la boca?) maar altijd op een goedhartige manier.

Desondanks was het dus echt wel zwaar, en ik kan me niet voorstellen hoe vele andere migranten bovenop de bagage van verlies en heimwee ook nog eens de last torsen van minachting en afwijzing.

Toen ik hier amper een jaar was, vroeg een Ierse collega me of ik een uurtje op hun dochtertje kon passen, want hun oppas moest wat vroeger weg. Ik zei ja, en tijdens het aflossen maakte ik een praatje met de oppas, een Zuid-Amerikaanse vrouw van in de veertig. “Heb je zelf kinderen?” vroeg ik. “Ja,” zei ze, “maar die zijn in Zuid-Amerika.” En zo leerde ik op mijn 28e hoe de wereld in elkaar zit: dat er mensen zijn die op de kinderen van een ander gaan passen, om eten te kunnen kopen voor hun eigen kinderen -aan de andere kant van de wereld.

Deze mensen worden nooit expats genoemd, hoewel ze zich even goed ex patria bevinden. De term expat wordt voornamelijk gebruikt om rijke, witte migranten te onderscheiden van alle anderen. Als je de term “migrant” een negatieve bijklank wil geven, is het namelijk een flinke hulp wanneer je alle rijke witte migranten uit die groep kan houden.

Daar doe ik dus niet aan mee. Voor mij zijn expats mensen die een tijdje voor hun werk in het buitenland moeten verblijven. En migranten zijn mensen die naar het buitenland verhuisd zijn, met het idee er minstens voor langere tijd te verblijven. Volgens die definitie ben ik een migrant, en zijn de Afrikanen die hier tijdens de fruitoogst komen werken expats. (Zie ook dit artikel in The Guardian.)

Er is weinig dat mij zoveel voldoening schenkt als zwarte fruitplukkers in Spanje in dezelfde categorie onder te kunnen brengen als Europese zakenlui in Tokyo. En Belgen die hun land hebben verlaten in dezelfde groep te zetten als Colombianen in Spanje of Marokkanen in België.

Wie weet raken we zo van die schadelijke negatieve connotatie af.

Daders

Het is verontrustend hoe makkelijk daders buiten beeld blijven.

Homostel opnieuw lastiggevallen en mishandeld.

Elke tien dagen sterft een vrouw als gevolg van huiselijk geweld.

Politiegeweld VS: Zwarte Amerikanen disproportioneel vaak doodgeschoten.

De daders buiten beeld houden is heel eenvoudig: focus op de slachtoffers, maak de zin indien mogelijk passief, en/of vervang de dader door een begrip (huiselijk geweld, politiegeweld, homohaat, racisme, etc.) Op die manier maak je het geweld een probleem van het slachtoffer, en niet van de dader. Wat niet erg efficiënt is, want het is net de dader die het probleem is.

“Onverdraagzame jongeren vallen homokoppel aan.”

“Per maand vermoorden gemiddeld drie mannen hun (ex-)partner.”

“Amerikaanse politieagenten vermoorden veel vaker zwarten dan blanken.”

Dat klinkt toch ietwat anders, niet?

De burgemeester van Rotterdam heeft dat alvast begrepen. Hij spreekt de jongeren die gisteren de stad vernielden vlakaf aan. En zo hoort het ook. De daders aanspreken op hun wandaden. Zeggen: “Wat gij gedaan hebt, is fout. En waag het niet dat nog eens te doen, want dat pikken we niet,” of welke variant daarvan naargelang de context van toepassing is.

Januari: The Underground Railroad (Colson Whitehead)

Ja mannekes, dit boek…

Ik wilde het aanvankelijk niet lezen, uit angst dat ik er teveel van overstuur zou raken (wat ook gebeurd is), maar ik ben blij dat ik het toch gelezen heb.

Whitehead katapulteert je genadeloos vanaf de eerste bladzijden in de horror die de geschiedenis uitmaakt van elke Amerikaan met Afrikaanse roots -een nachtmerrie waarvoor onze Europese voorvaderen verantwoordelijk waren. Dat alleen al was voor mij voldoende reden om de rit aan te vatten en uit te zitten.

De gruwel die beschreven wordt, is jammer genoeg niet fictief; de schrijver heeft zich gebaseerd op historische bronnen. Dat geeft het boek een impact die je hele referentiekader aan het wankelen brengt, maar daarover zal ik misschien later een aparte blogpost schrijven. Eerst de boekbespreking.

Het is echt een Goed Boek -veel meer dan enkel een rondleiding door het martelmuseum van de slavernij. De taal is uitgekiend en efficiënt (zoals ik het graag heb), het hoofdpersonage zowel krachtig als kwetsbaar, de opbouw strak en logisch. Het verhaal leest als een trein. En dat brengt ons bij het thema: de ondergrondse spoorweg.

De term “underground railroad” is een Amerikaans begrip dat verwijst naar een netwerk van geheime routes en onderduikadressen, waarlangs weggelopen slaven uit het zuiden konden ontsnappen naar het noorden. Toen Whitehead als kleine jongen over de “underground railroad” hoorde, stelde hij die zich aanvankelijk voor als een echte ondergrondse spoorweg. En dat idee heeft hij voor het boek gebruikt: zijn heldin Cora ontsnapt uit een katoenplantage in Georgia, en komt via deze fictieve spoorlijn via opeenvolgende stations in verschillende staten terecht. Elk van die staten staat symbool voor een bepaalde fase in de Grote Oorlog tussen zwart en wit. Dat spectrum maakt van dit boek de perfecte inleiding tot het drama van de slavernij. Bovendien fungeert het als canvas voor een uitgebreide reeks personages (de weggelopen slaaf, de blanke die zijn leven riskeert om zwarten te helpen, de slavenvanger, de hoogopgeleide mulat, de blanke arts die op zwarten experimenteert,… ) die het verhaal extra diepgang geven.

Ik wilde schrijvers met Afrikaanse roots lezen om meer over racisme te weten te komen. Wel, een meer beklijvend compendium had ik me niet kunnen wensen. Het fantastische element in combinatie met de zware, historische achtergrond, met daarbovenop de beklijvende saus van het kat-en-muisspel tussen runaway en slavenvanger werkt perfect. Bovendien voel je dat dit boek lijnen uitwerpt naar zowel het verleden, het heden als de toekomst. Maar je moet er wel de horror bijnemen, dus ik zou het niet aanraden aan lezers die er wakker van liggen wanneer er iemand in een boek levend verbrand wordt.

Om in schoonheid te eindigen, wil ik Elijah Lander, een van de nevenpersonages in het boek te citeren. Als zoon van een blanke vader en Afrikaanse moeder zegt hij: “I´m what the botanists call a hybrid. (..) A mixture of two different families. In flowers, such a concoction pleases the eye. When that amalgamation takes its shape in flesh and blood, some take great offense. In this room we recognize it for what it is -a new beauty come into the world, and it is in bloom all around us.”

Een Afrikaans jaar

Om de microfoon te testen voor een repetitie zing ik gewoonlijk het eerste wat in me opkomt. Soms is dat een beetje scatten, afgelopen donerdag was dat I come from Alabama with a banjo on my knee.

Met een blik vol irritatie hoorde onze bassist het even aan, en zei toen: “Kathleen, please, don´t sing that song.”

Ik begreep niet goed waarom hij dat zei, maar omdat ik vermoedde dat het met zijn Jamaicaanse roots te maken had, schakelde ik snel over op J´aime la vie. Dat leek me alleszins een veilige keuze.

Na de repetitie vroeg ik de bassist waarom hij een probleem had met Oh Susanna.

It´s a confederate song,” zei hij.

Ik antwoordde dat het me oprecht speet, en dat ik er geen idee van had. Dat we die liedjes zo vaak horen in een onschuldige context. Hij zei daarop dat hij dat wel begreep, en dat ik me er niets van moest aantrekken, dat hij sowieso in een knorrige bui was.

Een paar dagen later keken mijn man ik de vierdelige televisieserie When They See Us  (van Ava DuVernay) uit. Dat is een Netflix serie over The Central Park Five: vijf jongens die in 1989 vals beschuldigd werden van de verkrachting en mishandeling van een blanke, vrouwelijke jogger. De tieners werden, ondanks gebrek aan bewijs, alle vijf veroordeeld. Je kan al raden dat het niet om blanke jongens ging. In 2002 legde de ware dader een bekentenis af, maar toen was het kwaad al lang geschied.

De laatste aflevering was zo gruwelijk en hartverscheurend dat ik die nacht amper de slaap kon vatten. En het spookt nog steeds door mijn hoofd.

Sinds de moord op George Floyd blijven deze vragen zich herhalen: waarom weten wij zo weinig over racisme? En waarom weten wij zo weinig over wat aan de basis ligt van dat racisme, namelijk de kolonisatie van Afrika en de slavenhandel? De waanzin en gruwel daarvan staan op geen enkele manier in verhouding met de aandacht die eraan besteed wordt. Hebben jullie daar ooit over geleerd op school? Ik alvast niet, terwijl ik toch naar een “goede” school ging. Of het moet zo weinig geweest zijn dat ik het me niet meer kan herinneren.

Dus hier zitten we nu, met z´n allen te staren naar de naschokken van dat immense onrecht. Sommigen besmeuren beelden van Leopold II, anderen gaan de straat op met BLM-slogans, en ik denk: wat kan ik doen, behalve Sandra Kim zingen in plaats van Oh Susanna?

Wel, dit is wat ik ga doen. In 2018 heb ik een jaar lang elke maand een film bekeken van een vrouwelijke regisseur, omdat die enorm ondervertegenwoordigd zijn in de filmindustrie. Dit jaar wil ik elke maand een boek lezen van een Afrikaanse schrijver, of een schrijver met Afrikaanse roots -wat eigenlijk geen goede beschrijving is, want we hebben uiteindelijk allemaal Afrikaanse roots. (Onze bassist zei dat ik gewoon moest schrijven “zwarte schrijvers”, maar ik heb het heel moeilijk met de woorden “zwart” en “wit” in deze context. Dat gaat tegen mijn gevoel voor kleur in, want de meeste “zwarten” zijn bruin. Antwoord van de bassist: “I know I´m not really black and you´re not really white, but that´s just how we call it: I´m black and you´re white. I don´t have a problem with that.” Dus ik heb de toestemming van een “zwarte” om het te hebben over “zwarte” schrijvers, maar ik ga het toch niet doen. Niet omdat ik politiek correct wil zijn, maar gewoon omdat mijn gevoel voor kleurschakeringen dat soort vocabulaire niet wil aannemen. Maar soit, jullie weten wel wat ik bedoel.)

Je kan je daarbij afvragen of dat wel verschil zal maken, die twaalf boeken lezen. Maar ik geloof dat het altijd een verschil maakt wanneer je je aandacht richt op iets. Gisteren ging ik naar de boekenwinkel en vroeg daar of ze een boek hadden van Mohamed Mbougar Sarr. Ze vertelden me dat ze nog nooit van die schrijver hadden gehoord -maar nu dus wel.

Wat je doet, hoe klein ook, maakt altijd een verschil.

 

 

 

April: Mudbound (Dee Rees)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Lang geleden las ik in een interview met een vrouw van Afrikaanse afkomst deze woorden: “Ik word drie keer gediscrimineerd: ik ben een vrouw, ik ben zwart, en ik ben homosexueel.” Tot op dat moment had ik er nooit bij stilgestaan dat er ook zoiets als geaccumuleerde discriminatie bestaat. De woorden van die vrouw ben ik, in tegenstelling tot haar naam, na bijna twintig jaar nog steeds niet vergeten.

Het hadden de woorden van Dee Rees kunnen zijn, want ook zij is een lesbische vrouw van Afrikaanse afkomst. En behalve die drie labels is ze ook nog eens hypergetalenteerd en een regisseur van jewelste. Dat maakt Mudbound je wel duidelijk.

De film speelt zich af op het platteland van de zuidelijke Verenigde Staten tijdens de jaren veertig, waar het leven op dat moment een overlevingsstrijd is, zowel voor de jongens die naar de oorlog gestuurd worden, als voor hen die achterblijven en elke dag de ongenadige natuur en de nog ongenadigere regels van de samenleving moeten trotseren.

Het duurde even voor ik echt in de film zat: het verhaal komt tamelijk traag op gang, alsof het zichzelf uit de modder moet trekken. Maar zodra je erin zit, wordt je meegenomen en niet meer losgelaten. De film kroop me zodanig onder het vel dat ik aan het einde zelfs tranen voelde opkomen, wat mij nochtans niet snel gebeurt. Miserie, hoop en menselijkheid zo mooi in beeld gebracht.

Ik ben er nog altijd van onder de indruk.