Nothing New Year

Vorig jaar had ik maar één voornemen: mooie dingen maken. Daar ben ik naar eigen normen goed in geslaagd (een paar van mijn naai,-en haakwerkjes kan je zien op instagram, @kathleenverbiest24).

Wat gaan we dit jaar doen, behalve Het Boek afwerken?

Nou, ik wil het mezelf wat moeilijker maken. Want ik heb het gevoel dat de tijd dringt. Dat dit coronavirus geen hindernis op de baan is, maar een wake-up call. Dat “is dit wel duurzaam?” de standaardvraag moet worden bij elke beslissing die we nemen.

Daarom ga ik dit proberen: een jaar lang niets voor mezelf kopen. Ik ga kijken of ik het twaalf maanden lang kan redden met de spullen en de kleren die ik heb. Alles verwerken, opgebruiken, afdragen wat ik al heb. Tweedehandsspullen kopen mag wel (*), en ik wil ook een uitzondering maken voor de boeken die ik al een tijd op mijn wenslijstje heb staan.

Als tweede uitdaging zou ik graag nooit meer het vliegtuig nemen. Want er is niets dat zo ontzettend vervuilend is als vliegen. Dat voor elkaar krijgen, is nog een ander paar mouwen, want wij hebben geen breed budget, en wij reizen niet voor het plezier, maar om onze familie te zien. Ik weet dus niet of het gaat lukken, maar ik wil toch mijn best doen om het voor elkaar te krijgen. Dit jaar zijn we daar alvast met glans in geslaagd, haha.

Enfin, om maar te zeggen: Moeder Aarde, dit jaar is voor u.

(*) Dat klinkt vanuit Vlaanderen vast als een gemakkelijkheidsoplossing, maar bedenk: hier zijn geen Kringwinkels! Ik ken één tweedehandswinkeltje ergens in Valencia, in een oude garage, en op zondagochtend is er een zigeunermarkt naast het voetbalstadium. (Maar ik ben geen ochtendmens. Dus ja.)

België in december -mouwloos

Indien de Belg zijn hoofdverblijfplaats in Spanje heeft: niet-essentiële verplaatsingen naar en vanuit de autonome regio’s zijn verboden. Dit in- en uitreisverbod geldt niet voor de Canarische eilanden, Galicië, de Balearen en Extremadura. Belgen die hun hoofdverblijfplaats in een van de gesloten autonome regio’s hebben, mogen die regio niet verlaten, behalve om essentiële redenen (werk, gezondheid, overmacht etc.).

Dit staat op de website van het consulaat. Familiebezoek is geen essentiële reden, dus hebben we onze reis afgelast.

Daar zijn best wat tranen om gevloeid -vooral voor mijn dochter was het een bittere pil om te slikken, en ik vind het ook heel erg voor mijn ouders. Die hebben hun kleindochter voor het laatst in het najaar van 2019 gezien. Maar voor mezelf was het behalve een zware teleurstelling ook een beetje een opluchting. Want eigenlijk ben ik al een jaar lang aan het aftellen: in november 2019 was ik beginnen aftellen naar de België-reis die we in april zouden maken, en toen die in het water viel, begon ik uit te kijken naar december. Maar een jaar lang aftellen in onzekerheid, dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Dus ergens geeft het ook wel rust dat er nu gewoon zekerheid is. Het kan niet, we gaan niet, y ya está.

Maar we gaan er sowieso toch een fijne kerst van maken, en ervoor zorgen dat al wie ons lief is, deze winter nog eens extra ingepeperd krijgt hoe lief precies.

Mobiliteit in België: een representatieve dag

Op zaterdag 24 augustus reisden mijn man, mijn dochter en ik van Nisramont naar Leuven, en maakten een tussenstop in Brussel. Het was een erg Belgische reis, om redenen die u zodadelijk vast duidelijk zullen worden.

Mijn ouders brachten ons met de wagen naar het station van Marloie. We moesten daarbij een omweg maken, want er waren wegenwerken. Het bord dat aangaf langs waar de omleiding liep, werd aan het zicht onttrokken door een ander verkeersbord dat pal voor het eerste bord stond.

Toen we in het station aankwamen, vroeg ik de man aan het loket of het mogelijk was met één ticket van Marloie naar Leuven te reizen en een tussenstop te maken in Brussel Schuman. “Normaal gezien niet,” zei hij, “want normaal gezien moet je langs Ottignies. Je mag wel uitstappen en je reis hervatten, maar dat moet op het kortste traject zijn. En voor Leuven is dat langs Ottignies.” De zorgen die deze uitleg bij me opriep, bleken ongegrond, want de man vervolgde: “Je hebt echter geluk, jongedame. Vandaag zijn er werken in Ottignies, dus moet je uitzonderlijk wél langs Brussel. Dus kan je daar wel gewoon uitstappen zonder meerprijs.” Dat was waarschijnlijk voor het eerst in 39 jaar dat ik voordeel haalde uit een omleiding. Een glorieus moment.

We reisden tot Brussel Schuman, waar we een tijdje stonden te draaien voor we de weg vonden naar het Jubelpark en het Museum voor Kunst & Geschiedenis (dat gebouw is trouwens een architecturale omleiding op zich). Na wat zoekwerk vonden we de mummies waar we voor gekomen waren, en nadat we die in levende/dode lijve bezichtigd hadden, liepen we weer naar het station. Nu blijkt Brussel Schuman zowel een trein,- als een metrostation te zijn, en bovendien volledig ondergronds. Dat zal misschien wel duidelijk zijn voor wie daar elke dag gebruik van maakt, maar voor eendagsreizigers als wij was het een doolhof (gelukkig waren we in het aangename gezelschap van lokale versterking). We namen ruim op tijd de lift naar beneden -een voorsprong die we al gauw verloren aan gangen, wegwijzers en nog meer liften, zodat we maar net op tijd de trein opstapten.

Na een korte rit kwamen we aan in Leuven. Daar moesten we de bus op naar onze eindbestemming. Ik was door de lokale bevolking al gewaarschuwd dat je beter geen kaartje koopt op de bus, omdat dat zéér duur uitkomt. Gelukkig zag ik naast het busstation een gebouw waarop de naam Lijnwinkel prijkte. Dus ik de Lijnwinkel binnen. Daar kwam ik in een haveloze wachtzaal terecht, die op één even haveloze man na leeg was. Ik liep langs de man heen naar een glazen deur die naar de loketten beloofde te leiden. “De winkel is gesloten,” riep de man me toe. “Oh, bedankt,” zei ik, en terwijl ik hem aankeek, zag ik achter hem een ticketautomaat staan. Dus liep ik daarop af. “Die werkt niet,” zei de man. Hij zei het met een intonatie waarvan ik op dat moment besefte dat ik die nog nooit in een andere taal of in een ander land gehoord had: een paradoxaal akkoord van berusting en verzet.

“Waar moet ik dan een ticket kopen?” vroeg ik. “Aan het loket van het treinstation,” zei hij. “Het treinstation,” herhaalde ik, met in mijn stem een zweem van ironie die in het Spaans zelden of nooit komt opzetten. De man knikte samenzweerderig. Welkom in het land van de omleidingen.

Enfin, uiteindelijk op de bus geraakt. Zwaait die bus opeens de buitenring op, terwijl wij daar niet moeten zijn. Dus ik naar voor, om de buschauffeur te vragen of we wel op de juiste bus zitten. “Ja hoor,” zegt hij vrolijk, “maar er is een omleiding.”

Ik had het kunnen weten.

 

 

Red het klimaat: 10 tips (4-6)

(Deze gastpost werd geschreven door Maarten Verbiest)

  1. faseer fossiel thuis uit

Voor het verwarmen van onze huizen gebruiken de meesten vandaag nog fossiele brandstoffen en in het bijzonder aardgas. Dat is al een hele stap beter dan mazout wegens efficiënter en een lagere uitstoot. Maar ook daarmee gaan we op termijn moeten stoppen. Wat kan je vandaag doen? De trias energetica toepassen:

Stap 1: beperk je vraag –  dus isoleren (dak-muur-vloer), enkel verwarmen wat verwarmd moet worden (moet je slaapkamer de hele dag 20 graden zijn in de winter? Serieus?), en compact wonen.

Stap 2: gebruik maximaal hernieuwbare energie – zon, wind, water. Zonnepanelen zijn een duurzame keuze over de levensduur bekeken, en/of je kan je energie groen en lokaal aankopen. Ecopower is een aanrader voor wie in Vlaanderen woont, en er zijn overal wel lokale energiecoöperaties of aanbieders van échte lokale groene stroom. En in het bijzonder als je zelf stroom opwekt, kan je dit combineren met elektrisch aangedreven warmte-opwekkers. Erg in trek tegenwoordig is een warmtepompboiler, waarmee je je sanitair warm water elektrisch verwarmt. Je volledig verwarmingssysteem omschakelen is momenteel helaas nog een hele financiële investering, en voor een niet-aangepast huis ook een grote lopende kost als je niet het leeuwendeel van de benodigde stroom zelf kan opwekken. Dit ligt natuurlijk anders als je een nieuw huis bouwt (meer daarover verder).

Stap 3: de resterende fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk gebruiken. Bvb. door lage-temperatuurverwarming te gebruiken (vloer- of wandverwarming) ipv radiatoren, en door transmissieverliezen op te sporen en te elimineren (dus een goed afgestelde ketel, geen overbodig lange buizen, buisisolatie waar zinvol,…).

 

  1. (herop)bouwen of renoveren?

Renoveren, zonder twijfel. Sinds kort bestaat er een slooppremie voor wie een oude niet-energiezuinige woning afbreekt en er een nieuwe voor in de plaats zet. Echter, dit rendeert energetisch pas na een 40-tal jaar.. Of je moest érg duurzaam bouwen (minimaal gebruik van beton en zo veel mogelijk hernieuwbare materialen).

En ook als je renoveert geldt dat hoe meer materialen je hergebruikt, hoe beter het is. Als je toch nieuw wil bouwen, overweeg dan houtskeletbouw (zo doe je meteen aan carbon capture!) of een andere lokale grondstof (leem, of strobaalwoningen, al is dat minder evident in de stad omwille van de dikte van de muren). Bouw ook compact doch praktisch doordacht (kleiner kan ook ruimer zijn). Is je huis te groot? Dan kan je de te verwarmen ruimtes beperken, of aan house-sharing doen. Zeker als de kinderen het huis uit zijn. Duurzaam bouwen start bij het vinden van een architect én aannemer die hier in mee is. En er misschien zelfs een uitdaging van wil maken (ook voor hen een interessant visitekaartje!). Waar je woont of bouwt heeft natuurlijk ook een grote impact op hoe ecologisch je levensstijl zal zijn.

 

  1. Vliegen? Blijf lekker lang weg!

Zelf heb ik al enkele jaren geen vliegtuig meer genomen. Voor vakanties vind ik het persoonlijk wat zinloos, omdat er nog zoveel interessants te ontdekken valt op niet-vliegafstand. Een tropische bestemming staat ook niet per definitie garant voor een leukere of meer deugddoende vakantie.

Vlieg je dan toch? Make it count! Beter 1 lange reis dan 2 of 3 kortere. Bezoek je een continent, doe dat dan voor minstens een maand (liefst langer, indien mogelijk), en reis rond op je reis. Het zal je gegarandeerd veel langer bijblijven. Een zuiverder geweten kan je kopen (al wordt de uitstoot niet vermeden dus het blijft een beetje een aflaat, helaas). Een betrouwbaar initiatief is deze: www.carbonaltdelete.eu. Het is een onwaarschijnlijke schande dat vlieghavens gesubsidieerd worden, kerosine niet belast en er zelfs geen btw op vliegtickets geheven wordt. Door te compenseren neem je zelf toch wat verantwoordelijkheid op.

Moet je vliegen voor het werk? Kijk of het met de trein kan (duurder helaas, maar je kan echt wel werk verzetten op de trein, moest dat een argument zijn voor de baas/bazin), reis niet met meer mensen dan strikt noodzakelijk, en overweeg aan vergaderingen deel te nemen via videoconferencing. Investeren in goede infrastructuur voor dit laatste is overigens snel terugverdiend.

 

Ondertussen in Vlaanderen: alles onder controle (2)

Ze had de luiertas vergeten en was daar aanvankelijk tamelijk nerveus over. Tina is altijd goed geweest in dingen in de hand houden: reisschema´s, beroepsklassen, en sinds drie maanden: luiertassen. En nu stond ze daar met man en baby in Gent, en de wagen onder het Zuid geparkeerd. En de luiertas in Oudegem. Dat vond ze niet leuk, maar ze haalde diep adem en zei: “We wagen het erop.”

En dus trokken we de stad in, mijn hartsvriendin en ik. Zij in het gezelschap van haar man Tim en hun kersverse baby; ik met Elena, die een paar dagen later in de kleuterklas wilde verhalen zou vertellen over haar uitstapje met mama naar België.

Dat overleven zonder luiertas ging zo vlot dat Tina en Tim besloten om mij en Elena nog even te vergezellen op restaurant ook. Dus we doken een Italiaan in (misschien toch herschrijven, die zin) en daarmee schreven we baby´s eerste restaurantbezoek op haar palmares, terwijl Tim en Tina honderduit over hun huwelijksreis/wereldreis praatten en Elena helemaal zelf haar favoriete maaltijd bestelde: spaghetti zonder saus en met alleen maar kaas.

Een uurtje later stapten we naar buiten, opgewekt omdat de baby het zo flink volgehouden had. Op een half uurtje zouden ze thuis zijn, nu kon er niks meer misgaan. Maar verder dan twee meter kwamen we niet, want de straat naar het Zuid was afgesloten.

Bomalarm.

Ik zag de paniek opkomen in Tina´s ogen. En ik zag ook hoe moedig ze zichzelf kalm probeerde te houden. We maakten snel een plan. Eerst: luiers vinden. Dat kon nog best tricky worden, want het was ondertussen al bijna zeven uur ´s avonds. We besloten naar Sint Jacobs te gaan om te zien of de supermarkt nog open was, en indien dat niet het geval was een nachtwinkel te zoeken. Dan zouden we terug naar het Zuid gaan om te kijken of het bomalarm al opgeheven was.

De supermarkt was gelukkig nog open, en we sloegen behalve pampers ook een voorraadje eten en drinken in. Daarna gingen we met onze kinderen en boodschappen weer naar het Zuid, waar de mannen die aan de politielinten de wacht hielden ons nog steeds niet konden vertellen of er al schot in de zaak was (ook deze uitdrukking herzien). De baby begon echter hongerig te worden, dus stelde ik voor dat we allemaal naar de Airbnb (*) zouden gaan waar Elena en ik verbleven.

Toen we daar aankwamen en aan onze gastheer de situatie uitlegden, werden mijn vrienden met open armen ontvangen. Hij nodigde hen uit in zijn woonkamer, waar Tina haar baby kon voeden (**). Ondertussen ging ik Elena douchen. Tim zou terug naar het Zuid gaan om de auto op te halen zodra het alarm opgeheven werd, en Tina´s ouders werden op de hoogte gebracht en beloofden hen te komen ophalen indien het te lang zou duren.

Na de douche klom Elena voor mij de houten trap op naar onze slaapkamer op de bovenste verdieping. Tina lag in het grote bed, met haar arm om haar slapende dochtertje heen. Elena ging voorzichtig aan de andere kant van het baby´tje liggen, en ik legde me naast haar. Over de hoofdjes van onze dochters keken Tina en ik elkaar aan. De laatste keer dat we samen in hetzelfde bed hadden gelegen, was tijdens de Gentse Feesten van 2008 geweest. We waren toen in de vroege uurtjes van het Zuid naar mijn appartementje in Ledeberg gewandeld, en zij was toen knal tegen een verkeersbord aangelopen. We moeten nog altijd lachen als we dat oprakelen.

En nu lagen we hier: twee jonge mama´s, als een cocon om onze dochters, in dat grote bed.

En we waren zo gelukkig.

De mooiste momenten kan je niet plannen. Daar zit je opeens middenin.

Al wat je dan hoeft te doen, is heel erg dankbaar zijn.

 

(*) Ik heb de link naar de Airbnb erbij gezet omdat we daar zo´n fijn verblijf hebben gehad. Ik word hier niet voor vergoed ofzo, het is puur uit dankbaarheid.

(**) Eigenlijk was deze episode ook één lange, mooie advertentie voor borstvoeding. Want die kan je niet vergeten, die heb je altijd bij.

 

Ondertussen in Vlaanderen: alles onder controle (1)

Zoals je geen twee keer in dezelfde rivier kan stappen, kan je als ex-patroit niet terugkeren naar je land van herkomst.

Bij elke terugreis naar Vlaanderen komt er iets op mijn pad wat me uit evenwicht brengt: een afgeschaft perron, een betaalautomaat bij de bakker, een verandering in het straatbeeld (*). Soms zijn het details die anderen amper opvallen, maar voor mij zijn het knipperende neon-signalen. Hun boodschap:  je kan nooit meer terug naar het Vlaanderen van 2008. Panta rhei. Of je dat nu leuk vindt of niet.

Tijdens mijn laatste bezoekje was het weer zover. En ik zie het zelden aankomen, want het gebeurt meestal in zeer banale situaties. Zo stapte ik nietsvermoedend het postkantoor van Leuven binnen om twee postzegels te kopen. Maar ik had natuurlijk beter moeten weten, want Belgische postkantoren zijn de testlabo´s van het Geheim Ministerie der Belgische Treiterijen. Sinds ze een derde van de postkantoren in supermarkten hebben verstopt en een ander derde onder paddestoelen, kan zoiets eenvoudigs als een brief versturen een hele onderneming worden.

Desondanks was ik voorbarig op het gemak gesteld door de observatie dat het postkantoor in Leuven simpelweg nog bestond, en wandelde naar binnen. Van de drie bemande loketten was er één vrij, en er stonden geen andere klanten te wachten. Ik hield echter even halt, want boven de twee bezette loketten hing een pancarte met daarop “particulieren”, terwijl er boven het vrije loket “ondernemers” stond. Ondanks het feit dat ik mezelf als een tamelijk ondernemend persoon beschouw, daagde het besef dat ik in deze context onder “particulieren” geklasseerd diende te worden. (Vraag: dien ik geklasseerd te worden? In een postkantoor? Is dat niet wat ze daar met brieven horen te doen in plaats van met mensen?)

Maar soit. Ik vatte moed en begaf me naar het vrije loket. Daarachter zat een magere man met een rond brilletje.

“Goeiedag,” sprak ik opgewekt. “Twee postzegels vor het buitenland alstublieft.”

De man keek me aan.

“U moet een nummer nemen,” zei hij.

“Excuseer?” vroeg ik.

“U moet een nummer nemen,” herhaalde hij, en wees langs mij heen.

Ik draaide me om en zag een paal met knoppen.

“Maar er is niemand anders,” sputterde ik tegen.

“Toch moet u een nummer nemen,” zei de man weer. Je kon zien dat hij trots was op zijn geduldige ingesteldheid.

Dus liep ik drie stappen terug naar die paal, drukte op een knop (daarbij moest ik kiezen tussen “particulieren” en “ondernemers” –dus nu was het officieel, ik was geen ondernemer) en nam het ticketje dat eruit tevoorschijn kwam. Nummer 96. Op dat ogenblik drukte de man achter het vrije loket ook op een knop, en op een bord boven de loketten (**) kwam het nummer 96 tevoorschijn.

Ik stapte weer op de man af, gaf hem het ticketje en zei “Twee postzegels naar het buitenland, alstublieft”, met een grijns die zowel bevreemding als amusement moet uitgedrukt hebben.

De loketbediende beantwoordde die grijns met de blik van een pater die het gewend is met wilden uit de brousse te werken. En net toen ik dacht dat we nu in veilige wateren waren, vroeg hij: “Wilt u er geen vijf? Dat komt goedkoper uit.”

Met grote ogen keek ik hem aan. Sinds wanneer waren postzegels goedkoper per vijf? Dit was geen postkantoor in een supermarkt, dit was een supermarkt in een postkantoor.

“Nee, dank u,” zei ik beleefd. “Twee alstublieft.”

“Maar zo komen ze per stuk goedkoper uit,” zei de bediende.

“Ik heb er maar twee nodig,” legde ik uit. “Ik zou die overige niet gebruiken, want ik woon hier niet.”

Op dat moment raakten we gevaarlijk dicht aan de bodem van zijn geduld.

“Jah,” zei hij kribbig, “dat kan ik niet weten, hé.”

Uiteraard niet, dacht ik bij mezelf. Daarom leg ik het u uit.

Ik heb er nog altijd spijt van dat ik dat laatste niet luidop gezegd heb.

Maar dan was ik waarschijnlijk nooit aan mijn twee postzegels geraakt.

Wat ben ik blij met ons postkantoor in Rafelbunyol, waar je in plaats van een ticketje te nemen gewoonweg aan de mevrouwen achter het loket vraagt hoe het met hun kroost is gesteld, waarna ze je vragen hoe het met je dochter gaat. Bij Correos maakt het vooralsnog geen bal uit of je particulier dan wel ondernemer bent. Maar in Vlaanderen moeten ze alles op papier hebben. Het was mede om die reden dat ik in 2005 mijn laatstejaarsstage anywhere but in Belgium wou doen. Ik was al die paperasserij zo beu, en ik had nog niet eens mijn diploma. Waar ik in België drie lesvoorbereidingen moest maken voor één les van 50 minuten, werd ik in Belfast losgelaten in de klas en men zag dat het goed was.

Wat een heerlijk gevoel gaf dat.

Want het tegenovergestelde van controle is vertrouwen. En daar kunnen we in Vlaanderen, naar mijn gevoel alleszins, toch wel een beetje meer van gebruiken.

 

 

(*) Die markthal op het Emile Braunplein in Gent, daar ben ik twee dagen niet goed van geweest.

(**) Waarschijnlijk had ik dat bord niet eerder opgemerkt omdat ik toen zo verzonken was in de filosofische kwestie of ik mezelf “ondernemend” dan wel “particulier” zou moeten noemen.

Bezoek mij in drie minuten

Nu hebben die van het toeritisch bureau van Valencia toch zo ne schone video gemaakt…

Normaal gezien wordt deze stad altijd gepromoot met dat beeld van de Ciutat de les Arts i les Sciències, maar daarstraks liet mijn schoonbroer me een nieuwe video zien, waar die bouwwerken niet eens in voorkomen.

Wat zie je dan wel in de video? Al de rest. Het echte València. Maar op zo´n terloopse, bescheiden manier dat je het amper merkt, en vooral meegenomen wordt in de sfeer, de kleuren, de geluiden. Zoals je in de 20e seconde die zompige grond ziet, of in 1:03 onze typische banda (de lokale fanfare).

Maar het mooiste is natuurlijk dat ze tonen hoe een plek je kan veranderen -ten goede. Misschien daarom dat ik een traantje liet toen ik deze video voor het eerst zag. Omdat dat ook met mij gebeurd is.

Ofwel was het gewoon omdat het eigenlijk een supermelige video is.

Maar oordeelt u vooral zelf:

 

PS: ´t estime is Valenciaans voor ik hou van jou. Wat een leerrijke blog is dit toch aan het worden.

 

 

 

Guide to the Spanish: Nationalism and Identity

And now for something completely different.

Tijdens de verhuis heb ik dit boekje teruggevonden: Xenophobe´s Guide to the Spanish. Een witty samenvatting van de Spaanse mentaliteit en levensstijl, waaraan ik tijdens de Grote Oversteek (Frankrijk overgestoken) mijn eerste inzichten ontleend heb over het volk wiens gezelschap mij ten deel zou vallen.

Wat een plezier was het om acht jaar later weer in dat boekje te duiken, en de inhoud te toetsen aan de ervaringen die ik hier gedurende die tijd heb opgedaan. Een leuk idee voor een reeksje blogposts, dacht ik. Dus hier gaan we: ik ga uit elk hoofdstuk de leukste stukjes pikken, en er wat commentaar aan toevoegen. Te beginnen met het hoofdstuk over nationalisme en identiteit.

(Opmerking vooraf: wanneer ik het hieronder heb over “Spanjaarden”, dan bedoel ik dat in het algemeen. Uiteraard zijn niet alle Spanjaarden hetzelfde. Dit is een veralgemenende tekst die een globaal idee wil geven en niet al te letterlijk genomen moet worden.)

 

Nationalism

“When nationalism is enjoyable, the Spanish can be nationalistic, as they were with fervour in 1992 when the Olympic Games landed in Barcelona. Never having cared much about athletics, swimming or fencing before, they realized that being cheered on by family and friends for running and jumping was rather gratifying, but when the games moved to Atlanta, not to mention Sydney, they rather lost interest. Too far away to get involved. (…) They will stay glued to they television sets to watch the Oscars if a Spanish film has been nominated, not so much because they want it to win but because it is a great excuse to stay up all night. In Spain days are for siestas and nights are for fiestas. (…)

The Spanish will only be aware of other nationalities if they have visited their country and had a great time. Conversely, they will think little of them if they were bored there.” (p 1, 2)

Het grote geheim achter het algehele contentement van de Spanjaarden is waarschijnlijk dit: dat ze helemaal mee zijn als er iets leuks gebeurt, en dat ze meteen hun interesse verliezen wanneer de dingen fout lopen. Mijn man kan zeer blij zijn als Valencia C. F.  een voetbalmatch wint, maar als ze verliezen, zet hij gewoon de tv uit en gaat iets anders doen.Toen de Spaanse voetbalploeg Europees kampioen werd in 2008, wereldkampioen in 2010 en weer europees kampioen in 2012, waren de Spanjaarden uitzinnig van vreugde en werden er niet te evenaren feesten gebouwd. Toen ze er dit jaar bij de wereldbeker voetbal uitgekickt werden in de achtste finales, haalde iedereen z´n schouders op en ging wat anders doen. Ze zien er gewoon het nut niet van in te blijven zeuren. Je kan veel zeggen over de Spanjaarden, maar klagen en zagen, dat doen ze niet.

Wat nationalisme betreft, kan je bepaalde (vooral jongere) Basken, Catalanen, Valencianen, etc.  wel makkelijk op hun paard krijgen door over nationale politiek te beginnen, maar bij de meeste Valencianen is er op dat vlak niet echt veel strijdvaardigheid te bespeuren. Ze vinden het wel schitterend wanneer je als buitenlander de moeite doet om Valenciaans te leren, en als je het ook nog begint te spreken, dan vallen ze helemaal achterover. Maar ze zouden het nooit of te nimmer van iemand eisen, en ze kijken er geen enkele Castellano-spreker op aan wanneer die geen Valenciaans begrijpt, ook al wonen die hier al hun hele leven.

Identity

“The Spanish are viewed as noisy, having no consideration for others, always late for appointments if they turn up at all, unreliable and never seeming to go to bed except in the afternoons. Worst of all they appear indifferent to complaints, apparently capable of shrugging off any form of criticism. (…)

The Spanish, if they think about it at all which is doubtful, see themselves as totally acceptable people in a world where many are not.” (p 2, 3)

Ze zijn luidruchtig, absoluut, maar het feit dat ze anderen storen met hun lawaai ligt niet zozeer aan een gebrek aan consideratie voor de ander, als wel aan het feit dat ze zich zozeer aan het amuseren zijn dat ze er gewoon niet bij stilstaan dat ze anderen daarmee zouden kunnen storen.

Wat het te laat komen betreft: dat klopt niet helemaal. Kwamen ze maar altijd te laat, dan wist je tenminste wat te verwachten. Het probleem is dat Spanjaarden compleet onvoorspelbaar zijn: soms komen ze vijftien minuten te laat, soms een uur, en net die keer wanneer jij opzettelijk te laat komt omdat je het beu bent altijd op de anderen te moeten wachten, dan is iedereen precies op tijd gearriveerd en zitten ze te wachten op jou.

Spanjaarden zijn ook niet onverschillig tegenover klachten –ze kunnen er gewoon slecht mee om. Ze worden er erg onzeker van. Een fout toegeven betekent immers schuld bekennen, en dat krenkt hun eergevoel. Daarom doen ze alsof het hun niks kan schelen, of steken ze de schuld op externe factoren of op anderen. Hoe dan ook: zich verontschuldigen doen ze zelden en ze vinden het ook behoorlijk vreemd wanneer een ander dat doet.