Hoe je weet dat je goed bezig bent

Voor de sociaal aangelegde mens zijn er weinig dingen zo oncomfortabel als van mening verschillen met een ander. Daarom proberen de meesten onder ons (ik ook) dat uit alle macht te vermijden. We selecteren onze vrienden op basis van gemeenschappelijke interesses, we sluiten ons aan bij Facebook-groepen van gelijkgezinden, we kiezen de politieke partij die het dichtst bij onze overtuiging aanleunt en sluiten ons af voor andere informatie.

Dat lijkt heel aangenaam, maar daar zit een groot gevaar aan verbonden. Want op die manier worden onze voorkeuren en overtuigingen alleen maar bevestigd en worden we nooit uitgedaagd onze ideeën kritisch te bekijken en bij te stellen.

Google en Facebook doen daar vrolijk aan mee, want dat is natuurlijk de basis van hun astronomisch succes: ze verzamelen alle mogelijke informatie over hun gebruikers, zodat hun klanten (de adverteerders) met militaire precisie hun advertenties op exact de juiste doelgroep kunnen richten. Je krijgt op Facebook, Youtube, Instagram, etc. dus niet alleen volledig op maat gemaakte reclame te zien, ook de informatie die je aangeboden wordt (de feeds van je vrienden, de suggesties voor volgende videos,… ) worden algoritmisch gekozen om zo dicht mogelijk bij jouw interesses en overtuigingen aan te leunen. Want op die manier blijf je langer hangen (lees: geef je meer informatie over jezelf bloot en krijg je meer advertenties te zien). Deze mediagiganten zullen er dus alles aan doen om te vermijden dat jij je oncomfortabel voelt, want dan haak je af.

Met als resultaat dat wie de hele dag door Facebook,- en Googleproducten zit te scrollen, alleen maar bevestigd wordt in hun wereldbeeld en zelden of nooit uitgedaagd.

Dat is misschien prettig voor de gebruiker, maar gezond voor de samenleving is het niet. We hebben in de loop van de geschiedenis gezien tot welke drama´s onverzettelijke overtuigingen kunnen leiden, en hoe een beperkte visie, een gebrek aan discussie en een zich in kampen ingraven ons almaar verder van de waarheid drijft, want die ligt, laat ons dat niet vergeten, meestal in het midden. (En soms kunnen twee tegengestelde zaken ook gewoon allebei waar zijn.)

Dus wanneer ik in de commentaren op mijn blog lees dat iemand het niet met me eens is, of ik lees een blogpost waarin zaken staan waar ik het niet mee eens ben, dan ben ik blij. Eerst voel ik natuurlijk altijd een ongemak, soms zelfs iets van angst. Maar daarna denk ik: we zien het tenminste. We lezen elkaars mening, en nu kunnen we erover praten. In mijn ideale wereld gebeurt dat op een respectvolle manier waarbij beide partijen zowel hun eigen mening als die van de ander tegen het licht houden. In mijn ideale wereld stellen beide partijen dan hun mening een beetje bij (tenzij er echt één iemand is die het helemaal bij het rechte eind heeft, maar hoe vaak komt dat voor?) en beseffen soms zelfs dat ze au fond hetzelfde willen. (Dat bijstellen van je eigen mening is natuurlijk het moeilijkste, daar ben ik zelf nog hard in aan het bijleren.)

Dat wou ik dus even zeggen: als je iets leest en je voelt je er ongemakkelijk bij, dan zit je nog niet helemaal in je filter bubbel en ben je eigenlijk nog goed bezig.

Het einde van cash?

Ik ging vanmorgen neerzitten om een blogpost te schrijven over hoe in deze coronacrisis de armen armer worden en de rijken rijker, maar bedacht me dat ik nog naar de buurtwinkel moest om shampoo. (Ik gebruik liefst een shampoo zonder al te veel chemische rommel, en die hebben ze hier niet in de supermarkt.) Dus stapte ik de fiets op, met mondmasker en pet, en trotseerde de plakkende hitte en de brandende zon.

In de buurtwinkel aangekomen koos ik dezelfde shampoo als altijd. Vier euro kost zo´n fles. Dat kwam me goed uit, want ik had een briefje van tien euro bij, en het idee was dat ik dan met het wisselgeld een briefje van vijf zou terugkrijgen. Briefjes van vijf heb ik nodig om wekelijks mijn aandeel te betalen wanneer we met de groep het repetitielokaal huren.

De dame van de buurtwinkel had echter geen wisselgeld. “Iedereen heeft vandaag met briefjes betaald,” zei ze. “Ik heb niets meer over. En bij de bank willen ze me geen kleingeld meer geven. Ik moet naar een bank twee dorpen verder gaan om munten te gaan vragen. Maar ik sta er hier alleen voor, dus ik geraak daar niet altijd.”

Ik knikte, en drukte een donker vermoeden uit dat ik almaar meer bewaarheid zie worden. “Ze maken van deze crisis gebruik om iedereen met de kaart de laten betalen,” zei ik. “Dan hebben ze meer controle over wat er met ons geld gebeurt. Terwijl het helemaal niet bewezen is dat het virus wordt overgedragen via cash geld.”

De mevrouw achter me in de rij mengde zich in het gesprek: “Ze willen dat we alles via onze telefoon betalen! Dat is hoe ze ons willen controleren: via onze telefoons.”

“Ja,” zei de winkeldame, “en voor oude mensen is dat echt een probleem. Die kunnen daar helemaal niet mee overweg.”

Op weg naar huis bedacht ik me: hoe vrij zijn we nog, wanneer langzaam maar zeker het geld uit onze handen getrokken wordt? Op van die listige manieren als de winkels van minder wisselgeld voorzien, en de “prijs” voor het afhalen van cash geld uit machines optrekken? (Ik kon dat vroeger gratis, nu betaal ik daar zo´n twee euro voor -voor het afhalen van mijn eigen geld. Is dat niet crimineel?)

Dat knagend ongemak vond ik zonet degelijk verwoord in dit artikel uit The Guardian:

“Een samenleving zonder cash geld is goedkoper (de verspreiding van bankbriefjes kost elk jaar miljarden) and veiliger (het ondermijnt de zaken van tasjesdieven en drugdealers). En voor millenials met hun smartphone in de aanslag is het vooral veel handiger.

De nadelen? Slecht nieuws voor iedereen die afhangt van cash donaties, van straatmuzikanten over bedelaars tot kerken. Bovendien zullen sommige mensen hun uitgaven niet in de hand kunnen houden, omdat ze niet in staat zijn hun budget te beheren. Zij die in de marges van de samenleving leven, zij die niet formeel in de banksystemen zitten, zouden een soort non-personen kunnen worden.

De banken zijn grote fans van deze overgang naar een cashloze maatschappij, en dat alleen al zou een reden tot bezorgdheid moeten zijn. Een handvol grote spelers, zoals Visa en Mastercard, zullen de volledige betalingsinfrastructuur controleren -tot een of beiden crashen, wat een lamleggen van het gehele financiële systeem tot gevolg kan hebben, ook al is het maar tijdelijk.

En dan zijn er de “Big Brother” implicaties, waarbij elke uitgave geregistreerd wordt en traceerbaar is.” 

Heel concreet: stel je voor dat je eten moet kopen omdat je niets meer in huis hebt. Je hebt een briefje van twintig euro in de hand -geen probleem. The food is yours. Een tweede mogelijkheid: je hebt geen cash geld, maar wel een bankkaart. Je bankkaart wordt geweigerd, om wat voor reden dan ook. Er staat nog voldoende geld op je kaart, maar iets of iemand in het systeem zorgt ervoor dat jij niet aan je geld kan. Wat dan?

En betalen met je telefoon, nog zoiets. Ik heb de app van de bank op mijn telefoon verwijderd. Ik vond het zo´n eng idee dat ik met een ding rondliep waarop een code van vier (of vijf?) cijfers het enige was wat de toegang tot al mijn spaargeld in de weg stond. Via mijn bankkaart kan je tenminste niet aan mijn spaarrekening, maar via zo´n app kan je aan alles. En weet ik veel waar hackers tegenwoordig toe in staat zijn.

De cashloze maatschappij: ik zie ze niet graag komen.

 

 

 

 

 

De Orde van de Pad: achter de schermen

Een paar mensen vroegen me, na het lezen van dit kortverhaal, of die Antonio echt bestaat, en hoe het zit met dat paddengif/medicijn. Dus zal ik hier even wat meer uitleg geven over hoe ik tot dat kortverhaal gekomen ben.

Het begon met een video van Miscelánea Mexicana, getiteld “El profeta del sapo”, die een (hippie) vriend me vorig jaar doorstuurde. Daarin zie je hoe dokter Octavio Rettig´s nachts in de Mexicaanse woestijn op zoek gaat naar Coloradopadden, en hun klieren uitknijpt. Met de slijmerige opbrengst daarvan brouwt hij een drug/medicijn en met dat goedje brengt hij drugsverslaafden weer op het juiste pad (pun not intended). Niet dat ik er hier reclame voor wil maken, en het is ook maar de vraag in hoeverre dit allemaal risicoloos is, maar soit. Voor wie Spaans wil oefenen, zal ik onderaan de video zetten.

Risicoloos of niet, het was wel impressionant om te zien hoe zij die de drug kregen toegediend een overweldigend gevoel van eenheid en grenzeloze liefde ervaarden. En aangezien ik die video zag rond de tijd dat de extreem-rechtse partij Vox weer meer in het nieuws kwam, was de link al snel gelegd: wat zou er gebeuren als je extreem-rechtse politici die drug toediende? Zouden die nadien nog steeds in staat zijn hun gedachtegoed te verdedigen? Kan je bijvoorbeeld, na het ervaren van totale liefde en verbondenheid, nog steeds blijven beweren dat vluchtelingen die in de Middellanse Zee verdrinken niet gered mogen worden?

En wat als er een groep activisten het op zich zou nemen om bepaalde politici te gaan “bekeren” -op een wel heel onorthodoxe manier? Hoe zouden ze te werk gaan? Wat zouden de gevolgen zijn? Heiligt het doel de middelen?

Dat zijn een aantal van de vragen die ik met dit kortverhaal wou oproepen.

Ter voorbereiding heb ik ook een toespraak van één van de kopstukken van Vox bekeken, en daarop is de eerste paragraaf gebaseerd. Nu ja, ik heb de helft bekeken, want na vijftien minuten kon ik het niet meer aan. Dat gedachtegoed is immers niet gemaakt met het welzijn van geëmigreerde vrouwen in het achterhoofd. Een beetje paddenmedicijn zou die man vast geen kwaad doen, denk ik stiekem.