schrijfuitdaging: kinderversje

Altijd leuk, de schrijfuitdagingen van Schaap Schrijft. Deze week werd ons gevraagd een  tekst te schrijven bij onderstaande afbeelding (mijn bijdrage vind je onder de prent):  

 

 

krullenbol op blote voeten

rood haar en een rode bril

weet precies wat ze niet wil:

dingen moeten, zoals school

groot gelijk, zegt krokodil

 

 

Advertenties

Uw rafelkath in VERZIN magazine

Ik vroeg me al een tijdje af of creatieve geesten meer aanleg hebben voor psychische problemen. En blijkbaar was ik niet de enige, het heeft zelfs een naam: de Genius Madness Theory.

Nog wat extra zoekwerk verricht, alles neergeschreven in artikelvorm, en dat opgestuurd naar Verzin, het magazine voor wie graag in zijn/haar pen kruipt.

Daarin wordt het deze maand gepubliceerd, onder de titel “Schrijven is gekkenwerk”.

Wie geïnteresseerd is, kan het artikel hier online lezen.

 

PS, voor wie het gelezen heeft: de dees heeft effectief dit boven haar bureau hangen (waar of niet, het helpt wel in moeilijke tijden):

no misery no poetry

(en het hangt er zo schattig)

 

Boekenbeurs -of toch niet

Vrijdagavond bij mijn schoonouders in Valencia gaan slapen, zodat ik op zaterdagmorgen op tijd op de luchthaven zou geraken.

Om middernacht komt mijn schoonvader de telefoon brengen. Mijn man wil me spreken;  het is dringend. Ik neem de telefoon aan en hoor: “They cancelled your flight.”

F*ck.

Dus ik uit bed, naar de computer. Inderdaad: staking op Zaventem bij Aviapartner. Geen vluchten meer te vinden, behalve een van Airfrance voor 300 euro. Ik kruip weer in bed en maak in mijn hoofd een lijstje:

geen Boekenbeurs met Evelien – geen boekvoorstelling met Christine en Sofie – geen kortverhaal presenteren op het podium van het schrijfsalon – geen stoofvlees bij Bert en Katrien (aaargh! het beste stoofvlees ever!) – geen dichtersdate met De Letterkoek – geen bloggersdate met Kleine Atlas – geen avondje grappen en grollen met Loes

*zucht*

Maar ik kan wel uitslapen.

En mijn dochter gaat het ge-wel-dig vinden dat ik thuisblijf.

De volgende ochtend grabbel ik alle centen bij elkaar die ik gespaard had voor treinreizen in België, wandel helemaal te voet naar het centrum van Valencia, en koop een gigantisch stuk zwarte stof. Ik wandel helemaal te voet weer terug naar het huis van mijn schoonouders en stuur een berichtje naar de funk band: “Ik kom vanavond toch!”

Om zes uur stap ik het repetitielokaal binnen met mijn handbagage op wieltjes. De andere zangeres is niet echt blij me te zien -ze dacht dat ze deze repetitie voor zichzelf zou hebben. Maar ik kom niet om te zingen: ik kom om de pianiste te ontmoeten die vandaag voor het eerst met ons komt meespelen. Ze komt uit Oekraïne en, zoals meteen bij het eerste nummer blijkt, ze speelt echt heel goed.

Na de repetitie wandel ik door de regen (toch een beetje België) naar het station van Benimaclet en neem de metro naar Rafelbunyol.

De volgende dag (zondag, de dag van de boekvoorstelling) ben ik alleen thuis en zet ik me aan het werk. Blijkt dat er niets zo goed is om je aandacht af te leiden als het knippen van een enorm stuk glibberige stof op een gladde tafel. De jurk met vleermuismouwen die daar aan het eind van de dag uit tevoorschijn komt, is niet wat ik me had voorgesteld. Maar wat is er ooit zoals we het ons hadden voorgesteld? Aan het werk blijven, dat is de boodschap. En genieten van het mooie van elke dag.

En een van die mooie dingen op die eerste koude zondag van het najaar, is het berichtje dat die lieve, lieve Sofie me stuurt. Ze heeft een foto gemaakt van de bespreking die Vitalski in het boek bij mijn kortverhaal heeft gezet. Dat maakt meteen alles goed. Ik zal jullie de hele tekst besparen (daarvoor kan je het boek kopen, haha), maar de eerste alinea wil ik jullie niet onthouden:

Economy of love is een zeer origineel verhaal, wat op zich al een grote verdienste is, want hoeveel miljarden verhalen zijn er al wel niet verteld op onze planeet? Bovendien is het ook werkelijk een verhaal, met een flink aantal wendingen, alles bij elkaar telkens zo onvoorspelbaar en opzienbarend dat ze uit een bundel Verrassende vertellingen van Roald Dahl hadden kunnen komen.”

Roald Dahl!

Twee woorden, en mijn dag kon niet meer stuk.

 

 

Stukje droom dat alvast uitkomt

Van Creatief Schrijven een uitnodiging gekregen voor de boekvoorstelling van dit boek, waarin een van mijn kortverhalen wordt gepubliceerd.

Jeej!

Daarmee ben ik in mijn belevingswereld dus toch al een beetje auteur, samen met 24 andere co-auteurs. En 24 is mijn geluksgetal! Er bestaat geen toeval, beste mensen.

Ondergetekende zal dus binnenkort naar de Boekenbeurs vliegen (zeer letterlijk), alwaar zij met 24 andere nobele schrijfliefhebbers (onder andere Christine Van den Hove en Sofie) het gat zal trachten op te vullen dat Pieter Aspe daar dit jaar achterlaat. Zoals altijd: indien de gezondheid het toelaat.

Het moet natuurlijk wel lukken dat ze er net het ondeugendste verhaal hebben uitgekozen (economy of love), en ik heb er geen idee van wat voor commentaar erbij gaat staan. Maar dat houdt het leven spannend, zeker?

 

 

 

 

Plan C: af!

Tussen alle computerproblemen, migraines en onhandige schooluren door is het dan toch gelukt dat manuscriptje af te werken. Aha! Wie had dat gedacht? Het heeft me vijf versies gekost, en dat getal vijf roept me nu toe: “Het is welletjes geweest. Niet meer herschrijven, anders blijf je bezig.” Daar zullen we dan maar naar luisteren.

Deze drie dingen heb ik alvast bijgeleerd:

1.Hoe ontzettend belangrijk nalezers zijn. Dat wist ik op zich al wel uit de feedback die ik eerder op kortverhalen had gekregen, maar omdat het hier om een groter geheel ging, was het extra interessant om te zien hoe elk van hen met de tekst en het verhaal omging. Ik heb er enorm veel van geleerd, van iedere persoon die de tekst heeft nagelezen. En van ieder van hen heb ik dingen meegenomen in de herwerking. Dus hierbij nog eens: lieve nalezers, duizend maal dank voor jullie tijd en moeite! Dat is een zeer groot kado voor mij geweest.

2.Hoe sterk je eigen relatie met de tekst kan veranderen. Ook daarvan had ik al wel een vermoeden, omdat ik het al tegengekomen was in boeken over schrijven, maar het was nu voor het eerst dat ik het zelf zo duidelijk meemaakte. Dat ging dus echt van “o, dit is zo leuk” over “tja, hier zullen we het mee moeten doen” tot “man, dit trekt echt op niks”. Op een bepaald moment zit je trouwens zo diep in die tekst dat je er totaal geen zicht meer op hebt. Heel vervelend. Net daarom is eerlijke feedback zo belangrijk, natuurlijk.

3.Hoe de afstand in tijd en ruimte zijn tol begint te eisen. Ik zit nu bijna tien jaar in Spanje, en er zijn bepaalde veranderingen in de Belgische samenleving die ik niet heb meegemaakt. Vaak vroeg ik me af: ik zit hier te schrijven over een Vlaams gezinnetje in het jaar 2018, maar leven Vlaamse gezinnen nog wel zo dezer dagen? Bovendien heb ik gedurende al die jaren een relatief beperkte input qua Nederlandse taal gehad. Dat is iets wat ik met het volgen van blogs en het mailen met Vlaamse vrienden wat probeer tegen te gaan, maar desalniettemin moet ik steeds vaker een omweg maken via het Spaans en het Engels om aan een bepaald Nederlands woord te geraken.

Er waren nog twee mensen die me aangeboden hadden het nog eens door te lezen na de herwerking. Als die daar nog steeds zin in hebben, wil ik het gerust opsturen (ook aan anderen die wat lichte zomerlectuur willen), maar niemand hoeft zich verplicht te voelen, hoor. Ik zit nu immers in dat “o, dit trekt echt op niks” stadium, dus het opsturen vraagt veel moed. Terwijl het nu echt wel beter is dan de eerste versie die ik heb doorgestuurd (daar durf ik nu zelfs niet te hard op doordenken). Mannekes toch, hoe ver buiten de comfort zone ligt het delen van eigen werk?

Bueno, en nu de hele handel opsturen naar een uitgeverij of twee. Niet omdat ik geloof dat daar op korte termijn daadwerkelijk iets van gaat komen, maar omdat ik geloof dat je honderd zaadjes moet planten om aan een handvol bloemen te geraken.

 

 

 

Roodkapje: Tip van de Week

Mijn bewerking van Roodkapje werd op azertyfactor.be getipt door Wally De Doncker.

Jeej!

Hij spotte ook de schrijffout in de eerste regel, die ik meteen verbeterd heb, natuurlijk. Aaargh, kon mezelf wel voor het hoofd slaan… Da´s dan een regel die ik echt goed ken, en zelfs onderwezen heb. En ik heb die tekst zo vaak herschreven. Altijd overgekeken dus.

Maar (en hier komt het wellicht zwakke doch welgemeende excuus) ik heb het altijd een vervelende regel gevonden. De regel in het Engels is veel logischer: als het om een meervoud gaat: S eraan vast. Als het om een bezitsvorm gaat: weglatingsteken + S. Ik heb nooit begrepen waarom ze dat in het Nederlands ook niet zo doen. Want die regel in het Nederlands lijkt simpel totdat dat Y op de proppen komt. En de doffe E. Maar soit.

Hoe dan ook: het bewijst nog maar eens hoe belangrijk het is je teksten door taalvaardige derden te laten nalezen. Want zodra je zelf twee keer over een schrijffout heen hebt gekeken, merk je ze waarschijnlijk niet meer op.

En wat dat kortverhaal betreft: ik zou graag op een dag ook nog eens een bundeltje kortverhalen schrijven met als titel “Sprookjes zoals ze echt gebeurd zijn”. Maar dat zal dan toch voor na Plan A en C zijn, vermoed ik.

 

 

 

 

Uw rafelkath in Femma

De mensen van Femma hebben me gevraagd om voor hun februarinummer een artikel te schrijven over hoe het is om een nieuwe thuis op te bouwen in een ander land. En dat heb ik uiteraard met veel plezier gedaan. Er komen ook een paar foto´s bij naar het schijnt… Ik ben zeer benieuwd!

Mijn dochter loopt al overal te verkondigen dat ze beroemd gaat worden in België 🙂  (En dat ze een exemplaar van het magazine mee naar school wil nemen, want een van haar vriendinnetjes gelooft haar niet.)

 

 

 

 

 

 

 

 

Plan C

Na alle feestheisa en een volle stempelkaart van virale infecties (ik denk dat we deze winter alle onschuldige varianten gehad hebben) is het tijd om weer eens aan de slag te gaan. En terwijl Plan A langzaamaan vorm krijgt, wil ik eigenlijk eerst iets anders afwerken.

Anderhalf jaar geleden heb ik een zomervakantie lang het fictieve dagboek van een hoogbegaafde zesjarige bijgehouden (dat is hier te lezen). De bedoeling is om dat volledig te herwerken, er dubbel zoveel materiaal bij te schrijven en er daarna een uitgever voor te zoeken. Heel erg ambitieus, ik weet het. Maar een mens moet iets, he.

Dit ga ik eraan veranderen, onder andere:

* de naam van het hoofdpersonage (van Ines naar Saartje, denk ik)

* haar een jaartje ouder maken en het taalniveau proberen gelijk te schakelen met haar leeftijd

* een paar nevenpersonages beter uitwerken (Gwendolien, de buurman, de yogaleraar)

*de dagen aanpassen zodat ze gelijklopen met de kalender van 2018 (voor de maanden juli en augustus)

Met de midlife-crisissen van de ouders (waar het verhaal uiteindelijk echt over gaat) zit het wel goed, denk ik.

Bueno.

Aan de slag.

 

 

 

 

 

Een halfafgewerkte, visuele liefdesverklaring aan het Vlaams en het Nederlands

Ondanks het feit dat mijn eigen Nederlands een nogal hoog Astrid Bryan gehalte heeft, ben ik een groot liefhebber van mijn moedertaal. Ik las dan ook met veel plezier Loes´ Ode aan het Nederlandsch. Ze eindigt die post met: Er zijn nog zoveel meer mooie woorden, zoals rompslomp en dartelen en dwaallicht, vergeet-me-nietje en doodstil. Wat zijn joufavorieten?

Het antwoord op die vraag was ik al een paar jaar eerder beginnen formuleren, op een vel van een tekenblok. Bij deze:

woorden

(En nu zie ik juist dat vergeet-mij-nietje er daar ook tussenstaat 🙂 )

 

 

 

Stap 4: Schrijven + Plan B (+ Plan C + Plan D)

Ondertussen dus echt in een schrijfroutine geraakt via deze hack: naar de bib gaan en daar achter een computer gaan zitten. Zo kreeg ik tenminste het gevoel dat ik echt aan het werk was. Want als ik thuis bleef, stond ik de hele dag was op te hangen.

Maar nu ik wat routine heb opgebouwd, blijf ik wel weer thuis, want op de computers in de bib hebben ze geen Word (I kid you not). Wel een soort notepad, waardoor ik bij het overzetten van documenten op mijn eigen computer een kwartier bezig was met gesplitte woorden weer aan elkaar zetten.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik momenteel niet meer aan het boek aan het schrijven ben (al is dat nog steeds plan A), maar dat er iets anders is tussengekomen, een Plan B. Dat wil ik voor zondag afwerken, en dan gaan we weer verder met Plan A. En dan is er ook nog een Plan C en eigenlijk ook een Plan D. Dat krijg je met zo´n overactieve rechterhersenhelft. Nu is het zaak de linkerkant wat aan te zwengelen om dat allemaal op een lijn te krijgen.

Plan B

Op 5 november 2013 sloot het Valenciaanse televisiestation Canal Nou zijn deuren. Bijna 1000 werknemers stonden daarmee op straat en er werd een schuldenberg van 1200 miljoen euro achtergelaten (maar de PP vond het niet nodig daar een onderzoek aan te wijden). Sindsdien is er geen enkel televisieprogramma in het Valenciaans te bekijken. Er zijn alleen nog Catalaanse zenders, en al de rest is Spaans uiteraard. Ondertussen heeft de PP hier na een kwart eeuw heerschappij de scepter moeten doorgeven aan PSOE en Compromís, en die proberen nu het televisiestation weer op poten te krijgen.

Dus ik dacht: laat ik eens een televisieprogramma voor kinderen schrijven, in het Valenciaans. Met wat Engels erbij. Iets dat 10 minuten duurt ongeveer, een beetje grappig is, met wat kleurrijke personages. Ik heb er met wat mensen over gepraat, ideeën verzameld, een concept uitgeschreven, en daarna heb ik een aflevering uitgewerkt, waaraan ik nu de laatste hand aan het leggen ben. Dat ga ik door een paar mensen laten nalezen, en dan geef ik het zondag aan mijn schoonbroer. Die staat met zijn beide voeten in de Valenciaanse mediawereld, dus die weet waar het terecht moet komen.

De kans is wel heel erg klein dat er iets mee gebeurt, want Canal Nou maakte maar erg weinig programma´s zelf. De meeste werden aangekocht van productiehuizen, en die zijn er hier bijna niet (ah nee, want er is geen tv-station meer). Daarvoor zou je al naar Catalonië moeten. Maar soit, we kunnen maar proberen. Je moet honderden zaadjes planten als je een handvol bloemen wil, nietwaar? (Zie: beginselverklaring.)

Over Plan C en D vertel ik later -die zijn trouwens in het Nederlands, dus dat zal voor  jullie wat interessanter zijn 🙂