Schrijven om de duivel uit te drijven

Een opmerking van Koen Schyvens (our man in Maputo) herinnerde me eraan dat ik nog een belangrijk antidotum vergeten ben in deze lijst, namelijk: schrijven.

Ik veronderstel dat elke activiteit die je graag doet en die je zelfvertrouwen geeft een goede preventie is tegen psychisch lijden. In mijn geval heeft creatief schrijven me dus zeker geholpen om dammen op te werpen tegen dreigende depressies.

Er is echter nog een andere vorm van schrijven die soms acuut hulp bood wanneer ik middenin een aanval zat. Het is een soort van schrijven die niets te maken heeft met schrijfkriebels of inspiratie, en die iedereen kan toepassen (volgens mij). Daarom wil ik er hier dieper op ingaan.

De werkwijze is zeer eenvoudig: je neemt een blad papier, en je begint te schrijven. Je schrijft alles neer wat er in je opkomt, wat het ook is. Je haalt je gedachten uit je hoofd en zet ze neer op papier. Dat kan heel therapeutisch werken, heb ik gemerkt. Ten eerste omwille van de fysieke actie (je bent met iets doelgerichts bezig in plaats van de muren op te lopen), ten tweede omdat je de negativiteit van binnen naar buiten brengt (depressie is een soort van opkroppen, van binnenhouden), en ten derde omdat het makkelijker is de denkfouten in je gedachtegang te herkennen wanneer je ze zwart op wit ziet staan. Depressieve gedachten klinken veel harder op papier. Het is ongelooflijk wat voor rotzooi we onszelf wijsmaken onder invloed van een depressie, maar het is vaak pas wanneer je het op papier zet dat je beseft wat er allemaal in het duister van je hoofd omgaat.

Soms zie je het niet meteen. Daarom kan het nuttig zijn die schrijfsels na een paar uur of een paar dagen later opnieuw te bekijken. En dan die ideeën tegen te spreken. Dat is hoe je tegen depressie vecht: je moet jezelf leren tegenspreken. Vechten tegen depressie is: met heel je lijf voelen hoe nutteloos je bent, met volle overtuiging denken “ik ben niets waard”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “dat is onzin, ik hou van jou en er zijn zoveel mensen die jou graag zien.” Of met heel je lijf voelen dat niets zin heeft, met volle overtuiging denken “dit bestaan is een goddelijke grap, ons leven een uitstel van executie”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “er is hoop, er is liefde, er is vreugde. Nu voel je het niet, maar straks weer wel.”

Het is heel zwaar werk, en het heeft niet meteen effect. Maar oefening baart kunst. Dus in die Eerste Hulp Bij Depressie-kit zou ik zeker en vast een potlood en een notaboekje steken.

 

 

 

 

 

Advertenties

Sneeuwwitje: achter de schermen

Best wel opgelucht dat dat eerste sprookje er alvast opstaat. Het is toch iets heel anders om te zeggen “ik ga dit of dat schrijven tegen volgende week” dan om met iets naar buiten te komen wat al kant en klaar is. Een interessante oefening dus.

Wat me opviel: als je het op de website ziet staan, lijkt het alsof het daar regelrecht en van de eerste keer getypt werd. Maar niets is minder waar. Daarom dacht ik van hier even te laten zien hoe het eraan toegaat in de schrijfkeuken: al het gepruttel en geborrel en gesmos waar je doorheen moet vooraleer er zo´n propere tekst staat te blinken op het scherm.

De eerste stap is mijn geval een klein Harry Potter-schriftje waarin ik een lijstje van sprookjes heb gemaakt. Van elk sprookje dat me doenbaar lijkt, heb ik alvast een korte inhoud geschreven.

 

De volgende stap is een schrift van A4-formaat met een minder frivole, maar wel hardere kaft, zodat je geen tafel nodig hebt om te schrijven. Daarin komt de eerste versie in potlood, plus losse zinnetjes en woorden waarvan ik denk dat ik ze later kan gebruiken. Er wordt ook lekker veel in geschrapt en gegomd.

schrift 1b

Zodra ik een paar paragrafen op papier heb, typ ik ze over in een computerbestand. Tijdens dat overtypen verandert er behoorlijk veel. Heb ik een deel af, dan sla ik het op onder de noemer “(titel) 1”.

Wanneer ik eraan voortwerk, kijk ik alles wat ik de vorige keer geschreven heb nog eens na, en brei er een nieuw stuk aan. Dat sla ik op als “(titel) 2”, kwestie van oud materiaal niet te verliezen. En zo brei ik langzaam het hele verhaal aan elkaar, telkens het eerder geschreven stuk aanpassend en verbeterend.

screenshot

Wanneer het dan eindelijk online staat, kijk ik het nog een laatste keer na om er spelfouten uit te halen en wat kleine verbeteringen in aan te brengen. Dan zie ik altijd nog een paar zinnen staan waar ik niet helemaal tevreden over ben, maar die laat ik voorlopig staan.

Et voilà, zo werkt dat hier dus.

 

 

 

Reclaam: lees eens een blovel

Géén typefout in de titel: blovel is een echt woord. Het is een kruising tussen een blog en een novelle. Fijn leesvoer dus, in hapklare afleveringen, en de laatste nieuwe stap in de ontwikkeling van de oeroude roman. Want dit is puur millenium-stuff: interactie met je lezers tijdens de opbouw van je verhaal, waardoor je meteen reacties krijgt en kan bijsturen.

Christine is er een paar weken geleden een mooie begonnen, onder de titel Chris! Een aangename leeservaring voor wie om de twee dagen een paar minuutjes naar Zuid-Frankrijk wil ontsnappen -ik ben alleszins al helemaal mee 🙂

De eerste aflevering kan je hier lezen. En een leuke extra is dit kijkje achter de schermen.

Veel leesplezier!

 

Uw rafelkath in VERZIN magazine

Ik vroeg me al een tijdje af of creatieve geesten meer aanleg hebben voor psychische problemen. En blijkbaar was ik niet de enige, het heeft zelfs een naam: de Genius Madness Theory.

Nog wat extra zoekwerk verricht, alles neergeschreven in artikelvorm, en dat opgestuurd naar Verzin, het magazine voor wie graag in zijn/haar pen kruipt.

Daarin wordt het deze maand gepubliceerd, onder de titel “Schrijven is gekkenwerk”.

Wie geïnteresseerd is, kan het artikel hier online lezen.

 

PS, voor wie het gelezen heeft: de dees heeft effectief dit boven haar bureau hangen (waar of niet, het helpt wel in moeilijke tijden):

no misery no poetry

(en het hangt er zo schattig)

 

Boekenbeurs -of toch niet

Vrijdagavond bij mijn schoonouders in Valencia gaan slapen, zodat ik op zaterdagmorgen op tijd op de luchthaven zou geraken.

Om middernacht komt mijn schoonvader de telefoon brengen. Mijn man wil me spreken;  het is dringend. Ik neem de telefoon aan en hoor: “They cancelled your flight.”

F*ck.

Dus ik uit bed, naar de computer. Inderdaad: staking op Zaventem bij Aviapartner. Geen vluchten meer te vinden, behalve een van Airfrance voor 300 euro. Ik kruip weer in bed en maak in mijn hoofd een lijstje:

geen Boekenbeurs met Evelien – geen boekvoorstelling met Christine en Sofie – geen kortverhaal presenteren op het podium van het schrijfsalon – geen stoofvlees bij Bert en Katrien (aaargh! het beste stoofvlees ever!) – geen dichtersdate met De Letterkoek – geen bloggersdate met Kleine Atlas – geen avondje grappen en grollen met Loes

*zucht*

Maar ik kan wel uitslapen.

En mijn dochter gaat het ge-wel-dig vinden dat ik thuisblijf.

De volgende ochtend grabbel ik alle centen bij elkaar die ik gespaard had voor treinreizen in België, wandel helemaal te voet naar het centrum van Valencia, en koop een gigantisch stuk zwarte stof. Ik wandel helemaal te voet weer terug naar het huis van mijn schoonouders en stuur een berichtje naar de funk band: “Ik kom vanavond toch!”

Om zes uur stap ik het repetitielokaal binnen met mijn handbagage op wieltjes. De andere zangeres is niet echt blij me te zien -ze dacht dat ze deze repetitie voor zichzelf zou hebben. Maar ik kom niet om te zingen: ik kom om de pianiste te ontmoeten die vandaag voor het eerst met ons komt meespelen. Ze komt uit Oekraïne en, zoals meteen bij het eerste nummer blijkt, ze speelt echt heel goed.

Na de repetitie wandel ik door de regen (toch een beetje België) naar het station van Benimaclet en neem de metro naar Rafelbunyol.

De volgende dag (zondag, de dag van de boekvoorstelling) ben ik alleen thuis en zet ik me aan het werk. Blijkt dat er niets zo goed is om je aandacht af te leiden als het knippen van een enorm stuk glibberige stof op een gladde tafel. De jurk met vleermuismouwen die daar aan het eind van de dag uit tevoorschijn komt, is niet wat ik me had voorgesteld. Maar wat is er ooit zoals we het ons hadden voorgesteld? Aan het werk blijven, dat is de boodschap. En genieten van het mooie van elke dag.

En een van die mooie dingen op die eerste koude zondag van het najaar, is het berichtje dat die lieve, lieve Sofie me stuurt. Ze heeft een foto gemaakt van de bespreking die Vitalski in het boek bij mijn kortverhaal heeft gezet. Dat maakt meteen alles goed. Ik zal jullie de hele tekst besparen (daarvoor kan je het boek kopen, haha), maar de eerste alinea wil ik jullie niet onthouden:

Economy of love is een zeer origineel verhaal, wat op zich al een grote verdienste is, want hoeveel miljarden verhalen zijn er al wel niet verteld op onze planeet? Bovendien is het ook werkelijk een verhaal, met een flink aantal wendingen, alles bij elkaar telkens zo onvoorspelbaar en opzienbarend dat ze uit een bundel Verrassende vertellingen van Roald Dahl hadden kunnen komen.”

Roald Dahl!

Twee woorden, en mijn dag kon niet meer stuk.

 

 

Stukje droom dat alvast uitkomt

Van Creatief Schrijven een uitnodiging gekregen voor de boekvoorstelling van dit boek, waarin een van mijn kortverhalen wordt gepubliceerd.

Jeej!

Daarmee ben ik in mijn belevingswereld dus toch al een beetje auteur, samen met 24 andere co-auteurs. En 24 is mijn geluksgetal! Er bestaat geen toeval, beste mensen.

Ondergetekende zal dus binnenkort naar de Boekenbeurs vliegen (zeer letterlijk), alwaar zij met 24 andere nobele schrijfliefhebbers (onder andere Christine Van den Hove en Sofie) het gat zal trachten op te vullen dat Pieter Aspe daar dit jaar achterlaat. Zoals altijd: indien de gezondheid het toelaat.

Het moet natuurlijk wel lukken dat ze er net het ondeugendste verhaal hebben uitgekozen (economy of love), en ik heb er geen idee van wat voor commentaar erbij gaat staan. Maar dat houdt het leven spannend 😉

 

 

 

 

Plan C: af!

Tussen alle computerproblemen, migraines en onhandige schooluren door is het dan toch gelukt dat manuscriptje af te werken. Aha! Wie had dat gedacht? Het heeft me vijf versies gekost, en dat getal vijf roept me nu toe: “Het is welletjes geweest. Niet meer herschrijven, anders blijf je bezig.” Daar zullen we dan maar naar luisteren.

Deze drie dingen heb ik alvast bijgeleerd:

1.Hoe ontzettend belangrijk nalezers zijn. Dat wist ik op zich al wel uit de feedback die ik eerder op kortverhalen had gekregen, maar omdat het hier om een groter geheel ging, was het extra interessant om te zien hoe elk van hen met de tekst en het verhaal omging. Ik heb er enorm veel van geleerd, van iedere persoon die de tekst heeft nagelezen. En van ieder van hen heb ik dingen meegenomen in de herwerking. Dus hierbij nog eens: lieve nalezers, duizend maal dank voor jullie tijd en moeite! Dat is een zeer groot kado voor mij geweest.

2.Hoe sterk je eigen relatie met de tekst kan veranderen. Ook daarvan had ik al wel een vermoeden, omdat ik het al tegengekomen was in boeken over schrijven, maar het was nu voor het eerst dat ik het zelf zo duidelijk meemaakte. Dat ging dus echt van “o, dit is zo leuk” over “tja, hier zullen we het mee moeten doen” tot “man, dit trekt echt op niks”. Op een bepaald moment zit je trouwens zo diep in die tekst dat je er totaal geen zicht meer op hebt. Heel vervelend. Net daarom is eerlijke feedback zo belangrijk, natuurlijk.

3.Hoe de afstand in tijd en ruimte zijn tol begint te eisen. Ik zit nu bijna tien jaar in Spanje, en er zijn bepaalde veranderingen in de Belgische samenleving die ik niet heb meegemaakt. Vaak vroeg ik me af: ik zit hier te schrijven over een Vlaams gezinnetje in het jaar 2018, maar leven Vlaamse gezinnen nog wel zo dezer dagen? Bovendien heb ik gedurende al die jaren een relatief beperkte input qua Nederlandse taal gehad. Dat is iets wat ik met het volgen van blogs en het mailen met Vlaamse vrienden wat probeer tegen te gaan, maar desalniettemin moet ik steeds vaker een omweg maken via het Spaans en het Engels om aan een bepaald Nederlands woord te geraken.

Er waren nog twee mensen die me aangeboden hadden het nog eens door te lezen na de herwerking. Als die daar nog steeds zin in hebben, wil ik het gerust opsturen (ook aan anderen die wat lichte zomerlectuur willen), maar niemand hoeft zich verplicht te voelen, hoor. Ik zit nu immers in dat “o, dit trekt echt op niks” stadium, dus het opsturen vraagt veel moed. Terwijl het nu echt wel beter is dan de eerste versie die ik heb doorgestuurd (daar durf ik nu zelfs niet te hard op doordenken). Mannekes toch, hoe ver buiten de comfort zone ligt het delen van eigen werk?

Bueno, en nu de hele handel opsturen naar een uitgeverij of twee. Niet omdat ik geloof dat daar op korte termijn daadwerkelijk iets van gaat komen, maar omdat ik geloof dat je honderd zaadjes moet planten om aan een handvol bloemen te geraken.

 

 

 

Roodkapje: Tip van de Week

Mijn bewerking van Roodkapje werd op azertyfactor.be getipt door Wally De Doncker.

Jeej!

Hij spotte ook de schrijffout in de eerste regel, die ik meteen verbeterd heb, natuurlijk. Aaargh, kon mezelf wel voor het hoofd slaan… Da´s dan een regel die ik echt goed ken, en zelfs onderwezen heb. En ik heb die tekst zo vaak herschreven. Altijd overgekeken dus.

Maar (en hier komt het wellicht zwakke doch welgemeende excuus) ik heb het altijd een vervelende regel gevonden. De regel in het Engels is veel logischer: als het om een meervoud gaat: S eraan vast. Als het om een bezitsvorm gaat: weglatingsteken + S. Ik heb nooit begrepen waarom ze dat in het Nederlands ook niet zo doen. Want die regel in het Nederlands lijkt simpel totdat dat Y op de proppen komt. En de doffe E. Maar soit.

Hoe dan ook: het bewijst nog maar eens hoe belangrijk het is je teksten door taalvaardige derden te laten nalezen. Want zodra je zelf twee keer over een schrijffout heen hebt gekeken, merk je ze waarschijnlijk niet meer op.

En wat dat kortverhaal betreft: ik zou graag op een dag ook nog eens een bundeltje kortverhalen schrijven met als titel “Sprookjes zoals ze echt gebeurd zijn”. Maar dat zal dan toch voor na Plan A en C zijn, vermoed ik.

 

 

 

 

Uw rafelkath in Femma

De mensen van Femma hebben me gevraagd om voor hun februarinummer een artikel te schrijven over hoe het is om een nieuwe thuis op te bouwen in een ander land. En dat heb ik uiteraard met veel plezier gedaan. Er komen ook een paar foto´s bij naar het schijnt… Ik ben zeer benieuwd!

Mijn dochter loopt al overal te verkondigen dat ze beroemd gaat worden in België 🙂  (En dat ze een exemplaar van het magazine mee naar school wil nemen, want een van haar vriendinnetjes gelooft haar niet.)