Het Boek (9): contractvoorstel

Onlangs zat ik op de metro toen tegenover me een zwarte jongeman plaatsnam. Hij had, geheel volgens de coronaregels, een zitje opengelaten naast de andere persoon die al op dat bankje met drie zitplaatsen zat. Die andere persoon was een oud wit dametje, fragiel maar energiek ogend, met spierwit haar.

Het duurde even voor ik inzag wie daar tegenover me in de metro zaten: de twee hoofdpersonages uit mijn roman. Amadou en María Jesús. Wat een prachtig moment was dat… Dit voorval niet als een goed teken interpreteren zou een mate van cynisme vergen waartoe een romanticus als ik niet in staat is.

En kijk, nu ligt hier naast mijn laptop een contractvoorstel!

Voordat er in euforie wordt uitgebarsten: dat wil nog niet zeggen dat we er al zijn, er zijn nog veel stappen die genomen moeten worden. Maar er is alvast iemand in de uitgeverswereld die net als ik en jullie gelooft dat dit boek bestaansrecht heeft, en dat is een heel grote stap. En hoe ontzettend fijn is het om na vier jaar werkloosheid een contract aangeboden te krijgen. Het voelt alsof ik weer tot de grotemensenwereld behoor 🙂

Ik hou jullie op de hoogte…

Het verhaal van de vader

Wat er in de enveloppe zit, wil Marta weten. Dat moet genoteerd worden omdat ik het pak met spoed wil verzenden.

“Het manuscript van mijn boek,” zeg ik.

“Heb je een boek geschreven?” zegt Marta. “Wat spannend. Waarover gaat het?”

Dus geef ik mijn ondertussen al stevig ingeoefende elevator pitch over drie liefdesverhalen die schijnbaar niets met elkaar te maken hebben, maar toch met elkaar verbonden zijn.

“Liefdesverhalen, dat gaat Sonia graag lezen,” grinnikt Marta.

“O ja,” zegt Sonia, die achter het andere loket zit, “laat maar komen.” Ook de man die op dat moment voor Sonia´s loket staat, heeft onze conversatie gehoord. Het is een kalende vijftiger met een bril en een streepjeshemd. Hij draait zich naar me toe en zegt: “Als je een liefdesverhaal wil schrijven, dan heb ik er nog wel eentje voor je.” Ik besluit hem niet te wijzen op het feit dat de liefdesverhalen al geschreven zijn, want ik zie in zijn ogen dat hij me heel graag iets wil vertellen.

“Wat denk je hiervan: een zestienjarige die smoorverliefd is geworden op een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien.” Er komt een trek van bezorgheid op het gezicht van de man en even wordt de post waarvoor hij gekomen was vergeten. De twee postbeambten en de jonge schrijver geven hem hun volle aandacht.

“Wat het Internet met liefdesrelaties doet, dat valt toch niet te begrijpen,” gaat hij verder. “Drie leuke, knappe jongens heeft mijn dochter achter zich aanlopen, maar ze gunt ze geen blik waardig, want ze is helemaal verhangen aan een kerel die ze nog nooit heeft gezien. Ze kan aan niks anders meer denken. Maar wat weet je nou van iemand waarmee je alleen nog maar hebt gechat?” Zijn bezorgdheid gaat over in lichte wanhoop. “Er zijn toch dingen die je pas kan weten wanneer je iemand in het echt ziet?”

“Wat iemand uitstraalt,” beaam ik.

“Hoe iemand ruikt,” zegt Sonia.

“Precies!” roept de man. “Stel dat je iemand op het Internet leert kennen en een relatie begint, en pas nadien kom je erachter dat zijn tenen stinken!”

Ik vermoed dat dat niet helemaal is wat Sonia bedoelde, maar ik wil de man niet onderbreken. Hij lijkt echter gezegd te hebben wat hij wou zeggen en besluit met: “Ja, schrijf daar maar eens iets over. Daar heb je een verhaal.”

En ik denk: dat is niet het verhaal.

Het verhaal is niet dat van de verliefde Spaanse tiener die verlangt naar een Britse jongen die ze nog nooit heeft gezien. Het verhaal is dat van een vader die lijdzaam moet toekijken hoe het Internet het liefdesleven van zijn dochter gekaapt heeft en die zich zo machteloos voelt dat hij in een postkantoor het woord liefdesverhaal aangrijpt om bij een vreemde en twee postbeambten zijn hart te luchten.

Dat is het verhaal.

Ithaca

Morgen gaan we het in de poëzieworkshop van Christine Van den Hove over metaforen hebben. Dus dacht ik: laat ik eens flink mijn huiswerk doen, en een gedicht vertalen dat één lange metafoor is: Ithaca van Konstantino Kavafis.

Naar een andere Nederlandse vertaling heb ik niet gezocht, en ook de Engelse heb ik niet bekeken; ik kende alleen de Spaanse vertaling, en daar heb ik me op gebaseerd. En omdat ik niet uit de voeten kan met de tekstverwerking van wordpress (dat springt maar van tekstblok naar tekstblok), ga ik het op azertyfactor zetten, waar de layout iets geschikter is voor gedichten.

Dus wie het graag wil lezen, kan dat hier: https://azertyfactor.be/tekst-lezen/ithaca

En op de podcast (zie link hierboven naar Spotify) lees ik het natuurlijk meteen voor 🙂

Het Boek (6): duimen

Ik heb nog twee hoofdstukken te schrijven, en dan is het af…

Ondertussen heb ik al een pakketje klaar om naar uitgevers te sturen:

  • een brief waarin ik mezelf voorstel
  • een “schrijvers-CV”
  • een bundel met de synopsis van het boek en de eerste zes hoofdstukken

Dat eerste pakketje heb ik vanmorgen op de post gedaan, richting Standaard Uitgeverij. En zo meteen stuur ik er een per mail naar uitgeverij Vrijdag. Want het duurt altijd een paar weken vooraleer je een antwoord krijgt, en ondertussen kan ik dan het manuscript afwerken. (En ook: dan moet ik het wel afwerken.)

Dus wie wil duimen, mag dat vanaf nu beginnen doen 🙂

Het Boek (5): Shut Up & Write

2020 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik voor het eerst werd uitgenodigd tot Zoom-sessies (*). Hade haalde me uit de vergrendeling in mijn hoofd, en plantte me in groepen van gelijkgestemden en gelijkgetaalden, wat een heerlijke bevrijding was in dat bevreemdende voorjaar. Daarmee leerde ik meteen ook hoe dat zoomen werkt: hoe je in een virtuele vergadering kan binnenwandelen, hoe je je microfoon kan aan,- en uitzetten, dat soort dingen.

Dit najaar las ik dat Christine Van den Hove zoomsessies voor schrijvers host. Die vinden plaats onder de noemer Shut Up & Write, en hier legt Christine uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ha!, dacht ik, daar kan ik al mijn opgedane kennis omtrent het aan,- en uitzetten van microfoons naar believen inzetten! En dat doe ik sindsdien.

En ik vind het fantastisch. Want eindelijk, na al die jaren, heb ik het gevoel weer collega´s te hebben. Mensen met wie je een praatje kan slaan over je werk. Mensen die ik geconcentreerd naar hun scherm zie kijken wanneer ik even mijn tekstpagina wegklik en de zoomsessie naar de voorgrond breng. Mensen die ik om feedback kan vragen en van wie ik kan leren.

En dat Christine dat alles in goede banen leidt vanop een bergtop in Frankrijk, is dat geen sprookjesachtig beeld?

(*) zoensessies waren, naargelang het gezelschap, vast ook leuk geweest, maar dit was iets anders.

Het Boek (4)

Een maand lang heeft het schrijven stilgelegen.

Er waren een aantal zaken die me een tijdlang afleidden (bijlessen, ziekte), en ik geraakte maar niet opnieuw gestart. En ook voelde ik dat er iets ontbrak. Ik moest in het verhaal een cardioloog aan het woord laten, die in volle coronatijd aan het werk was, maar ik hoewel ik video´s had gezien en interviews had gelezen, voelde ik me niet voldoende in die leefwereld zitten om over die man te schrijven, ook al zou ik niet rechtstreeks over zijn werk moeten schrijven. Dus dat waren allemaal zaken die het heropstarten van het werk deden haperen.

Gisteren vroeg mijn dochter me of we naar de papierwinkel konden gaan, want ze had een nieuwe pennenzak nodig. Dus wij naar de papierwinkel. En daar lag een boekje, En primera linea van Gabriel Heras. Een getuigenis van een Madrileens intensivist over zijn werk in het ziekenhuis tijdens de eerste coronagolf. Ik kocht het met het geld dat ik die middag had verdiend met een bijles, begon er diezelfde avond nog in te lezen, en vanmorgen stonden de eerste woorden op papier.

Zo werkt dat dus, schrijven: het is werken, wachten en een beetje magie.

September: Letter To My Daughter (Maya Angelou)

(Jaa, september. Blogpost die ik maar niet afgewerkt kreeg.)

(Over het waarom van deze reeks, lees “Een Afrikaans jaar“.)

Maya Angelou had geen dochter; ze had een zoon. Maar, zo schrijft ze in de inleiding, dit boek draagt ze op aan haar duizenden dochters over de hele wereld, ongeacht hun huidskleur of religieuze strekking. In 28 korte brieven vertelt ze over de levenservaringen die het meeste impact hebben gehad op haar morele en emotionele ontwikkeling.

Sommige verhalen zijn pakkend, andere zijn grappig, allemaal dragen ze wijsheid in zich. Het is trouwens niet alleen aan te raden literatuur voor dochters; zonen zullen hier evengoed iets aan hebben. Want elk verhaal stemt tot nadenken, of je het nu met haar eens bent of niet, en dat alleen al lijkt me waardevol.

Een van mijn favoriete stukjes is Porgy and Bess, waarin ze beschrijft hoe ze, na een Europese tour met een musicalgezelschap, terugkeert naar Amerika, en daar een inzinking krijgt. Ze zoekt hulp bij haar stemcoach, Frederick Wilkerson. Die brengt haar een yellow pad en een pen, en draagt haar op haar zegeningen neer te schrijven. Wanneer ze zegt dat ze daar geen zin in heeft, dat ze voelt dat ze gek aan het worden is, zegt hij: denk aan alle mensen die doof zijn. Die symfonieën noch het gehuil van hun eigen baby´s kunnen horen. Schrijf op: ik kan horen -dank u, God. En nu denk je aan iedereen die niet kan zien. En aan iedereen die niet kan lezen…

Tegen de tijd dat ze de hele pagina volgeschreven heeft, is de waanzin verdwenen.

Dit zijn de laatste paragrafen van dat verhaal, tevens een gepaste afsluiter voor deze post:

That incident took place over fifty years ago. I have written some twenty-five books, maybe fifty articles, poems, plays and speeches all using ballpoint pens and writing on yellow pads.

When I decide to write anything, I get caught up in my insecurity despite the prior accolades. I think, uh, uh, now they will know I am a charlatan that I really cannot write and write really well. I am almost undone, then I pull out a yellow pad and as I approach the clean page, I think of how blessed I am.

The ship of my life may or may not be sailing on calm and amiable seas. The challenging days of my existence may or may not be bright and promising. Stormy or sunny days, glorious or lonely nights, I maintain an attitude of gratitude. If I insist on being pessimistic, there is always tomorrow. Today I am blessed.

Ondertussen: Kattebelletjes

Gisteren werd het tachtigste exemplaar van het boek “Kattebelletjes” verkocht. Hoe tof is dat!

Voor wie hier nog niet zo lang meeleest: in januari maakte ik een bundel van de blogposts die ik het meest entertainend en het meest waardevol vond, en gaf ze uit in eigen beheer -kwestie van eens te peilen hoe diep het water was.

Ik koos voor een Nederlandse drukkerij, omdat zij het boek zonder extra kosten te koop aanbieden op hun website en ook de verzendingen regelen -dat zelf doen vanuit Spanje is nogal onpraktisch en duur, en ik mis de kennis om zelf via internet te verkopen. Het enige nadeel was dat de verzendkosten vanuit Nederland erg hoog liggen voor België (6.95 euro). Dus zette ik de prijs voor het boekje zo laag mogelijk (8.95 euro), waardoor het in totaal 16 euro kost als je het vanuit België bestelt. (Als je er meer tegelijk koopt, komt het voordeliger uit, want de verzendkosten blijven -tot onder een bepaald gewicht, veronderstel ik- dezelfde.)

Ik heb er heel fijne reacties op gekregen, en dat was echt heerlijk. Er was zelfs iemand bij die schreef dat ze na het lezen van een van de stukjes in het boek (dit) zichzelf over haar drempelvrees voor klerenwinkels heen gezet had, en een nieuwe outfit was gaan kopen. Dat was zo ontroerend… En het is ook altijd mooi om te horen dat mensen hardop hebben moeten lachen tijdens het lezen, of dat ze het jammer vonden dat het boek al uit was. Dan krijg ik het gevoel dat ik toch iets nuttigs doe met mijn schrijverij.

Ook een mooie verrassing was hoe mijn ouders zich tot een waar promoteam ontpopten 🙂

De enige negatieve reactie die ik gekregen heb, was dat het boekje te dun was -wat ik eigenlijk ook een compliment vind. Op basis daarvan heb ik besloten het sprookjesboek (waar ik tussen de bedrijven door ook nog aan bezig ben) nog niet als compleet te beschouwen, maar daar nog wat meer sprookjes bij te schrijven, zodat het wat meer body krijgt.

Maar eerst Het Boek afwerken (daarover schrijf ik gauw meer).

Dankzij die tachtig aankopen heb ik 100 euro verdiend. Dat geld heb ik nog niet laten uitbetalen, het staat op mijn conto bij pumbo (die mij overigens niet sponsoren; deze blog wordt door niemand gesponsord (*)). Moest ik geen uitgever vinden voor Het Boek, dan wil ik dat geld gebruiken om er een ISBN-nummer mee aan te kopen, wanneer ik het in eigen beheer uitgeef. Dat is het idee.

En voor wie ook graag de Kattebelletjes bestelt: dat kan via boekenbestellen.nl (titel: “Kattebelletjes”; auteur: Kathleen Verbiest). De link vind je hier.

Een fijne week gewenst allemaal!

(*) De reclame die je soms te zien krijgt, staat daar omdat ik de gratis versie van wordpress gebruik. Dat is iets wat ik op termijn nog van de baan zou willen krijgen.

Het Boek (1)

Ondertussen ben ik beginnen schrijven: de eerste drie hoofdstukken staan op de computer.

Dat lijkt veel, maar het zijn geen lange hoofdstukken. Het wordt ook geen dik boek. Maar ik geloof niet dat je een bepaald aantal woorden of bladzijden moet halen om het bestaansrecht van een verhaal te rechtvaardigen. Ik vind dat je een verhaal moet vertellen zoals het verteld dient te worden, van begin tot einde. Je schrijft wat nodig is; de hoeveelheid inkt die daarbij komt kijken, is een bijkomstigheid.

Schrijven is eng. Ik moet echt iets overwinnen wanneer ik me aan het schrijven zet, want ik wil zo graag dat het verhaal goed verteld wordt, dat ik de juiste woorden en zinnen vind, de juiste beelden en beschrijvingen. Vaak zit tijdens het typen de faalangst op mijn schoot. De angst dat je iets waar je de vorige dag heel tevreden over was, de volgende dag zal herlezen en dat het dan verschrikkelijk amateuristisch zal overkomen.

Maar schrijven is ook heerlijk. De personages komen naar je toe, je ziet hen steeds scherper voor je geestesoog, je leert hen kennen en ze vertellen je hun verhalen. Je kijkt in hun hart en in hun hoofd, en jij mag dat vertellen. Je ziet ook hoe hun verhalen zich verweven. Dat is een heel mooi proces.

En dan is er al het werk dat geen schrijfwerk is, maar minstens even boeiend. Voor ik het wist zat ik te lezen over homoseksualiteit in Senegal, het leven van San Ramón Nonato, communautaire radiozenders in Madrid, en de Spaanse burgeroorlog.

Ja, ik hoop echt dat ik dit voor elkaar krijg.

 

 

 

 

 

Corona Chronicles: day 40

Ik wou vandaag met een vrolijkere noot beginnen, maar als ik eerlijk verslag wil doen van deze lock down, zal ik toch in mineur moeten starten: ze zijn sinds gisteren zowel vóór als achter ons huis beginnen bouwen (*).

Dat betekent dat we de komende weken omsingeld zullen zijn door lawaai: eerst de graafmachines, daarna de betonmolens, en dan begint het slijpen, hameren en zagen. En elke fase gaat gepaard met gekletter. Dat heb ik willens nillens geleerd toen twee jaar geleden de huizen van onze buren werden opgetrokken.

Dat lawaai begint om 8 uur ´s morgens en gaat de hele dag door, met een korte pauze rond een uur of twee. ´s Morgens een beetje bijslapen zit er dus niet meer in (ik heb oorstopjes geprobeerd, maar dat werkt niet). Ik zal dus toch moeten proberen braaf naar bed te gaan wanneer dochter gaat slapen, en op een ander moment een beetje tijd en ruimte voor mezelf moeten zoeken.

Tijd en ruimte. Hoe schaars zijn die schone zaken geworden de afgelopen weken. Als je tijd in gezelschap wil doorbrengen of de ruimte wil delen, is er meer dan genoeg. Maar ik besefte gisteren dat als ik van die zestien uren waarin ik wakker ben er dagelijks twee ongestoord en alleen aan het werk wil zijn, dat ik het dan over een andere boeg zal moeten gooien.

Virigina Woolf indachtig, die zei dat je een eigen kamer nodig hebt als je wil schrijven, en Stephen King, die zei dat een schrijver eenvoudigweg een deur nodig heeft om dicht te kunnen doen, zette ik me aan het werk. Ik reorganiseerde, versleepte meubels van de ene kamer naar de andere, bracht zakken vol rommel naar de container. Ik hield pas op toen het bureautje dat ik van mijn grootmoeder heb geërfd, en dat op een onhandige plek voor de boekenkast stond waar het de naaimachine torste, licht en leeg onder het raam van ons logeerkamertje geplaatst kon worden.

Daar staat het nu op me te wachten. Nu alleen nog mijn huisgenoten aanleren dat ze me even met rust moeten laten wanneer de deur dicht is, en dan krijg ik de rest van de quarantaine wel uitgezongen.

 

PS: Ik vond het ontzettend lief en bemoedigend al jullie berichtjes te lezen na de laatste post. En de recepten voor worteltaart 🙂

(*) Sinds vorige week maandag mag er weer in de bouw gewerkt worden.