Bart Moeyaert: een ode in anekdotes

Ik las bij Lezend Streepje deze mooie post over jeugdschrijver Bart Moeyaert, en meteen dacht ik terug aan die keer toen ik als elfjarige met mijn moeder op de boekenbeurs was en daar voor het eerst in direct contact kwam met een Echte Schrijver.

Die schrijver was Bart Moeyaert. Ik ben nooit vergeten hoe lief en zacht en open die man was. We kochten zijn boek, en op een foldertje schreef hij iets om mijn jonge hersentjes tot filosoferen aan te zetten: een vraag over geheimen (het onderwerp van zijn boek). Thuisgekomen schreef ik de schrijver mijn antwoord. De brief ging op de bus en, o wonder, een paar dagen later kwam er een brief terug. De schrijver had mij teruggeschreven! Het feit dat hij daar de tijd voor had genomen, heeft toen een diepe indruk op mij gemaakt.

Er is nog een anekdote die laat zien hoe dicht deze dichter bij ons is. Een goede vriendin van me was hoogzwanger en zij en haar vriend konden maar niet beslissen hoe ze hun nieuwe spruit zouden noemen. Het ging tussen C. en F., en ze raakten er niet uit. Op een avond gingen ze naar een theatervoorstelling en groot was de verbazing van mijn vriendin toen ze ontdekte dat in de stoel naast de hare niemand anders dan Bart Moeyaert zat. Ze sloegen een praatje, waarin ze hem vertelde hoeveel ze van zijn werk hield. Tijdens die conversatie vroeg mijn vriendin aan de schrijver hoe hij op de namen van zijn personages kwam. Moeyaert antwoordde dat hij de personages van zijn boeken altijd voor zich zag, zowel innerlijk als uiterlijk, en dat hij dan een naam zocht die bij het gevoel paste dat dat personage in hem opriep.

Aan het einde van de voorstelling, toen ze al waren opgestaan en tussen de stoelenrijen naar het gangpad schuifelden, besloot mijn vriendin haar stoute schoenen aan te trekken. Met haar hand op haar bolle buik vroeg ze de schrijver: “We kunnen maar niet beslissen welke naam te kiezen. Wat denkt u, C. of F.?” Mijnheer Moeyaert aarzelde geen moment. “C.,” zei hij. “Als ik C. hoor, dan zie ik zo nen hele sympathieke voor mij, een tof en warm persoon.”

En daarmee was de keuze snel gemaakt.

Ik hou zo van die anekdote omdat het de schrijver toont als iemand die ons helpt wanneer we worstelen met woorden. Denk aan al die keren dat je in een gedicht of een verhaal, in een songtekst of een film de woorden vond die je hielpen iets te begrijpen of te verwerken. Die keren dat je, zoals je naar de dokter gaat voor het juiste medicijn, bij schrijvers en dichters ging aankloppen voor de juiste woorden om je te helpen met het leven en alle gevoelens die daarbij komen kijken.

De schrijver als helper.

Dat vind ik wel een mooi idee.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgeven in eigen beheer: ervaringen met pumbo.nl

Nu de eerste exemplaren van het boekje Kattebelletjes bij lieve lezers op koffietafels en in boekenrekken zijn beland, wil ik hier mijn ervaringen delen met het bedrijf waarop ik daarvoor beroep heb gedaan: pumbo.nl.

De beloftes

Ik wou pumbo uitproberen omdat op die manier mijn boek te koop zou worden aangeboden op boekenbestellen.nl, waardoor ik me niets zou moeten aantrekken van verkoop, noch verzending. Bovendien werd er op de website beloofd dat de basisbegeleiding gratis was, en dat als ik voor de “printing on demand” optie koos,  ik niet eens hoefde te investeren in het afdrukken.

De praktijk

Dat is dus allemaal waar gebleken. Ik ben vooral heel erg tevreden over de service. E-mails werden inderdaad steeds de volgende dag beantwoord (bovendien heel vriendelijk), mijn bestanden werden kosteloos nagekeken, en waar ik fouten had gemaakt in de opmaak, werd ik verwezen naar uitleg en videos op de website van pumbo waarin me duidelijk werd uitgelegd hoe ik het dan wel moest doen. De afbeelding voor de cover die ik, grote ICT-kluns, eigenhandig in paint had gemaakt, werd kosteloos aangepast zodat ze wel afgedrukt kon worden.

Ik vind het super dat ik voor dit eerste project niets heb moeten investeren, en net veel heb bijgeleerd over hoe boeken worden opgemaakt.

De problemen

De enige kink in de kabel is dat boekenbestellen.nl een Nederlandse website is. Een boek naar België laten opsturen is daardoor veel duurder dan wanneer je vanuit Nederland bestelt. Vorig jaar waren de verzendingskosten nog zo hoog (meer dan 10 euro!), dat ik van plan was het hele project maar af te blazen. Er werd me echter verzekerd dat vanaf januari de verzendingskosten naar België naar beneden zouden gaan, en dat is ook gebeurd. Nu kost het nog 6,95 euro. Daarom heb ik de prijs van het boekje zelf zo laag mogelijk gezet -op die manier was het nog doenbaar.

Ik ben erover aan het denken om voor het volgende boek niet voor printing on demand te kiezen, maar om een aantal boeken op voorhand fysiek te laten afdrukken. Dan is de prijs per boek lager. Maar dan moet je er natuurlijk wel op gokken dat al die boeken verkocht geraken.

De conclusie

Ik ben voorlopig heel tevreden over pumbo.nl. Ze geven je alle tools in handen, houden zich aan hun beloftes, en zijn erg behulpzaam. Hun manier van communiceren is vriendelijk en efficiënt. Het boek is terecht gekomen bij wie het besteld had, en ziet eruit zoals het eruit moet zien 🙂 Het enige nadeel is dat pumbo niet ook vanuit België opereert, dan zou het helemaal ideaal zijn.

Kattebelletjes: het boek

Ik heb nog anderhalf sprookje te schrijven voor ik de hele bundel in het universum der uitgeverijen lanceer. Maar ik weet dat er nogal veel materiaal die ruimte ingeschoten wordt, dus het leek me een goed idee om een plan B achter de hand te hebben (met de B van “uitgeven in eigen Beheer”).

De meest interessante optie lijkt me voorlopig pumbo.nl. Die hebben als grote troef dat je je boek te koop kan aanbieden via hun eigen webshop boekenbestellen.nl. Als je dan kiest voor de printing on demand-optie, moet je dus zelf helemaal niets investeren. Bovendien beloven ze gratis hulp bij het opmaken van je boek.

Dus dacht ik: weet je wat, we gaan dat eens uittesten. Want vooraleer een sprookjesboek op de markt te brengen, wou ik me er toch eerst van vergewissen dat het er niet als een folderke van den Aldi zou uitzien. Dus heb ik een compilatie gemaakt van de meest representatieve posts die hier de afgelopen vijf jaar verschenen zijn, en daar een boekje van gemaakt. Hade Wouters van The Tiny Office schreef een pakkende flaptekst,Christine Van den Hove schreef een warme inleiding.

Het resultaat kunnen jullie hier vinden: Kattebelletjes.

https://www.boekenbestellen.nl/boek/kattebelletjes/35806

En je mag dat boekje natuurlijk ook bestellen, maar voel je niet verplicht. Want halverwege het proces, stootte ik op de enige kink in de kabel, namelijk: de verzendingskosten. Die zijn veel hoger voor België dan voor Nederland. Aanvankelijk kostte het zelf 10 euro om dat kleinood over de grens te sturen, en stond ik op het punt het hele project af te blazen, maar de mensen van pumbo verzekerden me dat ze in 2020 andere tarieven zouden hanteren. Nu kost het nog 7 euro om het op te sturen, da´s al iets menselijker. De prijs voor het boekje zelf heb ik zo laag mogelijk gezet (9 euro), dus in totaal maakt dat 16 euro. Enfin, ideaal dus voor wie een collector´s item op zijn toilet wil hebben.

Volgende keer zal ik schrijven over mijn ervaringen met pumbo, want ik weet dat er hier een aantal mensen zijn die daarin geïnteresseerd zijn.

En voor wie het boekje koopt: laat mij weten wat je ervan vindt -alle feedback is welkom!

 

 

 

 

Het Groot Dictee Heruitgevonden: de tekst

Een aantal mensen vroeg me of ik de tekst die voor het dictee gebruikt werd online kon zetten, en aangezien de wedstrijd ondertussen afgelopen is, vermoed ik dat dat nu wel mag. Het verhaal dat ik instuurde, werd bewerkt door Ludo Permentier. Die heeft op een vakkundige en bewonderenswaardige manier de tekst “dicteeklaar” gemaakt. 

HET GEVAAR TUSSEN DE REKKEN

Het eerste wat me opviel, was een geur. Het rook naar compost. Dat is een curieuze geur voor een bibliotheek. Toen ik bij de acaciahouten balie kwam, gebeurde er nog iets vreemds: de bibliothecaris keek me aan met doodsangst in de ogen en fluisterde: ‘Maak zo min mogelijk geluid en bruuskeer niets of je bent er geweest.’

Ik weet dat bibliothecarissen pietjes-precies zijn en soms megastreng, maar dit leek me overdreven. Bovendien viel het op dat iedereen veel stiller was dan normaal. Zelfs de kinderen in de leeshoek zaten als bangeriken in de zitzakken, en durfden amper de bladzijden van hun stripalbums om te slaan. ‘Wat is er aan de hand?’ vroeg ik gestrest.

De bibliothecaris keek schichtig achterom en gebaarde naar een slijmspoor dat langs de sectie laatmiddeleeuwse Bijbelstudie liep en tussen de rekken naoorlogse literatuur verdween. ‘We zitten met een boekenwurm’, fluisterde hij dicht bij mijn oor.

Ik had verbouwereerd naar hem staan luisteren, maar nu rechtte ik mijn rug. ‘Grapjas!’ zei ik hardop. ‘Is dit weer een van die promotiestunts ter bevordering van de leescultuur?’

Iedereen keek verschrikt op, en vanachter de rekken literatuur voor volwassenen klonk er een benauwend gegrom.

‘Hij wil niet gestoord worden’, prevelde de bibliothecaris haast onhoorbaar. ‘Als je hem stoort, vreet hij je op.’

Ik moest toegeven dat ze erg hun best hadden gedaan om de stunt geloofwaardig te doen overkomen, en besloot het spelletje rücksichtslos mee te spelen.

‘Wat kunnen we tegen de ongewenste aanwezigheid van dit creatuur ondernemen?’ fluisterde ik ernstig terug.

‘Hij kan niet tegen woorden met een x’, was het antwoord. ‘En hoe degoutanter het woord, hoe beter.’

Ik knikte bedachtzaam. Fantasie hadden ze wel, daar in de bib.

Langzaam stapte ik weg van de balie en begaf me richting literatuur voor volwassenen. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe alle aanwezigen met alerte blik mijn bewegingen volgden.

Waar het slijmspoor tussen de rekken verdween, draaide ik de hoek om. En daar zag ik het beest.

Het was een grijsblauwe worm met een geribbeld lijf, het soort regenworm dat ik als kind weleens met een keukenmes in tweeën had gehakt om te zien of de helften beide zouden voortleven. Maar dit exemplaar was zo groot als een uit de kluiten gewassen walrus.

De worm zat met zijn kop tussen de boeken in het rek, en bewoog als een stofzuigerslang over De komst van Joachim Stiller. Het boek ging in een gulp naar binnen en meteen daarna begon hij aan een volgend boek. Een paar seconden later had hij het hele oeuvre van Hubert Lampo opgevreten.

Toen hij aanstalten maakte om aan het werk van Tom Lanoye te beginnen, besloot ik het erop te wagen. ‘Laxeermiddel’, zei ik voorzichtig.

Het gruwelijke dier draaide zijn blinde kop in mijn richting, richtte zich op, en ik voelde hoe mijn ledematen verstijfden van angst. Maar ik ging dapper verder: ‘Toxines, index, antrax!’

De ogeloze kop van het dier bleef hoog boven mij in de lucht zweven. ‘Xenofoob!’

Hij sperde zijn muil open. Een boek met een rood-zwarte kaft viel vlak voor mijn voeten. ‘Het goddelijke monster’.

‘Taxidermie!’ riep ik uit. De worm stuikte in elkaar, en begon ijzingwekkend te krijsen. Iedereen in de bib sloeg de handen voor de oren. Maar ik was nog niet klaar.

Nog één woord had ik nodig. Ik greep naar het ultieme wapen: ‘de brexitonderhandelingen!’

Dat was de genadeslag. Schokkend en bevend sleepte de reuzenworm zijn blubberige lijf de zaal uit, langs geschiedenis en hobby’s en handwerk, naar buiten. Alle bibliotheekbezoekers applaudisseerden uitgelaten, en de anders zo gereserveerde bibliothecaris viel me om de hals.

‘Wat een heldhaftig optreden!’ riep hij uit. ‘Je hebt ons gered van een gewisse dood!’

Hij gaf me een zoen op mijn wang en een boekenbon, en toen ik drie maanden later een boek te laat binnenbracht, vroeg hij me geen extra eurootjes, maar zag hij dat met een knipoog door de vingers.

 

 

Het heerlijke van haken

2019 was ook een jaar van creatieve frustratie.

Ik wou zo graag meer schrijven, maar de uurroosters van echtgenoot en dochter maakten dat erg moeilijk. Ofwel was manlief thuis, ofwel dochterlief, en in een schrijfflow geraken met die lieverds om me heen bleek vrijwel onmogelijk. Bloggen lukte nog wel, maar probeer maar eens alle poëtische en grammaticale draadjes in de hand te houden terwijl je naar een plot toewerkt, wanneer plots iemand naast je begint te telefoneren of vanop de wc roept dat het toiletpapier op is. Ik veronderstelde aanvankelijk dat het een kwestie was van terrein afbakenen (“Ik ga nu een uur schrijven, dus laat me even met rust”), maar ondanks massa´s goede wil aan beide kanten veranderde ik dan toch binnen het kwartier in een soort van prehistorisch monster dat begon te brullen wanneer iemand de keukenrobot aanzette en zo de inspiratie het raam uit joeg.

Daarom heb ik me voorgenomen om dochterlief één dagje per week op school te laten eten, zodat ik een vrije middag heb om -indien gewenst op verplaatsing- alleen maar met schrijven bezig te zijn.

En ondertussen kwam er ook een soort van creatieve verlichting dankzij Trijnewijn. Op haar blog leerde ik het woord amigurumi kennen, wat Japans is voor “gehaakt of gebreid poppetje”. Ik greep naar mijn oude haaknaalden, kocht een boek, en plots ging er een hele wereld voor me open. Want dat haken, mensen, hoe fantastisch is dat? Je kan het eender waar doen, en op eender welk moment. In de zetel naast de echtgenoot wanneer hij computerspelletjes zit te spelen; aan tafel naast dochterlief terwijl ze haar middagmaal (tegen een veel lager tempo dan mama) verorbert. Tijdens alle verloren momentjes wanneer het geen zin heeft aan schrijven te beginnen: dan pluk ik een haakwerkje uit mijn tas en naai een halve eenhoorn letterlijk een oor aan.

Mijn eerste beestje was dit smoezelige eenhoorntje:

Sindsdien zijn op drie maanden tijd volgende creaties de revue gepasseerd (leuk te zien hoe ik toch wel bijgeleerd heb):

een dekentje voor de pop

een sleutelhanger

En hoe leuk is het die werkjes uit te delen?

Dus daarom het voornemen: mooie dingen maken.

Want nu heb ik (dankzij Trijnewijn) wel voldoende strategieën om alle soorten tijd nuttig te gebruiken.

 

Reclaam: Colombe

Het eerste boek van Christine Van den Hove is een feit: een mooie, intense, sobere roman die je meeneemt naar het negentiende-eeuwse Franse platteland, en de liefde beschrijft tussen twee jonge vrouwen. Ik denk niet dat er iemand is die beter in het Nederlands over die plek en thematiek kan schrijven dan Christine. Van harte aanbevolen!

Klik hier voor info over de boekvoorstelling.

En als je gaat: laat me weten hoe het geweest is, want ik zou er zelf heel graag bij zijn, maar laat het nu net Frankrijk zijn dat in de weg ligt…

 

 

 

 

Schrijven om de duivel uit te drijven

Een opmerking van Koen Schyvens (our man in Maputo) herinnerde me eraan dat ik nog een belangrijk antidotum vergeten ben in deze lijst, namelijk: schrijven.

Ik veronderstel dat elke activiteit die je graag doet en die je zelfvertrouwen geeft een goede preventie is tegen psychisch lijden. In mijn geval heeft creatief schrijven me dus zeker geholpen om dammen op te werpen tegen dreigende depressies.

Er is echter nog een andere vorm van schrijven die soms acuut hulp bood wanneer ik middenin een aanval zat. Het is een soort van schrijven die niets te maken heeft met schrijfkriebels of inspiratie, en die iedereen kan toepassen (volgens mij). Daarom wil ik er hier dieper op ingaan.

De werkwijze is zeer eenvoudig: je neemt een blad papier, en je begint te schrijven. Je schrijft alles neer wat er in je opkomt, wat het ook is. Je haalt je gedachten uit je hoofd en zet ze neer op papier. Dat kan heel therapeutisch werken, heb ik gemerkt. Ten eerste omwille van de fysieke actie (je bent met iets doelgerichts bezig in plaats van de muren op te lopen), ten tweede omdat je de negativiteit van binnen naar buiten brengt (depressie is een soort van opkroppen, van binnenhouden), en ten derde omdat het makkelijker is de denkfouten in je gedachtegang te herkennen wanneer je ze zwart op wit ziet staan. Depressieve gedachten klinken veel harder op papier. Het is ongelooflijk wat voor rotzooi we onszelf wijsmaken onder invloed van een depressie, maar het is vaak pas wanneer je het op papier zet dat je beseft wat er allemaal in het duister van je hoofd omgaat.

Soms zie je het niet meteen. Daarom kan het nuttig zijn die schrijfsels na een paar uur of een paar dagen later opnieuw te bekijken. En dan die ideeën tegen te spreken. Dat is hoe je tegen depressie vecht: je moet jezelf leren tegenspreken. Vechten tegen depressie is: met heel je lijf voelen hoe nutteloos je bent, met volle overtuiging denken “ik ben niets waard”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “dat is onzin, ik hou van jou en er zijn zoveel mensen die jou graag zien.” Of met heel je lijf voelen dat niets zin heeft, met volle overtuiging denken “dit bestaan is een goddelijke grap, ons leven een uitstel van executie”, en dan luidop tegen jezelf zeggen: “er is hoop, er is liefde, er is vreugde. Nu voel je het niet, maar straks weer wel.”

Het is heel zwaar werk, en het heeft niet meteen effect. Maar oefening baart kunst. Dus in die Eerste Hulp Bij Depressie-kit zou ik zeker en vast een potlood en een notaboekje steken.

 

 

 

 

 

Sneeuwwitje: achter de schermen

Best wel opgelucht dat dat eerste sprookje er alvast opstaat. Het is toch iets heel anders om te zeggen “ik ga dit of dat schrijven tegen volgende week” dan om met iets naar buiten te komen wat al kant en klaar is. Een interessante oefening dus.

Wat me opviel: als je het op de website ziet staan, lijkt het alsof het daar regelrecht en van de eerste keer getypt werd. Maar niets is minder waar. Daarom dacht ik van hier even te laten zien hoe het eraan toegaat in de schrijfkeuken: al het gepruttel en geborrel en gesmos waar je doorheen moet vooraleer er zo´n propere tekst staat te blinken op het scherm.

De eerste stap is mijn geval een klein Harry Potter-schriftje waarin ik een lijstje van sprookjes heb gemaakt. Van elk sprookje dat me doenbaar lijkt, heb ik alvast een korte inhoud geschreven.

 

De volgende stap is een schrift van A4-formaat met een minder frivole, maar wel hardere kaft, zodat je geen tafel nodig hebt om te schrijven. Daarin komt de eerste versie in potlood, plus losse zinnetjes en woorden waarvan ik denk dat ik ze later kan gebruiken. Er wordt ook lekker veel in geschrapt en gegomd.

schrift 1b

Zodra ik een paar paragrafen op papier heb, typ ik ze over in een computerbestand. Tijdens dat overtypen verandert er behoorlijk veel. Heb ik een deel af, dan sla ik het op onder de noemer “(titel) 1”.

Wanneer ik eraan voortwerk, kijk ik alles wat ik de vorige keer geschreven heb nog eens na, en brei er een nieuw stuk aan. Dat sla ik op als “(titel) 2”, kwestie van oud materiaal niet te verliezen. En zo brei ik langzaam het hele verhaal aan elkaar, telkens het eerder geschreven stuk aanpassend en verbeterend.

screenshot

Wanneer het dan eindelijk online staat, kijk ik het nog een laatste keer na om er spelfouten uit te halen en wat kleine verbeteringen in aan te brengen. Dan zie ik altijd nog een paar zinnen staan waar ik niet helemaal tevreden over ben, maar die laat ik voorlopig staan.

Et voilà, zo werkt dat hier dus.

 

 

 

Reclaam: lees eens een blovel

Géén typefout in de titel: blovel is een echt woord. Het is een kruising tussen een blog en een novelle. Fijn leesvoer dus, in hapklare afleveringen, en de laatste nieuwe stap in de ontwikkeling van de oeroude roman. Want dit is puur millenium-stuff: interactie met je lezers tijdens de opbouw van je verhaal, waardoor je meteen reacties krijgt en kan bijsturen.

Christine is er een paar weken geleden een mooie begonnen, onder de titel Chris! Een aangename leeservaring voor wie om de twee dagen een paar minuutjes naar Zuid-Frankrijk wil ontsnappen -ik ben alleszins al helemaal mee 🙂

De eerste aflevering kan je hier lezen. En een leuke extra is dit kijkje achter de schermen.

Veel leesplezier!