Een record

Ik zat af te tellen naar 5 juli, want had ik die datum gehaald, dan zou ik 8 maanden geen migraine hebben gehad.

Maar deze week moest mijn man vijf dagen weg voor zijn werk, de schoolvakantie was begonnen, de buitentemperaturen gingen vlot over de 30, de binnentemperaturen over de 28, en vanmorgen ging ik voor het eerst in jaren naar de kapper. Ik lag met mijn hoofd achterover in de waskom, mijn nek helemaal stijf, en ik dacht: “Dit loopt fout af”.

Gelukkig liet het even op zich wachten. Mijn haar werd lekker kort geknipt, ik betaalde de vrolijke kapster en stapte de hete wagen in. Ik kwam thuis aan, groette mijn man en mijn dochter (die niet van het nieuwe kapsel hield; ze wil dat ik blijf zoals ik ben). Ik nam het boek met de prachtige kortverhalen van Lucia Berlin. Merkte dat ik woorden verkeerd las. Happy in plaats van hippy. Bladzijde na bladzijde werd het lezen moeilijker. Toen keek ik naar mijn hand. Die zag eruit alsof ze niet van mij was. Et voilà, dan weet je het wel.

Gelukkig was het geen lange aanval, anders zat ik dit nu niet te typen (kan niet slapen want heb de hele dag in bed gelegen). En ik ben sowieso enorm blij dat het dus kennelijk kan: meer dan 7 maanden zonder migraine. Ik weet niet wanneer dat voor het laatst gebeurd is. Niet sinds de middelbare school, denk ik.

Het waren fantastische maanden, een heel ander leven.

Op naar een nieuw record.

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Stemmen met looprek

Ik ben geen voorstander van de stemplicht, en dat om een tamelijk poëtische reden: wanneer ik hier in Spanje ga stemmen, weet ik dat iedereen die het stemlokaal in en uitloopt, daar uit vrije wil is. Sommigen geloven in verandering, anderen in schadebeperking. Maar elk van hen gelooft in het belang van hun bijgedragen steentje. Hier wordt het stemmen overgelaten aan zij die nog geloven.

Ik heb vanmorgen zoveel oude mensen aan het stemlokaal gezien: met looprekken, op krukken, voorzichtig uit de wagen geholpen door hun kinderen, ondersteund door hun kleinkinderen.

De generatie die nog goed weet hoe het was niet te mogen kiezen.

Zij gaan stemmen, hoe dan ook.

 

 

 

 

 

 

 

Plastic (1)

Onze straat was vroeger een boomgaard vol appelsienbomen.

Hoe idyllisch klinkt dat? Ik woon in een Spaans dorpje in een straat die vroeger een boomgaard was.

Maar vooraleer u makelaars begint op te bellen: even een reality check.

In onze wijk staan nog niet zoveel huizen, al komen er elk seizoen wel een paar nieuwe bij. Op de open plekken tussen de huizen groeien grassen, veldbloemen en alle soorten onkruid. Dat geeft mooie plaatjes zoals dit:

afval 3

Maar ook: tussen al dat groen ligt afval. 

afval 4

Nu is afval in de berm gooien sowieso heel fout, maar wat het nog erger maakt, is dat er in elke straat grote afvalcontainers staan waar je gratis je afval in kan gooien. Een bruine voor restafval, een gele voor PMD, een groene voor glas, een blauwe voor papier. Om de een of andere reden ligt er naast die containers nog meer vuil dan ergens anders:

afval 2

Een keer of drie per week dacht ik: eigenlijk zou ik handschoenen moeten aantrekken en al die rommel opruimen. Maar de motivatie kwam nooit echt op gang, want daarna kwamen er gedachten op als: over een paar jaar is alles hier toch volgebouwd, dus dat probleem lost zich vanzelf op. En: wil ik wel de “gekke ecologista” zijn? Ja mensen, de Spaanse mentaliteit begint hier binnen te sluipen.

Maar toen las ik deze post van Loes en ging ik weer nadenken.

En mijn conclusie was: nee, ik ga niet wachten tot alles hier volgebouwd is. Dat duurt nog jaren en ondertussen loopt mijn hond tussen het plastic en het gebroken glas, en groeien alle kinderen uit de buurt op met het idee dat het normaal is naast een halve stortplaats te leven.

Dus vanmorgen heb ik rubberen handschoenen aangetrokken, een vuilniszak genomen, en in plaats van de hond uit te laten heb ik hem mee de straat op genomen terwijl ik de zak vol afval gooide. Binnen de vijf minuten zat de zak vol met alles wat ik op een paar meter gevonden had. En eigenlijk zag je het verschil niet eens. Een vriendin die langs reed met de auto, stopte in het midden van de straat, opende haar raampje en riep: “¡Ecologista! ¿Que vas recogiendo basura?“(*) En ik riep: “¡Sí, porque estoy harta!” (**)

Ik doe het niet graag, ik voel me er super-ongemakkelijk bij, en ik zou honderd keer liever de coole, hippe dame van het dorp zijn in plaats van de gekke, kwaaie ecologista. Bovendien zwiepte er een stuk plastic lint langs mijn oog toen ik het uit de planten trok, en nu zit ik me zorgen te maken of ik daar een oogontsteking aan ga overhouden.

Maar morgen doe ik het weer, vijf minuutjes. In de hoop dat over een paar jaar er toch wat meer mensen zijn die afval opruimen minder gek vinden dan afval uit het raam van je wagen gooien.

En om de moed erin te houden, lezen we Remco Campert:

……………………………………………………………………

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen

—————————————————————–

(*) “Ecologista! Loop jij daar nou afval op te ruimen?

(**): Ja, want ik ben het beu!

 

 

November: (niets)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen“.)

Voor afgelopen maand zal ik mijn joker moeten inzetten: het is me niet gelukt een film te bekijken die geregisseerd werd door een vrouw. (Tenzij Javier Ruiz Caldera eigenlijk stiekem een vrouw is, maar die kans is behoorlijk klein.)

In de cinema draaiden ze nochtans de Italiaanse prent “Lazarro Felice” van Alice Rohrwacher, die dit jaar in Cannes de prijs voor beste script binnenrijfde. De trailer zag er best okee uit: beetje oubollige aandoende film over een hobbit-achtig personage op het Italiaanse platteland.

 

Maar ik ben er dus niet geraakt, en kan er voor de rest niets over zeggen.

Er was nochtans wel een cinema-uitje deze maand: met man en kind ben ik naar het Spaanse antihelden-epos “Súperlopez” gaan kijken, een film gebaseerd op de gelijknamige stripboeken uit de jaren ’70.  Hilarische film. Zegt zoveel over de Spaanse cultuur en underdog-mentaliteit. (Bijvoorbeeld, de boosdoener die tegen haar handlangers zegt: “En dan vallen we eerst stadje X binnen,” waarop een handlanger zijn vinger opsteekt en zegt: “Dan zullen we wel moeten wachten tot woensdag, want momenteel zijn het daar feesten.”)

 

Maar hoe leuk die film ook was: hij is zo Spaans dat hij vast niet tot in jullie regionen geraakt (*), en werd bovendien geregisseerd door eerder vernoemde señor Ruiz Caldera. Ik ga mijn jaar vol vrouwen dus met een maandje moeten verlengen…

PS: Vind er nog iemand dat hoofdacteur Dani Roviro iets wegheeft van Tom Van Dyck?

(*) Wel een aanrader voor de hispanofielen onder u, uiteraard.

 

 

Post uit 2008 (4/7)

Vrijdag 3 oktober 2008

Knuffelaars en koekedozen,

Er is veel gebeurd deze week.

Ge herinnert u misschien nog dat ik vorige week 6 uur lesgeven aan Spaanse kindjes als finale jobaanbieding had binnengerijfd, mij aangeboden door het warrige madammetje van het Campus Study Center. ZIj had mij op het hart gedrukt maandag om 10.00u op de eerste leraarsvergadering aanwezig te zijn. Ondergetekende stond dus maandag om 09.50u  voor de gesloten deur van het CSC en stond daar om 10.30u nog steeds, een beetje ongerust in haar boek te lezen. Toen kwam Laura, de twenty-something Spaans-Britse blondine en helpster van het madammeke de deur opendoen en zei dat het madammeke pas om 11.00u zou komen. Wat doet men in zo´n geval in Spanje? Samen een kop koffie gaan drinken (en ik nog steeds hardnekkig fruitsap).

Tegen 11u kwam daar het madammeke aan, kroop achter haar bureau, begon de uren te verdelen en zei me zonder blikken of blozen dat ik verwacht werd voor 1 lesuur op maandag en 1 lesuur op woensdag.

Dus ik: “Jamaar, u had me gezegd dat u zes uur voor me hebt!”

Zij: “Nee, ik heb er maar twee. Maar het zullen er wel meer worden, hoor.”

Enfin, om een lang verhaal kort te maken: ik heb daar die dag 1 uurtje lesgegeven aan twee kleine Spaanse meisjes (best wel gezellig) en hoewel het madammeke me met alle macht voor die twee uren wou houden, dacht ik in mezelf beleefd “Kunt u even lekker de pot op”, zeker toen ik die dag nog drie telefoontjes kreeg voor sollicitatiegesprekken.

De beste aanbieding daarvan was van het Wall Street Institute, een Amerikaanse onderneming die lessen Engels geeft in bedrijven. Ik er meteen naartoe en mezelf vol overtuiging verkocht als de beste werkkracht van de wereld, en dit aan Luca, rekruteringsverantwoordelijke en de meest typische Amerikaan die je je kunt indenken: rond als een ton, megajoviaal en met een Michael Moore-gehalte zo hoog als de Empire State.

Hij regelde meteen een interview met de directeur voor me, dus om 19.00u zat ik, opnieuw blakend van dezelfde beroepsovertuiging, in het kantoortje van Robert De Directeur, die me beloofde diezelfde avond nog te zullen bellen of ik de job had of niet. Tegen 21u zei ik in de keuken tegen Alfonso (in het Engels weliswaar): “Die mannen gaan toch niet meer bellen precies”, en net op dat moment rinkelde mijn GSM en kreeg ik van Robert te horen dat ik de job had en dat Luca me de volgende ochtend zou bellen omdat ze snel met de lessen wilden beginnen. Ik natuurlijk het spreekwoordelijke gat in de lucht gesprongen.

De volgende dag: doodse stilte.

Op CNN overtuigende reportages over waarom Wall Street heden ten dage niet de beste plek is om te werken.

De daaropvolgende dag (woensdag): Kathleen die met een vertwijfeld hart naar het WSI belt. Niemand neemt op.

Twee uur later: het WSI belt terug (kon ik zien aan het nummer). Ik zeg mijn naam en meteen wordt er ingelegd. Ik denk: daar hebt ge het. Ze willen mij niet en hebben niet eens de guts om het me persoonlijk te zeggen.

Ik bel terug, krijg Luca aan de lijn, en die zegt: “Ah, Kathleen! Ik bel u binnen vijf minuten terug!”

Urenlang geen gehoor, ik weer bellen, weer niemand die opneemt, en in mijn hoofd pakken zich al de visioenen samen van Kathleen en Alfonso werkloos en dakloos onder de schone bruggen van Valencia, alwaar een stoet honende taalschool-directeuren langs trekt die mij toeroepen: “Dan hadt gij ons aanbod maar niet moeten afslaan! Vijftien uur per week tegen negen en een halve euro!”

Het einde van deze zenuwslopende dag werd bezegeld met een telefoontje van Luca waarin hij zich duizend maal excuseerde voor zijn laattijdigheid, zeggende dat het een zeer drukke week was voor het instituut en dat ik de volgende dag werd verwacht voor een trainingssessie. “Welcome on board!” besloot hij met Amerikaans enthousiasme, wat zoveel betekent als 750 euro netto aan het eind van elke maand, en dat minstens tot kerstmis. Dat is niet veel voor 20 lesuren per week, maar geloof me, het is zo ongeveer het beste aanbod dat ik gehad heb. En het is lesgeven aan volwassenen, wat ik een reuze pluspunt vind, want dat is iets wat ik nog nooit gedaan heb en alle extra ervaring is welkom.

En nu ga ik jullie laten, want ik heb honger-honger-honger…

Tot spoedig!

Immer uw toegewijde,

Kathleen

 

 

 

Aquarius (2)

 

En deze heb ik speciaal voor jullie vertaald. Het is een video van José Mujica, voormalig president van Uruguay, en één van die mensen die je weer wat hoop geven in de politiek.

 

Vrienden,

verbazend is de geschiedenis.

Zowel op sociaal als politiek vlak ploegt Europa zich momenteel door enorme moeilijkheden, waarbij het op spectaculaire wijze meewerkt aan de verdwijningen van duizenden en duizenden mensen die trachten te emigreren, en wij kunnen dit niet vatten.

Dit is zeer pijnlijk, want uiteindelijk kan de menselijke geschiedenis niet begrepen worden zonder rekening te houden met de zowel positieve als negatieve invloed die migratorische fenomenen hebben gehad.

Zonder ver terug te gaan in de tijd kunnen we verwijzen naar het arme Mexico van 1939, dat in één jaar tijd bijna een miljoen immigranten vanuit de Spaanse Republiek ontving.

Elk Latijns-Amerikaans land heeft op een bepaald moment duizenden migranten ontvangen, voornamelijk uit Europa. Wij hier aan de Río de la Plata: tientallen boten, volgeladen met arme gringos, zoals wij ze noemden, arme immigranten die bijgedragen hebben aan de opbouw van onze cultuur, onze taal, onze materiële toekomst. In mijn kleine land kwamen er soms 40.000 aan per jaar. In de Republiek Argentinië in sommige jaren meer dan 200.000.

Hoe kunnen wij begrijpen dat het moderne, rijke Europa zo´n gigantische weerstand vertoont om mensen te integreren die trachten te ontsnappen aan de schaarste, aan de oorlog in Syrië, en aan wat er gebeurt in Afrika?

Bovendien is het net Europa dat een stille maar kolossale schuld heeft dankzij de rekeningen die het opende maar die nooit betaald werden: de Europese kolonisatie van Afrika en het Brits imperialisme over vrijwel de hele wereld.

Deze en andere hallucinante elementen doen het vermoeden rijzen dat naargelang de rijkdom in een samenleving stijgt, ook het egoïsme toeneemt. En dat het toenemen van de rijkdom gepaard gaat met een geleidelijke afname in waarden. Zou dat mogelijk zijn, die schijnbare tegenstelling? Het is alleszins iets waarover we zouden moeten nadenken.

Aquarius (1)

Vanmorgen zijn hier dus drie boten met vluchtelingen aangekomen.

Ze werden opgewacht door medisch personeel en politie. Je kan je niet voorstellen hoe opgelucht ze van die boten kwamen, want ze hadden de dood in de ogen gekeken. Humanitaire medewerkers legden hen in het Engels, Frans en Arabisch het wat en hoe uit van de drie documenten die hen bij aankomst gegeven werden: een aanvraag voor een verblijf van 45 dagen in Spanje, een formulier voor asielaanvraag in Spanje, en een formulier voor asielaanvraag in Frankrijk.

De Standaard noemt dit “een nauwkeurig geregisseerd evenement” dat “waarschijnlijk een eenmalige uitzondering” zal zijn. Ik vind het doodjammer, dat belerende, bekritiserende stemmetje. Die “Och, maar het zal niet duren, hoor”. Ik weet ook niet of het zal duren, maar daar gaat het niet om.

Niemand weet hoe het hier zal lopen met Sánchez aan het hoofd, maar ik weet wel dat deze Valenciaanse regering al jarenlang duidelijk maakt dat ze bereid is om vluchtelingen op te vangen, en dat dat vanuit Madrid steeds afgeblokt werd. En nu is er een andere regering, en één van de eerste dingen die er gedaan worden is die bootvluchtelingen binnenhalen.

Ik ben fier dat ik in een land woon waar na zovele jaren eindelijk die corrupte PP werd buitengekeild, en waar deze mensen ontvangen werden die niemand anders wou binnenlaten.

Ik vind dat schitterend.

Het gaat er niet om of het zal duren. Het gaat erom dat ze het gedaan hebben.

In verband met dat hele vluchtelingen/migratie-debat: onlangs een mooi interview tegengekomen met Sofie D´Hulster, over de vluchtelingenkampen in Calais en Duinkerke.

Lievegem

Voor ik naar Spanje vertrok, heb ik op een blauwe maandag een tijdje in Waarschoot gewoond. Inderdaad, Waarschoot, of all places. Een plek met zo mogelijk nog minder inwoners dan Rafelbunyol, (maar desondanks een eigen wikipedia-pagina in het Spaans -ge moet het toch maar kunnen).

Het is een dorpje op fietsafstand van Eeklo, dat bovenmaats veel cafés en kapperszaken telt, en door de bewoners liefdevol “Worschuet” genoemd wordt, als ik het mij goed herinner. Ik kwam er terecht door toedoen van het ex-lief, die werk had in Lovendegem. In Waarschoot vonden we een betaalbaar huurappartementje, op de Oostmoer, boven de Aveve, en van daaruit vertrokken we elke dag naar ons werk: hij in Lovendegem, ik op een school in Zomergem.

En nu lees ik in de krant dat Waarschoot, Lovendegem en Zomergem gaan fuseren tot Lievegem. Gaat de naam Waarschoot dan nog gebruikt worden? Gaat dat over een paar jaar nog bestaan? Zei ik het niet, dat je als ex-pat nooit meer echt terugkan naar de plek die je hebt achtergelaten?

Wat een vreemd gevoel.

En Lievegem… Het is een schattige, nobele poging, maar ik weet het niet.

Ik heb precies meer een voorkeur voor Ex-lievegem.

 

 

 

 

 

Regels

Zeer inspirerende posts over regels gelezen (hier en hier), en aangezien dat iets is wat ik ook al een tijdje van plan was, spring ik maar eens mee op de kar. Al was mijn uitgangspunt aanvankelijk hoe blij ik altijd ben als ik mijn regels doorkrijg, aangezien dat betekent dat de komende negen maanden mijn nachtrust relatief gewaarborgd is. Maar dat is dus niet het soort regels waar het in die andere blogs over gaat, en ook niet waar ik het hier over ga hebben, wees gerust.

Ik heb erover zitten nadenken, welke regels er gelden hier in huis, en in mijn hoofd. En ik ben tot de conclusie gekomen dat ik sinds die verhuis naar Spanje negen jaar geleden zeer, zeer, zeer veel regels overboord heb gegooid /moeten gooien. Want alles wat thuis in het Belgenlandje zo vanzelfsprekend was, bleek dat hier dus niet te zijn. Echt de meest basic dingen. Bijvoorbeeld:

  • drie maaltijden per dag: ontbijt, middagmaal, avondmaal (nee hoor, vijf keer eten per dag)
  • op het openbaar vervoer moet ge zachtjes praten (haha, komaan gij)
  • kleine kinderen moeten voor tien uur in bed  (als ze moe zijn vallen ze vanzelf wel in slaap)
  • werk moet altijd perfect afgeleverd worden (wees maar gewoon blij dat het af is)
  • werk moet altijd op tijd afgeleverd worden (morgen is er nog een dag)
  • ongeveer 15 centimeter personal space (en het menselijk contact dan?)
  • ´s nachts op straat stil zijn (wie wil slapen moet maar oorstopkes indoen)
  • ge moet uzelf leren redden (jamaar, waar zijn uw familie / vrienden / buren / de kapster / de ouders van de vriendjes van uw dochter / de madam van de papelería en haar man/… dan voor?)
  • ge moet werk hebben (allez jong, bijna niemand heeft hier werk. als ge maar eten hebt.)

Als er in je omgeving dag in dag uit getornd wordt aan wat voor jou basisregels zijn, dan gaat algauw je hele vitrinekast vol opgeblonken normen en waarden tegen de grond. En dan pluk je van tussen de scherven die regels die echt het meest waardevol zijn en die de val hebben overleefd. Vriendelijk zijn voor anderen. Helpen als je kan. Grenzen stellen. Voldoende slapen.  

Daarom is het dat je met een even groot hart kan blijven houden van een zwangere vriendin wanneer ze een sigaret opsteekt, hoewel ze daarvoor in je land van herkomst aan het kruis genageld zou worden. Want ze heeft haar redenen en je hebt geleerd dat al dat oordelen over anderen niet helpt.

Daarom is het dat je nooit helemaal zal integreren, want je blijft halsstarrig weigeren je kind mee te nemen naar late feestjes, en blijft dan noodgedwongen zelf ook maar thuis. Maar dat heb je ervoor over want de slaap van kinderen is belangrijk, altijd en overal.

En daarom zal je nooit meer helemaal in je thuisland passen, want er zijn regels die onherroepelijk beschadigd zijn, en daar kan je je met alle lieve wil van de wereld niet meer naar plooien.

Het voordeel van dat hele proces is dat er veel ballast weg is.

Het nadeel is, denk ik, dat gevoel van tussen twee stoelen te vallen.

Maar da´s misschien een goede plaats voor een meditatiekussentje.

 

 

 

HSP (3/3): Een extraverte HSP op weekend

Casestudy.

Twee weken geleden gingen we op weekend à l´espagnole: met 11 volwassenen, 8 zes-jarigen en een hond. Mijn echtgenoot heeft via zijn werk contacten met katholieke zusters overal te lande, die hem immer goedgezind zijn wegens zijn blauwe kijkers. Een plek vinden om met zijn allen te logeren was voor hem dus klein bier (foto´s: zie onderaan).

Ik wou heel graag mee, want het is een zeer leuke groep met erg lieve mensen. Maar ik zag er zoals altijd ook een beetje tegenop, want op verplaatsing slapen is een behoorlijke drempel en het ging om een tamelijk grote groep met veel kinderen. Ziedaar het slappe koord waarop gebalanceerd diende te worden dat weekend. Dat ging als volgt.

Na aankomst op zaterdagnamiddag namen we onze intrek in een gebouw dat vroeger een soort internaat was. Zeer charmant: jaren vijftig stoeltjes en spiegels, authentieke houten deuren, witte muren en zonnige beddelakens. Eenvoudig en helemaal vintage. Buiten was er een speelplaats onder de bomen. Daar aten we merienda terwijl de kinderen met de hond speelden. Daarna besloten de moeders om samen een wandeling te maken. Ik had daar echter weinig zin in, want ik was nog maar net op die nieuwe plek aangekomen en nog volop in assimilatie-modus, en bedankte dus vriendelijk.

´s Avonds spendeerden we een uur of twee in de paellero, met zijn allen in het donker rond het vuur. Dat klinkt erg romantisch, maar de acht kinderen die met zaklantaarntjes liepen te zwaaien en wier gegil weerkaatste tegen de muren en de vloertegels, maakten het erg overstimulerend. Ze schenen met die zaklantaarns ook altijd recht in je ogen, hoe vaak hen ook gezegd werd naar de grond te richten. Ik was niet de enige ouder die af en toe wat rust opzocht.

Uiteindelijk was het vlees klaar (ook weer heel Spaans: een avondmaal met alleen vlees en brood -groenten zijn voor konijnen), en gaven we eerst de kinderen te eten. Tegen dat ze allemaal gegeten hadden, was het al bijna half elf. Ik stelde voor hen naar bed te brengen. Mijn man vertelde een verhaaltje aan de jongens, die met zijn zessen op één kamer lagen, en ik vertelde een verhaaltje aan mijn dochter en haar vriendinnetje, die met zijn tweeën op een andere kamer lagen. Daarna kwamen er een paar ouders naar boven om ons af te lossen, maar na elven werd er nog steeds gejoeld bij de jongens. Ik liep de kamer in en zag dat ene jongetje, het gevoeligste van de hele bende. Hij lag daar doodmoe en met open ogen voor zich uit te staren, wakker gehouden door de rest. Dat was moeilijk om aan te zien. Toen heb ik mijn juffenstem en politie-technieken bovengehaald, samen met een vader die ook echt bij de politie zit, haha, waarmee het tien minuten later muisstil was en twintig minuten later iedereen sliep. Tegen die tijd hadden de andere volwassenen al gegeten, maar er waren gelukkig nog twee lapjes vlees over.

Om kwart voor twaalf haalde mijn man de orujo boven, en zei ik: goeienacht allemaal, ik ga slapen. Ik had echt zin om nog te blijven, maar wist uit ervaring dat elk kwartier later in bed zich de volgende ochtend zou vertalen in een nog zwaarder hoofd. Een kwestie van schadebeperking dus. Daarmee lag ik als eerste in bed, en was de volgende ochtend als laatste uit de veren, daar tussenin ongewild gewekt door elke persoon die die nacht naar de wc ging, mezelf inclusief.

De anderen had die zondagmorgen kennelijk energie genoeg om al meteen na het ontbijt op excursie te vertrekken. Daar heb ik ook vriendelijk voor bedankt. Wat deze keer wel een beetje raar was, want iedereen ging mee. Maar ik was moe, en wou gewoon even alleen zijn. Dus bleef ik achter met de hond. Wat heerlijk. Ik nam de hond mee op een wandelingetje naar het dorp, nam wat foto´s, praatte met een paar nonnetjes, las een blog op mijn gsm. Drie uren verstreken geruisloos, en voor ik er erg in had, was iedereen weer terug.

Samen prepareerden we een middagmaal op basis van pasta in een gigantische kookpot, en aten weer in twee shifts op de binnenplaats van de zusters, onder een lindeboom en omgeven door jasmijnstruiken. Het was heel erg gezellig. Daarna werd er ingepakt en reden we allemaal weer naar Rafelbunyol.

Het is dus allemaal wel te doen, zo´n groepsactiviteit. Ik had het ook echt niet willen missen (of zoals Prinses dat zegt: ondanks alles wil ik erbij zijn). Maar ik moet er geregeld uit kunnen stappen, en dat gaat zonder problemen zolang ik zelf durf doen wat nodig is, en de anderen daar begrip voor hebben. En die chance heb ik dus.