Adoptie

De enige die mij soms als een buitenstaander ziet, ben ik waarschijnlijk zelf.

Zit ik met mijn schoonfamilie aan tafel, dan komt er nog altijd een moment waarop ik denk: ik ga deze taal nooit volledig begrijpen, de culturele referenties nooit vatten, ik ga nooit helemaal mee zijn, want wat ik die eerste achtentwintig jaar gemist heb, valt niet in te halen. Maar dan kijkt mijn schoonmoeder me aan en vraagt: “Hoe gaat het nu met jullie groepje, repeteren jullie nog?” en daarmee trekt ze me meteen weer op het moederschip.

Wanneer ik thuis na een zoomsessie met Belgische en Nederlandse vriendinnen een beetje verloren voor me uit zit te staren, de kilometers tellend tussen mijn heimat en de tierra valenciana, komt Irene aanbellen en zegt: “Ik ga wandelen, kom je mee?” Dan neemt ze me op sleeptouw het dorp door, en kijk, daar zijn Teresa en Cristina ook, en zo lopen we dan met z´n vieren te praten en te lachen, we slaan een pad in dat tussen de boomgaarden loopt, ruiken de sinaasappelbloesems die de avondlucht omtoveren tot een zoet en overvloedig luxeparfum.

Het mooiste geschenk dat je iemand kan geven, is het gevoel erbij te horen.

Ik wens het iedereen toe, migranten en niet-migranten, en vooral mensen zoals ik, die zich er tot het einde der tijden een beetje tegen zullen blijven verzetten, om wat voor reden dan ook.

Wat we niet zien

Wie hier al een tijdje meeleest, weet dat ik er nooit een geheim van heb gemaakt dat ik soms te kampen heb met depressie. Dat is een gevaarlijke aandoening die in staat is op zonnige wandelingen tussen bloeiende appelsienbomen het licht genadeloos te doven, en je onaanraakbaar te maken, zelfs voor de mensen die het dichtst bij je staan. Het is de stem die als Voldemort in je hoofd fluistert dat je er beter niet zou zijn, en dat alles wat je doet zinloos is.

Ik geloof die stem al lang niet meer wanneer ze zegt dat de wereld beter af is zonder mijn aanwezigheid. Er zijn teveel mensen die mij graag zien, en me dat te duidelijk hebben laten merken om het niet te geloven. Ik moet ook vaak terugdenken aan mijn eigen woorden, gericht aan een man die tegenover me aan tafel zat in het huis van een vriendin. Een man die zoveel was kwijtgeraakt dat hij eraan dacht zichzelf zijn laatste bezit, zijn leven, te ontnemen. “Want wat voor zin heeft het?” vroeg hij, en ik hoorde mezelf antwoorden: “De zin van het leven is in leven blijven. Want als jij er niet meer bent, verandert alles. Stel je voor wat het voor je ouders en je broers zou betekenen wanneer jij er plots niet meer was.” En ik zag in zijn blik dat hij plots iets zag wat hij daarvoor niet gezien had. De plaats die hij innam in het leven van anderen.

Dat is onze blinde vlek. We hebben vaak geen idee van wat we betekenen voor een ander. Lang geleden hoorde ik dit zinnetje: “Als jij jezelf zou zien zoals ik jou zie, zou je vast niet zo twijfelen aan jezelf.” Hoeveel mensen kennen we waarop dat van toepassing is? Dus daarom is het nodig dat we af en toe tegen elkaar zeggen wat de ander voor ons betekent. Of hoe cool we hen vonden toen we hen voor het eerst zagen. Of hoe iets wat zij ooit voor ons gedaan hebben ons leven heeft veranderd.

Een paar dagen geleden liep ik door de velden, en de zon doofde in mijn hoofd, en ik dacht: wat heeft het allemaal voor zin. Ik ben veertig en ben al vier jaar werkloos. Ik ga nooit een normale job kunnen doen, ik blijf maar ziek worden, ik schrijf al jaren maar wacht nog steeds op antwoorden van uitgeverijen. Ik heb nog steeds geen plaats in de wereld. Wat heeft het in godsnaam allemaal voor zin.

Die namiddag vertelde Joke me dat ze ´s avonds samen met haar vriendin in het Kattebelletjesboekje had zitten lezen, en dat het zo gezellig was geweest, dat ze zo gelachen hadden.

En ´s avonds hoorde ik van Tina dat ze mijn boek (die roman die nu bij uitgeverijen ligt te wachten) had zitten lezen tijdens het kolven op haar werk, en hoe ze met tranen in haar ogen had zitten verderlezen zonder te merken dat ze al uitgekolfd was.

In gedachten zag ik mijn vriendinnen zitten lezen, Joke naast haar lief en Tina in haar kolfkot. Meteen voelde ik weer waar mijn hart zat, en in mijn hoofd ging het licht weer aan.

Nu schrijf ik dit niet om naar complimentjes te vissen. Ik schrijf dit om de boodschap over te brengen dat we meer betekenen in de levens van anderen dan we meestal beseffen. Dat de gevolgen van wat we doen verder strekken dan ons blikveld. Dat we een plaats innemen in het leven van wie ons liefheeft, en dat zonder ons, dat zonder jou alles anders zou zijn.

Dus hierbij ook voor jou: het is al zo lang geleden dat we elkaar nog in het echt hebben gezien. Maar ik ben je niet vergeten. Ik ben dankbaar voor wat je me gegeven hebt. En alles wat we samen meegemaakt hebben, heeft een plek in mijn leven.

Corona Chronicles: day 46

Vandaag zijn dochterlief en ik Miguel gaan opzoeken. Miguel is een jonge dertiger die in de velden rond het dorp een mini-paradijsje heeft aangelegd. Op het land van zijn schoonvader heeft hij van oude kratten een hutje gebouwd, met een klein terrasje en een paellero van tweedehands bakstenen. Elke dag is hij daar te vinden: hij wiedt het onkruid, plant artisjokken, plukt sinaasappels. Hij snoeit, wiedt, plant en plukt. Ik heb zelden een gelukkiger mens gezien.

Hij had gevraagd wanneer we hem nog eens kwamen opzoeken, want hij had nieuwe eendjes, en die zou dochterlief vast leuk vinden. Dus stapten we vandaag de fiets op en reden langs het enige fietspad dat ons dorp rijk is naar het kruispunt van waar je de velden kan instappen. Aan dat kruispunt maakten we onze fiets vast en wachten op Oscar en Sara. Oscar is de beste vriend van mijn dochter, en zijn moeder Sara is een goede vriendin van mij. Ze wonen vlakbij dat kruispunt, dus had ik hen gevraagd of ze ons wilden vergezellen. Natuurlijk wilden ze dat.

Hoe vreemd het ook was elkaar niet te kunnen kussen of omhelzen, het was ontzettend fijn om elkaar weer te zien. Om samen onder een stralende zon over de kleine zandweggetjes tussen het hoge gras te lopen. Om daar Miguel te zien staan, gebruind en stralend als de zon zelf, met in zijn armen een tamme kip, die hij koesterde alsof het een puppy was.

We praatten. We plukten verse bonen. De kinderen voerden slakken aan de eendjes. Miguel liet Oscar het ei rapen dat zijn kip die dag gelegd had, en zei dat hij het mee naar huis mocht nemen. Met een brede glimlach op zijn bleke gezichtje toonde Oscar zijn moeder de vangst.

Toen namen we afscheid van Miguel en liepen weer naar het kruispunt, met onze zakken vol bonen, en heel veel zon in ons hoofd.

 

 

 

 

 

 

Checklist van het Dagelijks Geluk

Heb ik vandaag al…

  • mijn kind gekieteld?
  • mijn hond geknuffeld?
  • mijn man gekust?
  • naar de lucht gekeken?
  • een gitaar vastgepakt?
  • geglimlacht?
  • hardop gelachen?
  • eens diep in,- en uitgeademd?
  • iemand gevraagd hoe het ermee gaat?
  • een tijdje rustig en ononderbroken op de wc gezeten?
  • een douche gepakt?
  • een dutje gedaan? (erfenis van vava)
  • fruit gegeten?
  • chocolade gegeten?
  • iets geschreven?
  • iets gezongen?
  • een wandeling gemaakt?

 

Wat staat er op jullie checklist?

 

a-good-day

 

 

 

 

Wat de kleren maken

Shoppen is nooit mijn ding geweest. Ik herinner me hoe ik, jaren geleden, op een dag in de solden door de Veldstraat liep, en aan mijn toenmalig lief vroeg: “Kunnen we alsjeblieft naar huis gaan?” en hoe hij streng antwoordde: “Kathleen, het is vier uur. De winkels gaan dicht om zes uur. Ge gaat nog twee uur moeten volhouden.” Dat geeft tamelijk goed weer in welke mate ik me thuisvoel in winkelstraten.

Mijn afkeer voor kledingwinkels heeft als gevolg dat ik eenvoudigweg zeer weinig kleren heb. De helft van mijn bescheiden kleerkast wordt ingenomen door boeken en beddengoed, en wat ik heb, draag ik meestal af tot het tot op de draad versleten is.

Het probleem is wel dat je dan soms voor vestimentaire problemen komt te staan, wanneer je bijvoorbeeld de was in de regen hebt laten staan en je andere kledingstukken in de wasmand liggen. Toen het zo ver kwam dat ik in T-shirts van mijn man de straat op moest, besloot ik dat de tijd gekomen was om iets aan die winkelfobie te doen, en nam ik me voor om mezelf te leren shoppen. Ik weet dat dit de meesten onder jullie compleet absurd in de oren zal klinken, maar zo was het echt.

Deze shop-training bestond uit verschillende onderdelen:

  • de muzak trotseren (tenzij het echt zeer slechte muziek is -er zijn nu eenmaal grenzen)
  • alles passen wat mijn maat heeft en een werkbare kleur, ook al is het model op het eerste zicht niet iets wat ik zou kopen
  • het hele aanbod bekijken en me niet laten afschrikken door een paar foute stukken
  • mezelf toestaan geld uit te geven, en het zien als een investering
  • elke winkel op mijn pad aan deze methode onderwerpen tot ik iets gevonden heb waar ik echt content mee ben

En kijk, dat blijkt dus te werken. En behalve een paar mooie stukken ontdekte ik ook iets over kleding wat ik me tot dusver nooit gerealiseerd had. Dat kwam zo.

Vorige maand vond ik een stijlvol zwart jurkje met mouwtjes die aan de ellebogen wat breder uitlopen. Heel Audrey Hepburn, maar een beetje gekleder dan wat ik normaal gezien zou kopen. Ik kocht de jurk en deed ze meteen aan de eerstvolgende zondag dat we bij mijn schoonouders gingen eten. Een paar dagen later belde mijn man naar zijn grootmoeder om haar te feliciteren met haar verjaardag. Na afloop van het gesprek zei hij grijzend: “Abuela zei dat ons mama zeer opgetogen was met je verschijning verleden zondag. Ze hebben het erover gehad aan de telefoon, hoe knap je erbij liep in je nieuwe jurk.”

Dat vond ik heel lief, maar op dat moment had ik nog niet goed door wat het betekende. Dat kwam een week of twee later, toen ik in de solden iets tegenkwam waar ik stiekem al jaren van droomde maar nog nooit in de juiste snit gevonden had: een zwart leren jasje. (O, wat heerlijk is het wanneer dat wonder gebeurt en je iets tegenkomt dat er precies zo uitziet als je je het had voorgesteld.) Ik kocht het en deed het meteen aan. Toen ik terug in Rafelbunyol kwam en langs het park fietste, zag ik daar een paar vriendinnen en stopte om hen te begroeten. Een van hen riep enthousiast: “Wat zie je er leuk uit! Wat een leuk jasje! Het staat je fantastisch!”

Het begint er nu een beetje op te lijken alsof ik deze post schrijf om duidelijk te maken wat voor een fotomodel ik ben –wat ik overigens niet ben- maar waar het hier dus om gaat is hoe blij mijn vriendin was omdat ik iets leuks voor mezelf had gekocht. Net zoals mijn schoonmoeder.

En toen viel mijn frank.

De mensen die ons graag zien, vinden het fijn wanneer we er verzorgd bij lopen en er goed uitzien. Want dat wil zeggen dat het goed gaat met ons. Ik weet niet of kleren de man maken, of de vrouw, maar ze maken anderen gelukkig, want ze stellen hen gerust. Want een beetje tijd, geld en moeite besteden aan je outfit staat voor zelfzorg. Mijn probleem had niet enkel te maken met me ongemakkelijk voelen in winkels, maar kwam eigenlijk daar op neer: een gebrek aan zelfzorg.

Et voilà: weer een probleem opgelost met een zwart jurkje.

 

 

 

 

 

Bloggers en hoe lief ze zijn

Een paar dagen geleden kregen we post uit Zwitserland. Ik wist wel dat er misschien een kaartje onderweg was, maar het pakje waar de postbode mee kwam aanbellen, heeft me zeer blij verrast. Dit zat erin:

Deze lieve attentie komt van Le Petit Requin, een medeblogster die ik nog nooit in levende lijve ontmoet heb, maar wiens blog ik geregeld lees en naar wiens commentaren op de mijne ik altijd uitkijk. En ik ga dit mooie voorval even gebruiken om het te hebben over dat juweel in blogland waarvan ik niet vermoedde dat het er was toen ik hier begon te schrijven, namelijk de band tussen bloggers. (Een andere titel voor deze post was “Band of Bloggers”, naar Band of Brothers, maar bovenstaande is zachter en daarom gepaster.)

Ik was al jarenlang het stijgende Big brother-gehalte van facebook beu en daarom op zoek naar een alternatief om de band met het thuisland aangespannen te houden. Bovendien wou ik actief met mijn moedertaal bezig blijven, want dat bleek wel nodig (de alarmbel ging af toen ik vijf minuten nodig had om op het woord “regenworm” te komen). Daarom ben ik beginnen bloggen, en het bleek de juiste keuze. Het was een afgebakender, overzichtelijker terrein, waar je nog een beetje achter de schermen kon werken. Ik wist dat ik geen tiende van de facebookvolgers zou bereiken, maar daar zat ik niet zo mee in. Wat ik postte, leek me meer de moeite waard omdat ik meer tijd aan de redactie ervan besteedde terwijl op facebook die tijd vooral opging aan bodemloos naar beneden scrollen langs foto´s van wereldnieuws en restaurantmaaltijden.

Maar dat had ik allemaal wel voorzien.

Wat ik niet had voorspeld, was dat ik hier onbekenden zou tegenkomen in wiens leven ik daadwerkelijk geïnteresseerd zou raken, en wiens opmerkingen me het gevoel zouden geven dat zij dat ook waren in mij. Dat ik zou uitkijken naar de lente in iemands tuin, zou meesnuisteren tussen iemands oude foto´s, of meetuinieren op een berg in Frankrijk, om maar een paar voorbeelden te geven. Dat er achter de blogs door ook gemaild en ontmoet zou worden, en dat die mails en ontmoetingen hartverwarmend zouden zijn. Dat blogcommentaren van beautiful strangers me het gevoel zouden geven dat er een thuis bestaat die eerder taalgebonden dan plaatsgebonden is.

Dat mijn dochter het verhaal van Beertje Paddington zou leren kennen omdat er een lieve landgenote uit Zwitserland aan ons dacht.

Hoe mooi is dat?

 

 

 

Guide to the Spanish: Greetings

“Spain´s social behaviour is probably the most informal in the world. (…)

Introductions at home, in the street, in cafés, restaurants or wherever, therefore take a long time –longer even than in France (where an hour should be given to shake the hands of everyone in sight) since the men will kiss the women, the women will kiss the women, the children will kiss other children, the aunts will kiss the uncles, cousins, grandfathers, grandmothers, the cook, the thief, his wife, her lover.

All this is because, on the whole, the Spanish are emotionally demonstrative and gregarious. They love to meet new people, old people, old friends, new friends, and to this end continually make appointments for morning coffee, luncheon, afternoon coffee, dinner, late night coffee, late late night coffee.”

(Xenophobe´s Guide to the Spanish)

Onthouden: twee kussen in Spanje!

Afscheid nemen duurt hier uren –je kan best aan je afscheidsronde beginnen een half uur voordat je echt wil doorgaan. Want tijdens het afscheidskussen worden er vaak nieuwe gesprekken aangeknoopt, aangezien Spanjaarden gek zijn op sociale conversatie. En eens je daarin mee bent, begin je het ook zelf te doen, want het is gewoon leuk. En zo gezellig.

Spanjaarden hebben vrijwel geen personal space. Ze geven ongegêneerd kussen, knuffels en schouderklopjes, en gaan lekker dicht tegen elkaar staan of in de metro bijna op je schoot zitten ook al is de plaats naast hen vrij. Eens je daaraan gewend bent en je die zuiderlingen niet langer van je af probeert te slaan, begin je te beseffen hoe fijn het is. Al wat je in Rafelbunyol moet doen om van een depressieve bui af te geraken, is de deur uitgaan. Na een knipoog van de barman op de hoek, een losse babbel met de mevrouw van de papelería, een knuffel van een vriendin en een schouderklopje van de optieker is het zeer moeilijk je nog eenzaam en alleen te voelen.

 

 

 

De Hoe Goed Ken Ik Iemand Test

Hier een kleine denkoefening ter bevordering van onze intermenselijke verbondenheid.

Ik kwam erop toen ik als Erasmus-student met een paar medestudenten in de supermarkt was, waar we allemaal met ons eigen karretje doorheen reden. Zou ik kunnen raden welk karretje van wie is, afgaand op de inhoud, vroeg ik mezelf af. Dat zou een interessante test zijn. Later zag ik een stukje uit “De Mol” waarbij twee kandidaten de bezwete t-shirts van hun kompanen aan de juiste persoon moesten linken, en daar wonderwel in slaagden.

Dus laten we daar eens even bij stilstaan: hoe goed kennen we de mensen om ons heen? Hoeveel aandacht schenken we aan hen en wat ze doen, en hoeveel nemen we onbewust van hen op?

Wie zou jij kunnen herkennen aan de hand van…

  • … de inhoud van hun winkelwagentje?
  • … de boeken in hun boekenkast?
  • … de inhoud van hun kleerkast?
  • … hun lijstje favoriete nummers op spotify?
  • … hun geur?
  • … hun voetstappen?
  • … hun lach?
  • … hun handschrift?

 

 

 

Liefdesbrief (3)

Hieronder vind je de derde brief van de schrijfopdracht die ik mezelf deze maand gegeven heb.

 

Dag Anneke,

 

De Peter heeft mij gebeld om te zeggen dat ge in het ziekenhuis ligt.

En dat ik mij niet ongerust moet maken.

Dat is natuurlijk makkelijk gezegd, maar ik maak mij niet ongerust.

Ik ben in 1952 al gestopt met mij ongerust te maken over u.

 

Ge moet nu niet denken dat ik speciaal voor u afkom, hoor.

Ik was dat al lang van plan. Het is gewoon nog eens tijd dat ik naar Leuven ga.

Peter heeft mij gezegd op welke kamer ge ligt. Ik geraak er wel.

 

Ik ga niks meepakken he, ik heb al zoveel mee te sleuren.

´t Is maar dat ge niks verwacht.

 

Allez, tot binnenkort.

Uw zuster,

 

Francine

 

PS: En geen zotte kuren doen he. Want ik ken u.

Een keer uit uw bed vallen is wel genoeg op onze leeftijd.

 

 

 

Op schoolreis met de Schone Slaapster

Ik ben 34 en gisteren voor het eerst sinds vele jaren weer op schoolreis geweest.

De mensen van de zomerschool (cfr. speelpleinen in Vlaanderen) hadden een uitstapje naar een openluchtzwembad in Segorbe georganiseerd, en de ouders die wilden, mochten mee. Er was een bus voorzien voor de kindjes en een bus voor de ouders.

Toen ik door het gangpad van de bus liep, zag ik Aurora, een van de moeders, naar me zwaaien. Ze had de zitplaats naast zich voor me vrijgehouden. Ik voelde me meteen een schoolkind met een beste vriendin; wat een heerlijk gevoel! We hebben de hele dag gepraat en gelachen, samen kindjes ingesmeerd met zonnecrème, samen ijsjes gegeten. En zodra ze zag dat ik moe werd, zei ze: “Ga jij maar even rusten, ik hou Elena wel in het oog.” Op de terugweg hebben we op de bus sociale media de grond in gepraat en gegierd om onze lelijke tienerjaren.

Samen op stap met de school van het leven, waar kleine meisjes leren wat vriendschap is, en de grotere meisjes het herontdekken.