PS: Een jaar vol vrouwen -en mannen

Ik schreef in mijn vorige post dat mijn jaarprojectje me een paar keer aangenaam verrast had. Maar de mooiste verrassing was toen ik een onbekende film in de downloadfolder op het bureaublad van onze computer vond.

“Die heb ik voor jou opgezocht,” zei mijn man. “Da´s een film van een vrouwelijke regisseur. Daar ben jij toch mee bezig, niet?”

“Wat lief van jou!” riep ik uit.

Die film was Estiu 1993. We bekeken hem samen thuis op de zetel, en praatten nadien over kinderen, opgroeien, hechtingsstijlen en warme zomers op het Valenciaanse platteland. En toen ik Hva vil folke si in de cinema ging kijken, stelde mijn man voor om mee te gaan. Nadien gingen we iets drinken in de stad en spraken we over migratie en emancipatie, families en cultuurverschillen.

Feminisme is het plezantst als de mannen meedoen.

 

 

Waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een macho-maatschappij

Tijd om een draad op te pikken die ik veel te lang heb laten liggen. Ik schreef eerder al over wat feminisme (in mijn ogen) betekent, en een woordje over de term zelf.

Vandaag wil ik uitleggen waarom het ook voor mannen schadelijk is te leven in een cultuur met stereotype rolpatronen die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen (*) onderwaardeert.

De eerste reden ligt voor de hand: als vrouwen lijden, lijden de mannen die hen liefhebben ook. Als vrouwen onderschat, benadeeld, mishandeld, verkracht of vermoord worden, heeft dat negatieve gevolgen voor alle mensen waarmee zij een band hebben. Denk aan de partner van een vrouw die gefrustreerd is omdat ze op haar werk niet hogerop geraakt. De vriend van een meisje dat door haar vorige partner verkracht werd. De zoon die toekijkt hoe zijn vader een pistool in de mond van zijn moeder duwt. (**)

De tweede reden gaat rechtstreeks over mannen. In een macho-maatschappij is het not-done om als man “zachte” eigenschappen te vertonen. Mannen moeten sterk en succesvol zijn. Dit legt zeer veel druk op mannen. Bovendien mogen ze in geen geval hun “zwakke” kant laten zien, wat betekent dat er van hen verwacht wordt dat ze hun gevoelens grotendeels onderdrukken. Moeten presteren onder druk terwijl je niet in contact staat met je emoties… That´s a recipe for disaster. En als ze toch hun “zwakke” of “vrouwelijke” kant laten zien, of het op professioneel vlak niet waarmaken, dan staan de omstaanders klaar met scheldwoorden waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven. Mannen die niet aan het plaatje voldoen, worden vernederd. Zowel door mannen als vrouwen. En vernedering is ook een vorm van geweld.

 

 

(*) Met “zogenaamd” vrouwelijke eigenschappen bedoel ik eigenschappen die traditioneel aan vrouwen worden toegekend. Wat op geen enkele manier wil zeggen dat alle vrouwen deze eigenschappen bezitten, of dat mannen ze niet kunnen bezitten.

(**) Geen van deze voorbeelden is fictief. Het zijn allemaal verhalen die ik uit eerste hand vernomen heb, en in elk geval ging het om een Belgische vrouw.

Een woordje over de term “feminisme”

Uit de commentaren op de vorige post kwam naar voor dat de term “feminisme” inderdaad tamelijk gevoelig ligt, en werd terecht de opmerking gemaakt of het wel een correcte term is. Want als het gaat over de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, waarom wordt er dan een woord gebruikt dat slechts naar een van beiden refereert?

Dit is een bedenking die ik mezelf ook al vaak gemaakt heb. Uiteindelijk ben ik tot de conclusie gekomen dat het (althans voorlopig) wel een werkbare term is, en wel om volgende renenen:

Ten eerste slaat het woord “feminisme” niet enkel op vrouwen, maar op alles wat als vrouwelijk beschouwd wordt. Het gaat ook over zogenaamd vrouwelijke eigenschappen bij mannen. (Ik schrijf hier “zogenaamd”, want het is ook maar de vraag of eigenschappen werkelijk als mannelijk en vrouwelijk te classificeren zijn, maar dat is een ander discussiepunt, waar ik in een latere post op wil terugkomen.) In een macho-maatschappij worden namelijk niet enkel vrouwen benadeeld, maar ook homoseksuele mannen en mannen met zachte eigenschappen. Dat kan je duidelijk zien aan alle scheldwoorden die voor deze mannen bestaan, en waarvan ik hier geen voorbeelden hoef te geven, want die kennen we allemaal. “Echte” mannen mogen namelijk geen eigenschappen vertonen die tot de categorie “vrouwelijk” behoren (*). Een ware feminist verdedigt dus, volgens mij, niet alleen de rechten van vrouwen, maar bovenal de gelijkwaardigheid van zowel het “mannelijke” als het “vrouwelijke”. Of dat zich nu in mannen of vrouwen manifesteert.

Ten tweede. Als het gaat over gelijkwaardigheid, waarom dan in de benaming slechts de nadruk leggen op één van beiden? Heel eenvoudig. Omdat één van beiden eeuwenlang ondergewaardeerd werd en daarom nu even meer aandacht verdient. Het is zoals met de beweging “Black Lives Matter”. Je zou kunnen zeggen: white lives matter too, dus eigenlijk zou de correcte benaming moeten zijn: All Lives Matter. Maar dat is net het punt: dat het leven van blanken waardevol is, daar hoeft niet echt op gehamerd te worden, want dat is in onze hedendaagse modere wereld tamelijk vanzelfsprekend.

Laat me even een compleet ander voorbeeld geven. Stel dat je drie honden hebt: Nikki, Max en Misjoe. En dat je stelselmatig, om wat voor reden dan ook, vergeet om Misjoe eten te geven. Je neemt je voor om een post-it op de zak hondenvoer te plakken om Misjoe niet meer te vergeten. Dat voornemen kan je op twee manieren formuleren. Ofwel schrijf je “Alle honden te eten geven”. Ofwel schrijf je “Misjoe OOK te eten geven”. De kans dat je Misjoe vergeet te voederen, lijkt mij bij die tweede formulering veel kleiner. Want toen je nog geen papiertje gekleefd had, dacht je na Max en Nikki immers ook dat je alle honden te eten had gegeven.

Daarom denk ik dat het voorlopig het beste is om de term “feminisme” te blijven gebruiken. Om ons er van bewust te maken dat we wat meer aandacht moeten hebben voor de waardering van die zogenaamd vrouwelijke eigenschappen, zowel in mannen als vrouwen. En ergens vind ik het ook een soort van erkenning jegens alle feministen die ons voorgegaan zijn, en waaraan wij zeer veel van de vrijheiden te danken hebben waar we vandaag de dag van kunnen genieten.

 

(*) Vandaar al die domme zinnetjes als “Wees een man”, “Boys don´t cry”, “Ge speelt als een meisje”, enzovoorts. Alleen al het feit dat deze uitdrukkingen ons bekend in de oren klinken is een reden tot bezorgdheid.

Een jaar vol vrouwen.

Terwijl het land hier gisteren met recht en reden half op zijn gat lag (Día Internacional de la Mujer), zat de dees zich af te vragen hoe ze een nuttige bijdrage kon leveren.

En ik dacht: film. Iets met film.

Want de verhalen die we aan elkaar doorgeven zijn niet onschuldig. Ze bepalen mee hoe we ons ten opzichte van onszelf en elkaar gedragen. Daarom is het nodig dat we stilstaan bij wat er in die verhalen verteld wordt, hoe ze verteld worden, en wie ze vertelt.

Sinds ik gelezen heb over de Bechdel-test, kan ik niet meer onbevooroordeeld naar films en series kijken. Die test kan je doen voor eender welke film, en is heel simpel. Stel volgende vragen:

  1. Zijn er minstens twee vrouwelijke personages in de film en hebben ze een naam?
  2. Praten deze vrouwelijke personages met elkaar (langer dan een minuuut in totaal)?
  3. Praten ze over iets anders dan een man?

Een film slaagt voor deze test als er op alle drie de vragen “ja” geantwoord kan worden. Het is verbazend hoeveel films deze test niet doorstaan.

Een van de oplossingen is: meer vrouwelijke regisseurs. (*)

Maar die komen zelden aan de bak bij de grote spelers, en ze vallen al helemaal niet in de prijzen. En dat is niet omdat er geen goede vrouwelijke regisseurs voorhanden zijn, maar voornamelijk omdat zowel mannelijke als vrouwelijke leidinggevenden in de filmindustrie bij het woord “regisseur” spontaan aan een man denken (**).

Daarom wil ik elke maand minstens één film bekijken van een vrouwelijke regisseur, en daarover op deze blog berichten, twaalf maanden lang. Leest en kijkt u lekker mee. Suggesties zijn overigens welkom. (Ik zet mij alvast schrap voor opmerkingen over de titel van deze post.)

En voor wie zin heeft in nog een paar tedtalks over dit thema:

 

(*) “...the female directors are associated with, in terms of short films and indie films, more girls and women on-screen, more stories with women in the center, more stories with women 40 years of age or older on-screen” (Stacy Smith)

(*) Turns out, both male and female executives, when they think director, they think male. They perceive the traits of leadership to be masculine in nature. So when they’re going to hire a director to command a crew, lead a ship, be a visionary or be General Patton, all the things that we’ve heard — their thoughts and ideations pull male. The perception of director or a leader is inconsistent with the perception of a woman. The roles are incongruous, which is consistent with a lot of research in the psychological arena.” Stacy Smith