Het Boek (5): Shut Up & Write

2020 zal voor altijd het jaar zijn waarin ik voor het eerst werd uitgenodigd tot Zoom-sessies (*). Hade haalde me uit de vergrendeling in mijn hoofd, en plantte me in groepen van gelijkgestemden en gelijkgetaalden, wat een heerlijke bevrijding was in dat bevreemdende voorjaar. Daarmee leerde ik meteen ook hoe dat zoomen werkt: hoe je in een virtuele vergadering kan binnenwandelen, hoe je je microfoon kan aan,- en uitzetten, dat soort dingen.

Dit najaar las ik dat Christine Van den Hove zoomsessies voor schrijvers host. Die vinden plaats onder de noemer Shut Up & Write, en hier legt Christine uit hoe dat precies in zijn werk gaat. Ha!, dacht ik, daar kan ik al mijn opgedane kennis omtrent het aan,- en uitzetten van microfoons naar believen inzetten! En dat doe ik sindsdien.

En ik vind het fantastisch. Want eindelijk, na al die jaren, heb ik het gevoel weer collega´s te hebben. Mensen met wie je een praatje kan slaan over je werk. Mensen die ik geconcentreerd naar hun scherm zie kijken wanneer ik even mijn tekstpagina wegklik en de zoomsessie naar de voorgrond breng. Mensen die ik om feedback kan vragen en van wie ik kan leren.

En dat Christine dat alles in goede banen leidt vanop een bergtop in Frankrijk, is dat geen sprookjesachtig beeld?

(*) zoensessies waren, naargelang het gezelschap, vast ook leuk geweest, maar dit was iets anders.

Het voornemen voor 2020

2019 was een goed jaar: ik ben in tijden niet zo weinig ziek geweest. Bovendien kreeg ik dit najaar voor het eerst het gevoel dat er iets in dit afgepeigerde hoofd aan het recupereren was geslagen. Er waren nachten dat ik na twintig minuten in slaap viel (hoe heerlijk is dat) en dagen waarop ik met gemak de archiefkasten van mijn geheugen kon opentrekken (*).

Dus die weg wil ik blijven gaan in het nieuwe jaar. Want er is nog wel een weg te gaan. Bovendien hou ik van deze weg, en wil ik niet weer op een zijspoor geraken.

Sinds ik gestopt ben met (buitenshuis/betaald ) te werken, zijn er heel wat zorgen van die baan geschoven, maar er is wel een andere hoofdbreker voor in de plaats gekomen. De vraag wat ik nu in godsnaam ga doen om -het liefst op een legale manier- geld in het laatje te brengen. Daar ben ik nog absoluut niet uit, en eerlijk gezegd begint die vraag behoorlijk zwaar op mijn gemoed te wegen. Zodanig zwaar dat ik eigenlijk, feitelijk, diep vanbinnen, en het aller,- allerliefst van al… die vraag een jaar lang wil negeren.

Ons spaargeld laat het toe om het nog minstens een jaar of twee op één inkomen uit te zingen. Dus alles welbeschouwd: waar haal ik het recht vandaan om me zorgen te maken over geld, terwijl er zoveel mensen op de wereld zijn die niet weten hoe ze aan het einde van de maand de huur moeten betalen? (Of erger nog: het eten van de volgende dag?)

Daarom heb ik besloten om me een jaar lang geen zorgen te maken over werk of geld. Ik ga het huishouden doen, voor mijn dochter zorgen, en me voor de rest maar met één ding bezig houden, en dat is: mooie dingen maken. Verhalen schrijven, liedjes zingen en handwerken (daarover binnenkort meer). Dat kan toch nooit verloren moeite zijn, nietwaar? Een jaar lang. En daarna zien we wel weer.

 

(*) Extract uit een conversatie met mijn ouders, een paar jaar geleden. Mijn vader: “Dus toen hebben ze bij de moemoe een Alzheimer-test afgenomen. Dan vragen ze welk jaar het is enzo.” Ik (in lichte paniek): “Jamaar, dat weet ik ook niet altijd!”

Het is de wind

Migraine-triggers ontmaskeren heeft soms iets van een Agatha Christie-verhaal.

Voorbeeld: hoe ik mijn eerste job kwijtgeraakte. Dat was een voltijdse Nederlands-Engels-geschiedenis in een secundaire school in Aalter. Ik zeer opgelucht, want ik had op mijn eentje huur te betalen, en zat nog in mijn “wachttijd”, dus had nog geen recht op een uitkering. Een week of twee ging het goed, daarna kwamen de zwaarste migraine-aanvallen ooit opzetten. Tof, zo op je eerste job. Een paar weken later stelde de directeur voorzichtigjes voor me te ontslaan wegens “onvoldoende matuur” ofzoiets. Want dat was de algemene conclusie natuurlijk: dat ik te zenuwachtig was, en daardoor die migraines over mezelf afriep. Ik stemde toe, want ik was niet alleen ziek, ik schaamde me ook mateloos.

In die periode nam ik een middel tegen teenschimmel (ja, het wordt een lekker verhaal, hoor), waarmee ik na een paar weken besloot te stoppen, omdat ik er van die grote “boebels” van op mijn armen kreeg.

Een paar jaar geleden besloot ik nog eens een poging te ondernemen om mijn teennagels toonbaar te krijgen, en kreeg door de dokter weer iets tegen teenschimmel voorgeschreven. Meteen kwamen weer die gruwelijke migraines opzetten, exact dezelfde die ik toen in Aalter had gehad. Ze waren duidelijk van een andere soort dan de”normale” aanvallen, en daarom heel herkenbaar. Ik stopte mijn behandeling, en de aanvallen bleven weg. Ik zocht op het internet de bijwerkingen van het werkzame bestanddeel op, en ja hoor: migraine.

Et voilà. Niks geen”gebrek aan maturiteit”. Gewoon een verdomde vergiftiging.

Er is nog een trigger die ik hier de afgelopen jaren ontmaskerd heb, een nog veel obscuurdere: het weer. Ik begon door te krijgen dat ik vaak met een migraine wakker werd wanneer het buiten hard waaide. Of dat het de dag nadat ik een migraine had gekregen hard waaide. Een vriendin en migraine-collega functioneerde als controle. Zat ik op zo´n dagen met migraine, dan stuurde ik haar “hoe voel je je?”, en kreeg ik onveranderlijk “migraine” als antwoord. In mijn nieuw aangekochte bijbel (Carolyn Bernstein´s The Migraine Brain) (*) werden mijn vermoedens bevestigd: “It´s amazing how many migraineurs can tell you a weather front is approaching. Changes in the weather are a very common migraine trigger. (…) We don´t really know why weather affects migraine. But research strongly confirms the weather-migraine connection.” (p141-142)

We hebben nu anderhalve week met zeer zware rukwinden achter de rug. Containers werden door de straten geblazen, wasgoed aan de drooglijn ging een eigen leven leiden. En mijn hoofd, mijn arme hoofd. Maar ik heb geen migraine gekregen. Ha! En weet je waarom? Weet je wat ik gedaan heb (behalve elke dag een Ibuprofen geslikt)? Ik heb geslapen. Elke nacht van middernacht tot 8 uur ´s morgens, en zodra man en kind een uur later de deur uit waren, kroop ik weer in bed en sliep door tot half twaalf. Echt slapen he, met dromen en al. Het waren een tiental dagen waarin ik niet veel waard was en mij navenant gedragen heb, en daarmee heb ik mijn vege lijf gered.

Wat mij altijd weer doet denken: ik pas ZO HARD NIET in die mal van een nine-to-five job, laat staan de versies met ergere getallen. En zo moeten er vast nog een hoop andere mensen rondlopen, die niet dezelfde luxe hebben eruit te stappen.

Daarom dus even dit logje: niet om te klagen, maar om aan te geven dat sommige mensen er echt niet aan kunnen doen. Soms zijn schijnbaar domme excuses als “het lukt me vandaag niet, want het waait te hard” geen flauwe manier om ergens onderuit te komen, maar een pijnlijke waarheid.

Soms is het echt gewoon de wind.

 

(*) Neen, deze site wordt niet gesponsord. Ik maak soms gratis en voor niks reclame voor dingen die ik echt de moeite vind, en als je onder de blogposts soms reclame ziet, dan is dat omdat ik de onbetaalde versie van wordpress.com gebruik, en dan zetten ze daar soms reclame op.

 

 

 

Over stoppen en een koerswijziging

Stoppen is vaak moeilijker dan doorgaan. Het is not done. Wie stopt is een opgever met een gebrek aan karakter, iemand die harder had moeten proberen en niet doorheeft dat het leven geen ponykampf is.

Maar daar ben ik het dus niet mee eens. In mijn ervaring zijn zij die ergens mee kappen vaak mensen die net lang en hard geprobeerd hebben, maar op de foute weg zaten. Zodra dat inzicht begon te dagen, gooiden sommigen meteen het roer om, terwijl anderen er een eeuwigheid voor nodig hadden om zichzelf en hun omgeving ervan te overtuigen dat eruit stappen op termijn de beste oplossing was. Gemakkelijk was het alleszins nooit. (Of ligt het misschien aan de wet van Newton dat stoppen zo moeilijk is? Een lichaam dat in beweging is, wil in beweging blijven?)

Ik hou alleszins al jarenlang deze wijze woorden in mijn achterhoofd:

No matter how far you´ve gone down the wrong road, turn back.

Alleen is het niet zo vanzelfsprekend te bepalen welke de juiste en welke de foute weg is. Zeker wanneer de weg die je gekozen hebt fantastisch werkt voor 90 procent van de populatie, en alleen jij er problemen mee lijkt te hebben.

En nu even waar dit concreet over gaat: ik heb mijn werk opgezegd. Ik heb mijn baas geschreven dat ik kap met die luttele acht uurtjes zwartwerk per week. Het klonk anders wel mooi, privé-lessen Engels aan de bazen van een goeddraaiend bedrijf. En het zou een opstap zijn naar meer uren en wie weet ooit naar een voltijdse job. Maar ondertussen weet ik dat dit een opstap is naar niks. Dat de migraines en slapeloze nachten week na week roet in het eten gooien. Dat ik voor twaalf euro per uur een hoop stress (ga ik okee zijn?) en schaamte (f*ck, moet ik weer afbellen) moet trotseren. Na al die jaren van aanmodderen ben ik eindelijk beginnen inzien dat ik eenvoudigweg een job moeten zoeken die ik van thuis uit kan doen. En om daar tijd en energie in te kunnen investeren, moet ik stoppen met die povere acht uurtjes per week, die me constant bezighouden en weinig opleveren. Want ik wil zo graag eindelijk mijn eigen boterham verdienen, maar het enige wat ik doe is dus aanmodderen voor een beetje zakgeld, jaar na jaar. Dat moet nu maar eens gedaan zijn.

Hoe ik dat dan moet realiseren, is me nog niet helemaal duidelijk. Ziehier een bijna 37-jarige die nog steeds niet weet wat ze later worden wil. Maar behalve die neurologische aandoening vermoed ik dat ik toch ook voldoende talenten heb om ergens in deze wereld een voetje aan wal te krijgen, onder mijn eigen voorwaarden.

Dat ga ik dus proberen.

Het Sheldon Cooper Project.

Wish me luck.

 

 

 

Guide to the Spanish: Work

 

Als noorderlingen zijn we geneigd te veronderstellen dat Spanjaarden niet zo hard werken. Een volkje van praatgrage, schouderophalende levensgenieters zien we immers geen 12 uur per dag op kantoor doorbrengen.

De werkelijkheid is echter behoorlijk anders. Spanjaarden kloppen meer uren dan Belgen (zo´n 150 uur meer per jaar). Bovendien werken ze vaak op onmenselijke uren, rollen ze van de ene shift in de andere, moeten ze op hun eentje een werklast torsen waar je makkelijk 3 mensen mee bezighoudt, en worden ze daar een habbekrats voor betaald. En daar wordt zelden over geklaagd, want sinds de economische crisis (*) mag je al van geluk spreken dat je een job hebt. Het is maar hoe je geluk definieert, natuurlijk.

Mensen die om 8 uur beginnen en om 20u gedaan hebben, zijn hier geen uitzonderingen. Soms ligt dat aan het feit dat niemand naar huis durft zolang de baas nog achter zijn bureau zit, ook al zit de officiële werkdag erop en heb je niets meer te doen. Maar de grote boosdoener is de lange middagpauze, die gemakkelijk tweeënhalf uur kan duren. Want dat is de siëstatijd waaraan niet geraakt mag worden. Voor wie iets verder van huis werkt, is dat vaak compleet verloren tijd, maar dat wordt gemakshalve over het hoofd gezien. Veel mensen brengen die tijd door in een bar, pratend met vrienden of collega´s. Maar ik ken ook mensen die na de lunch gewoon weer aan het werk gaan, al worden ze voor die uren eigenlijk niet betaald.

En toch is dit niet echt een paradox. Ik heb er de laatste weken veel over nagedacht, en mijn persoonlijke conclusie  –for what it´s worth– is dat deze arbeidomstandigheden net voortkomen uit de Spaanse mentaliteit. Want aan de basis heeft het te maken met hiërarchie en een niet willen (of durven) raken aan die hiërarchie. Aan de dingen nemen zoals ze komen, omdat je toch niet de macht hebt ze te veranderen. Aan je neerleggen bij de situatie zoals ze is, in plaats van op te komen voor verandering. Hoe vaak heb ik niet iemand de schouders zien ophalen en zeggen “Och ja, dat is nu eenmaal zo”.

En wie wel verandering wil, vindt die vaak sneller (en veel beter betaald) in het buitenland.

Wie het hier wel voor elkaar heeft, zijn zij die voor de staat werken: administratief bedienden, artsen, leraars in staatsscholen, etc. Die krijgen een degelijk loon aan het eind van de maand (of toch een normaal loon, naar Belgische normen), en hebben meestal om 15u al gedaan. Geen wonder dus dat iedereen aan de oposiciones, de staatsexamens, wil meedoen. Deze worden uitgeschreven naargelang het aantal beschikbare plaatsen, wat betekent dat er sinds de crisis voor bepaalde categorieën maar amper examens geweest zijn. En wanneer er wel een examen wordt uitgeschreven, moet je soms met tweeduizend medekandidaten concurreren voor een 50-tal plaatsen. Fun.

Kortom, voor werk moet je niet naar Spanje komen. Maar dat hadden jullie vast al door.

(*) Tijdens die crisis steeg het werkeloosheidspercentage van 8 % in 2007 naar 26 % in 2013. Momenteel zitten we op 19 %. Voor jongeren onder de 25 jaar zitten we momenteel op een duizelingwekkende 44 %.

 

 

 

Het Border Collie Brein

Sinds kort ben ik weer buitenshuis beginnen werken: ik geef vijf uur aan een stuk les, haal na het werk mijn dochter van school, neem haar mee naar het park, en zodra ze in bed ligt, doe ik het huishouden en ga ik mijn lessen voorbereiden.
Tijd om te schrijven blijft er daardoor niet echt meer over. Maar ik heb een geweldige ontdekking gedaan: ik ben veel minder moe. Ik liep de muren op tijdens mijn stay-at-home moederschap. Ik werd er gek van en doodmoe. Koken en kuisen: daar heb ik echt geen talent voor. En als je de hele dag alleen maar dingen doet waar je geen talent voor hebt… daar wordt een mens niet bepaald gelukkig van.

 
Nu sta ik weer voor de klas en moet ik 15 mensen 5 uur lang geïnteresseerd houden in een taal waar ze amper iets van kennen. Ik moet continu switchen tussen mijn tweede (Engels) en derde taal (Spaans). Ik moet humor gebruiken, psychologische trucjes, en veel empathie. Het is alle zeilen bij, en toegegeven: na die vijf uur ben ik ook wel moe. Maar het is een heel ander soort vermoeidheid. Want behalve mijn lijf heb ik ook mijn hersenen kunnen gebruiken.

 
Toen ik in het vijfde middelbaar zat, kochten mijn ouders een Border Collie pup. Iemand waarschuwde ons dat Border Collies werkhonden zijn. Je kan ze niet als een schoothondje de hele dag binnenhouden: ze zijn slim en hebben uitdagingen nodig. Je kon onze hond niet gelukkiger maken dan door spelletjes te spelen waarbij hij strategieën moest gebruiken. Het was een prachtig dier en een zeer trouwe bondgenoot. Hij stierf een half jaar voor ik naar Spanje verhuisde. Ik mis hem nog steeds.

 
En natuurlijk moest ik aan hem denken toen ik deze paragraaf las:

 
“Met een creatieve geest geboren zijn, is zoiets als een Border Collie hebben als huisdier: je moet het werk te doen geven, anders krijg je er gegarandeerd een hoop last mee. Geef je brein een klusje om handen, anders verzint het zelf wel een klusje –eentje waar jij misschien niet zo gelukkig mee bent (aan de zetel knabbelen, gaten graven, de postbode bijten, enzovoort.) Ik heb er jaren over gedaan om dit te leren, maar het blijkt dus zo te zijn dat wanneer ik niet actief iets aan het maken ben, ik actief iets aan het kapot maken ben (mijzelf, een relatie, mijn eigen zielerust).” Elizabeth Gilbert, Big Magic, p 171

 
Dat is iets om in het achterhoofd te houden, zeker nu ik een Border Collie dochter heb 🙂