Hoe je weet dat je goed bezig bent

Voor de sociaal aangelegde mens zijn er weinig dingen zo oncomfortabel als van mening verschillen met een ander. Daarom proberen de meesten onder ons (ik ook) dat uit alle macht te vermijden. We selecteren onze vrienden op basis van gemeenschappelijke interesses, we sluiten ons aan bij Facebook-groepen van gelijkgezinden, we kiezen de politieke partij die het dichtst bij onze overtuiging aanleunt en sluiten ons af voor andere informatie.

Dat lijkt heel aangenaam, maar daar zit een groot gevaar aan verbonden. Want op die manier worden onze voorkeuren en overtuigingen alleen maar bevestigd en worden we nooit uitgedaagd onze ideeën kritisch te bekijken en bij te stellen.

Google en Facebook doen daar vrolijk aan mee, want dat is natuurlijk de basis van hun astronomisch succes: ze verzamelen alle mogelijke informatie over hun gebruikers, zodat hun klanten (de adverteerders) met militaire precisie hun advertenties op exact de juiste doelgroep kunnen richten. Je krijgt op Facebook, Youtube, Instagram, etc. dus niet alleen volledig op maat gemaakte reclame te zien, ook de informatie die je aangeboden wordt (de feeds van je vrienden, de suggesties voor volgende videos,… ) worden algoritmisch gekozen om zo dicht mogelijk bij jouw interesses en overtuigingen aan te leunen. Want op die manier blijf je langer hangen (lees: geef je meer informatie over jezelf bloot en krijg je meer advertenties te zien). Deze mediagiganten zullen er dus alles aan doen om te vermijden dat jij je oncomfortabel voelt, want dan haak je af.

Met als resultaat dat wie de hele dag door Facebook,- en Googleproducten zit te scrollen, alleen maar bevestigd wordt in hun wereldbeeld en zelden of nooit uitgedaagd.

Dat is misschien prettig voor de gebruiker, maar gezond voor de samenleving is het niet. We hebben in de loop van de geschiedenis gezien tot welke drama´s onverzettelijke overtuigingen kunnen leiden, en hoe een beperkte visie, een gebrek aan discussie en een zich in kampen ingraven ons almaar verder van de waarheid drijft, want die ligt, laat ons dat niet vergeten, meestal in het midden. (En soms kunnen twee tegengestelde zaken ook gewoon allebei waar zijn.)

Dus wanneer ik in de commentaren op mijn blog lees dat iemand het niet met me eens is, of ik lees een blogpost waarin zaken staan waar ik het niet mee eens ben, dan ben ik blij. Eerst voel ik natuurlijk altijd een ongemak, soms zelfs iets van angst. Maar daarna denk ik: we zien het tenminste. We lezen elkaars mening, en nu kunnen we erover praten. In mijn ideale wereld gebeurt dat op een respectvolle manier waarbij beide partijen zowel hun eigen mening als die van de ander tegen het licht houden. In mijn ideale wereld stellen beide partijen dan hun mening een beetje bij (tenzij er echt één iemand is die het helemaal bij het rechte eind heeft, maar hoe vaak komt dat voor?) en beseffen soms zelfs dat ze au fond hetzelfde willen. (Dat bijstellen van je eigen mening is natuurlijk het moeilijkste, daar ben ik zelf nog hard in aan het bijleren.)

Dat wou ik dus even zeggen: als je iets leest en je voelt je er ongemakkelijk bij, dan zit je nog niet helemaal in je filter bubbel en ben je eigenlijk nog goed bezig.

Foto

Ik weet nog niet zeker hoe, maar dit voorjaar komt het boek er.

Dus had ik een foto nodig voor de achterflap.

Na wat zoeken online vond ik een fotograaf in Valencia die korting aanbood op een sessie van vijf foto´s, en dat leek me wel leuk. Ik dacht: vijf foto´s, dan moet er vast wel iets bruikbaars tussenzitten.

Dus ik naar die studio. Maar viel dat even tegen. Ten eerste was ik opgestaan met een pre-migraine gezicht (de migraine brak een paar dagen later door) waardoor ik er geweldig moe uitzag. Gelukkig kon er last minute nog een schminkster opgetrommeld worden. Ten tweede zette die fotograaf een belichting op poten die de schaduwen op alle verkeerde plaatsen deed vallen. Toen mijn man nadien de foto´s zag, zei hij: je ziet eruit alsof je ouder bent dan je eigenlijk bent, en je best doet om er jonger uit te zien. That´s not what I was going for.

Gelukkig had ik, na een eindeloze reeks frontale shots in vreemde, georkestreerde poses, het lumineuze idee om me op de grond te leggen, met om mijn hoofd als vlinders een paar mooie, oude boeken die ik meebracht had (*). Daar werd, zoals je hierboven kan zien, fel de spot opgezet waardoor ik er niet uitzie alsof ik net uit een graf ben gekropen. Dus met die foto ben ik superblij.

Maar het is geen foto die je op een achterflap kan zetten, dus daarvoor zal ik nog eens terugmoeten. Naar een andere fotograaf.

Ik wil er wel even bijzeggen dat ik het best eng vind deze foto voor de blog te gebruiken -erg bescheiden komt het niet over. Maar als je je kunsten aan de vrouw en de man wilt brengen, moet je nu eenmaal aan zelfpromotie doen. En in deze visueel ingestelde tijden horen daar nu eenmaal foto´s van je eigen snoet bij, ook wanneer je jezelf wilt profileren als schrijver. Dus daar kan ik maar beter aan wennen.

(*) Voor de liefhebbers: A Study in Scarlet door Sir Arthur Conan Doyle, uitgegeven bij Ward, Lock & Co, en Ivanhoe door Sir Walter Scott, uitgegeven bij T. Nelson & Sons.

El nido de la resistencia

Afgelopen zondag ben ik in mijn eentje op café geweest. Er was een noche de micro abierto in het Kafcafé in Benimaclet, een open mic night dus. Ik was nog nooit in het Kafcafé geweest, dus voelde me niet geroepen om zelf te zingen, maar ik wilde het wel eens zien. Dus ging ik.

Het schemerde al toen ik in Benimaclet aankwam. De gietijzeren straatlantaarns die uit de gebouwen leken te groeien, wierpen een gelig licht dat de straten oud en gezellig maakte. Benimaclet is een van de buitenwijken van Valencia. Oorspronkelijk een boerenbedrijf van de moslimgemeenschap, veroverd in 1238 door Jaume I en als beloning aan een paar van zijn bondgenoten geschonken, groeide het uit tot een dorp dat in de jaren zeventig van vorige eeuw volledig door de stad opgeslokt werd. Maar de dorpskerk staat er nog steeds en verscholen tussen retro flatgebouwen vind je dorpshuisjes en dorpspleintjes. Er zijn Pakistaanse fruitwinkels en winkeltjes met naaigaren, overal is er graffiti. Er hangen regenboogvlaggen, Valenciaanse vlaggen en posters met de opgestoken vuist van de vrouwenbeweging. Op straat lopen studenten, vrouwen met tattoeages, mannen in maatpak. Vanuit een openstaande deur trekt een omaatje haar schoothondje aan een strakke leiband naar binnen. Een vrouw met een hoofddoek neemt een kleutermeisje bij de hand, uitgedost in een sprookjesachtig wit jurkje vol parels en kralen.

Telkens ik hier kom, voel ik me thuis.

In het Kafcafé zoek ik een plekje naast de boekenkast (ja, er is een boekenkast!) en laat mijn vingers over de titels glijden. Biografieën van filosofen, kinderboeken in het Valenciaans, een kookboek geschreven door de zoon van Audrey Hepburn, met de beste recepten van zijn overleden moeder. Ik neem een Spaanse vertaling van Faulkner en lees de eerste vergeelde bladzijden.

Ik zit aan een tafeltje met twee zitbanken. Vanop mijn bankje kijk ik in de richting van het podium. De kelnerin komt vragen of er nog twee mensen aan mijn tafel mogen komen zitten en uiteraard stem ik toe. Twee meisjes nemen plaats op het bankje aan de andere kant van de tafel en kijken me vriendelijk aan. Dan gaan ze met hun rug naar me toe zitten, zodat ze het podium kunnen zien. Het zijn jonge twintigers, een van hen met een donkere huid en haar zwarte krullen in een hoge staart, de ander met een lichte sproetjeshuid en korte, rode lokken. De grote lichten in het zaaltje gaan uit. Ik leg het boek weg.

Een gezette jongeman met een krullenbos tot op zijn schouders neemt een van de gitaren die klaarstaan en spreekt door de microfoon het publiek toe. “Ik ben niet van hier,” zegt hij. “Ik ben opgegroeid in Benidorm en dat heeft zijn sporen nagelaten.” Hij maakt een paar grappen over tachtigjarige pensionistas en verloren gelopen guiris (*) en ik moet erg lachen. “Voor de rest probeer ik vooral te overleven in deze fantastische maatschappij die wij met zijn allen bouwen,” zegt hij op zo een ironische toon dat het laatste restje van mijn eenzaamheid vervliegt. Dan zingt hij twee zelfgeschreven nummers die even komisch zijn als zijn introductie en ik lach nog meer.

Na de Benidormer met de leeuwenmanen komt er een meisje aan de microfoon staan. Ze schuift met een verlegen gebaar haar bruine haar achter haar oren en ik zie hoe haar armen net iets korter zijn dan je zou verwachten. Ook komt ze nogal onhandig over. Maar dan neemt ze een gitaar en begint met bedwelmende stem een mantra te zingen. Al na een paar maten wiegt iedereen mee op de melodie.

Wanneer even later een knappe jongeman in wit overhemd een ontroerend liefdeslied brengt, zie ik hoe het roodharige meisje voor me zich tegen haar vriendin aanvlijt. Het donkere meisje slaat een arm om haar heen en en geeft haar een kus. Ik voel me alsof ik in een nest van zachte weerstand terechtgekomen ben, een plaats die zich afzet tegen de waan van de buitenwereld. Een plek waar je al het moois ziet en voelt gebeuren, zonder de barrière van een scherm. Waarin de aanwezigheid van boeken een vanzelfsprekendheid is en homohaat zoiets absurds dat het voor de hand ligt te geloven dat het niet bestaat.

De kelnerin zet een bordje patatas bravas op onze tafel. “Traktatie van die tafel daar,” zegt ze en wijst, maar ik kan niet zien wie ze bedoelt. “Voor jullie,” zeg ik aan de meisjes en schuif hen het bordje toe. Ze glimlachen dankbaar. De avond kan niet mooier worden.

Volgende week kom ik terug.

(*) Guiri is een spotnaam die het beeld van de typische buitenlandse toerist in Spaanse oorden oproept: roodverbrand gezicht, sokken in sandalen, bewonderend rondkijkend, soms verdwaald. Guiris kan je wijsmaken dat een paella mixta (paella met zeevruchten én vlees) een echte paella is.

Dag van het Meisje

Dag meisje.

Dit zijn enkele van de gevolgen die het niet als jongen geboren worden met zich mee kan brengen:

  • Je zal soms moeten doorbijten wanneer je je regels hebt. Het kan zijn dat je je op die dagen zwak voelt of veel pijn hebt, maar daar zal weinig tot geen rekening mee gehouden worden.
  • Je werk / mening zal minder snel serieus genomen worden.
  • Je medische klachten zullen minder snel serieus genomen worden.
  • Je zal soms voor hetzelfde werk minder betaald krijgen dan je mannelijke collega´s.
  • Er zullen jongens en mannen zijn die je willen om je lichaam, en niet geïnteresseerd zijn in wie jij bent.
  • Er zullen meisjes en vrouwen zijn die zich door jou bedreigd voelen en je zullen uitsluiten, kleineren, of kwaad zullen spreken achter je rug.
  • Je zal soms op je hoede moeten zijn wanneer je alleen bent, en zelfs op plaatsen waar er veel volk is, bestaat de kans dat je ongewenst betast zal worden.
  • Er zal van je verwacht worden dat je kinderen krijgt, en als je er geen wil, zal er daarvoor een uitleg zal je verwacht worden.
  • Wanneer je ambitie toont, zal je soms een bazige bitch genoemd worden.
  • Wanneer je ten volle je seksualiteit durft beleven, zal je soms een slet of een hoer genoemd worden.
  • Vroeg of laat (maar hoogstwaarschijnlijk allebei) zal je afgerekend worden op je uiterlijk.
  • Alles wat je met je lichaam doet (het bedekken of onbedekt laten, je maquilleren, je haar knippen / scheren / laten groeien, abortus plegen, bortsvoeding geven,…) zal een politieke lading hebben en een mening van anderen kunnen uitlokken.
  • Alles wat je doet of niet doet (voltijds werken, halftijds werken, thuisblijven, hobby´s uitoefenen, dromen najagen, jezelf ontplooien,…) zal een politieke lading hebben en een mening van anderen kunnen uitlokken.

Maar ook:

  • Wanneer je je engageert in activiteiten die voornamelijk door mannen worden gedaan (DJ-en, basgitaar / drums / saxofoon spelen, voetballen, basketballen, computersystemen hacken,…) zal je opvallen en meer aandacht en soms meer kansen krijgen dan de anderen.
  • Je zal jongens en mannen ontmoeten die je ontzettend graag zullen zien en je kwaliteiten zullen erkennen.
  • Je zal meisjes en vrouwen ontmoeten die als zusters zullen zijn en die je onvoorwaardelijk zullen helpen en steunen.
  • Je zal je door de cyclus van je voortplantingsorganen meer bewust worden van je lichaam en makkelijker verbinding kunnen maken met het leven.
  • En aangezien alles wat je doet een politieke lading heeft, kan alles wat je doet een verschil maken voor de meisjes en vrouwen die na jou komen.

Veel sterkte, Meisje.

Eindelijk de lijven

Er waren vrienden die ik twee jaar lang niet had gezien.

Er waren kleuters die peuters waren toen ik hen voor het laatst zag, en kinderen die ondertussen fameuze scheuten hadden gekregen.

Er waren baby´s die geboren waren en die ik voor het eerst zou bezoeken net die week dat Europa op slot ging en alle reizen afgelast werden.

Er waren vrienden die ik nog nooit in levende lijve gezien had, enkel via schermen.

En toen kwam ik op bezoek. Toen zag ik iedereen in het echt en werden al mijn zintuigen aangesproken.

Ik rook de baby´s en de peuters. (Er bestaat in de hele wereld geen heerlijker parfum -volgens mij is voorlezen uitgevonden om een boekje lang met een kind op schoot te kunnen zitten met je neus in hun haartjes en die geur op te snuiven, recht uit het rijk der eenhoorns, boterbloemen en regenbogen.)

Pampers verversen voelde aan als een voorrecht. Hoe mooi is het dat jouw aanwezigheid voor dat kind gelinkt wordt aan zich weer fris en proper voelen?

Samen eten, nog zoiets. Hetzelfde voedsel proeven, je eigen baksels aan elkaar doorschuiven, elkaars favoriete limonade proeven. Dat kan allemaal niet online.

En dan, de lijven. Plots zag ik mensen in drie dimensies, niet enkel op een scherm. Van sommigen zag ik voor het eerst hun profiel. Twee vrienden waren langer en groter dan ik me voorgesteld had, wat een heel ander beeld gaf. Ik zag hen en dacht: ja, dit klopt. Dit zijn ze echt. Maar niemand kwam me onbekend voor, want de stemmen waren er altijd al geweest. Zodra de mensen die ik online had leren kennen begonnen te praten, vielen alle stukken in elkaar en leek het of we elkaar al jaren kende (wat eigenlijk ook zo was). En bij de vrienden die ik al veel langer ken leek het zoals altijd of de tijd had stilgestaan en pas weer verder begon te lopen op het moment dat we elkaar weerzagen.

We zaten samen op trams en terrassen. Op bankjes voor het station. We wandelden over nachtelijke campings en de oude kasseien van de stad. We verzamelden bloemenzaad. We keken uit het raam. We liepen over heuvels en langs de fietsenmaker. We zaten op de grond omsingeld door bouwstenen en speelgoedpony´s. We plukten kinderen uit zwembaden en van glijbanen. We trokken kaarten met dieren op en dansten op oude dance hits. We praatten en praatten en soms zwegen we omdat gewoon samen zijn al voldoende was.

We pakten elkaar eens goed vast.

Stout

Een vriendin had voorgesteld om met man en kinderen naar een hotel te gaan zonder er te overnachten. Er zijn hier aan de kust namelijk hotels die hun zwembad en buffet openstellen voor dagtoeristen wanneer er niet voldoende gasten blijven slapen. Dan kan je voor 5 euro een dagje aan het zwembad komen liggen en voor 15 euro ´s middags aanschuiven aan het buffet. Dat leek ons een heerlijke mini-vakantie, dus grabbelden we vanmorgen ons zwemgerief bij elkaar en reisden naar een badplaatsje vier kilometer verderop om een dagje op hotel te gaan.

Bij aankomst werd al meteen duidelijk dat we het ons niet zouden beklagen: er stonden strandstoelen onder palmbomen op gras van plastic en uit de luidsprekers klonken oude dance hits. Een echte Spaanse strandvakantie. Het zwembad -twee halve cirkels met een klein niveauverschil, van elkaar gescheiden door een muurtje- was zo goed als leeg. Mijn vriendin en de onze dochters zaten er al in toen ik voorzichtig langs de redder van dienst stapte. Dat was een gespierde kerel in een rood pakje, had ik even voordien gezien toen ik mijn bril nog ophad. Ik stapte voorzichtig van het trapje het zwembad in en werd al meteen teruggeroepen door de redder.

“Eerst douchen!” riep hij.

“Hebt u het tegen mij?” vroeg ik, “want ik zie u niet, ik heb mijn bril niet op.” Ja, hij had het tegen mij. Dus ging ik braaf terug en stapte naar de douche die op een meter van zijn tafeltje stond . En daarna liet ik me het koude zwembad inzakken.

Twee moeders en twee dochters alleen in een groot bad, dat gaf ons de ruimte om volledig loss te gaan: waterballet, aquagym, botsauto´s,… we speelden alles wat in ons opkwam. Toen ik op het muurtje dat de twee baden scheidde een impressie van een gestrande walvis ten beste gaf en aan het overwegen was om me in het lagere bad te laten zakken, hoorde ik de redder weer.

“Dat mag niet!”

Ik kwam overeind en keek verbaasd naar de rode vlek die aan de kant van het bad stond. “Hoe bedoelt u?” vroeg ik.

“Je mag niet in dat bad,” riep hij me toe. Ik keek naar de lagergelegen helft van het zwembad. Zelfs zonder bril kon ik zien dat die leeg was. Mocht dat bad dan niet gebruikt worden? Maar ik heb toch vijf euro betaald voor het hele zwembad? dacht ik . Dus zwom ik naar de kant en sprak de redder opnieuw aan.

“Waarom mag ik niet in dat deel van het bad?”

Hij antwoordde: “Dat zijn de regels.”

“Dus we mogen niet in dat deel van het bad?” vroeg ik nog eens voor de zekerheid.

“Nee, je mag er wel in,” zei hij toen, “maar je moet via het trapje gaan.”

“Ah, u bedoelt dat ik niet van het muurtje in het lagere bad mag springen,” zei ik, de boodschap formulerend die deze hele conversatie overbodig had gemaakt als mijnheer de redder ze van in het begin had gebruikt.

“Inderdaad,” beaamde hij.

Dus stapten dochterlief en ik zeer keurig via het ene trapje het ene bad uit en lieten ons via het andere trapje in het andere bad zakken. Maar dat was een erg leuk trapje met van die leuningen waar je aan kon gaan hangen en omheen buitelen, dus dat deden we. En daar was de redder weer.

“Je mag niet spelen op het trapje!” riep hij geïrriteerd, en om ervoor te zorgen dat hij niet weer overeind zou moeten komen en zijn smartphone opzij leggen, sloot hij af met het bevel: “Chicas, gedraag jullie!”

Op slag voelde ik me vijfentwintig jaar jonger en een pak stouter dan ik op die leeftijd ooit was geweest. “Oei, mama moet braaf zijn,” fluisterde ik mijn dochter toe en we proesten het allebei uit.

Even later klommen we uit het zwembad en spoelden ons schoon onder de douche. Toen ik de douche had uitgezet en langs de redder heen liep, zag ik vanuit mijn ooghoek hoe hij de kraan die ik net had vastgehad wat beter dichtdraaide. Die wil u zo hard, dacht ik.

Stoute redder.

NNY: martelaar of materialist

Er stonden een paar interessante opmerkingen in de commentaren op mijn vorige post, die mij wat dieper hebben doen nadenken over wat er komt kijken bij het voornemen een jaar lang niets voor jezelf te kopen. Hier een paar van die bedenkingen:

*Het is absoluut niet mijn bedoeling om mezelf te profileren als een soort martelaar die zichzelf alles ontzegt. Als ik echt de non-consumptie-held had willen uithangen, dan had ik mezelf geen tijdspanne van een jaar opgelegd, maar mezelf voorgenomen nooit nog iets nieuws te kopen (heroïek kan altijd een beetje drama gebruiken). Dan had ik niet al meteen in januari onderbroeken gekocht (hoewel helden duidelijk degelijke onderbroeken dragen over hun maillot heen) en een mooie map en een vest waarvan ik niet weet of ik die ooit wel zal dragen-maar-er-staan-zo´n-schoon-bloemekes-op. Ik geloof ook op geen enkele manier dat ik op mijn eentje het milieu ga redden door mezelf alle leuke dingen in het leven te ontzeggen. Dat is dus ook niet waar ik mee bezig ben, denk ik.

*Desaniettemin gaat dit experiment wel over iets niet doen. En iets niet kopen wordt in onze maatschappij heel snel gelijkgesteld aan jezelf iets ontzeggen. Maar zo zie ik het niet. Als ik op het punt stond iets te kopen, en ik besef nadien dat ik dat product inderdaad niet nodig had, dan heb ik mezelf net een kado gedaan door het niet te kopen. Want dan heb ik geld en fysieke ruimte over om iets aan te schaffen waar ik wel wat aan kan hebben. Het betekent ook: geen extra ballast. Ergens is het een zoektocht naar materiële efficiëntie.

*Ik ben ook geen anti-materialist, ik hou juist heel erg van mooie spullen, vooral wanneer ze van degelijke makelij en duurzaam zijn, en ook nog eens goed van pas komen. Zoiets vinden kan mij echt zeer gelukkig maken, en die voorwerpen koester ik dan ook. Misschien dat ik net daarom zo´n probleem heb met onze consumptiemaatschappij, omdat er nog maar weinig respect voor de makers en het materiaal te vinden is.

*Ik vind het super dat deze posts zoveel aandacht krijgen, want dat betekent dat het toch iets is waar we allemaal mee bezig zijn.

NNY: to buy or not to buy

Een vraag die ik in België een aantal keer gesteld kreeg, was hoe het nu zat met mijn voornemen om dit jaar niets nieuws te kopen voor mezelf. Ik was aangenaam verrast te horen dat mensen daar nieuwsgierig naar waren, want ik was zelf een beetje uit het oog verloren daarover te berichten. Dus bij deze.

Sinds februari heb ik volgende spullen voor mezelf gekocht:

*een stapel boeken. Maar boeken tellen sowieso niet mee, want geen boeken kopen is zoiets als geen groenten of fruit eten. Mijn agenda valt hier ook onder.

*een mooie klasseermap die in de aanbieding was. Had ik niet strikt nodig, maar ik kan ze nu wel goed gebruiken voor een nieuw project en ben er wel heel blij mee.

*een Nederlandstalig magazine. Dat is mijn heimelijke genoegen, telkens ik in België kom. Dan duik ik meteen de eerste de beste krantenwinkel in en koop mijn favoriete magazine. Wat deze keer niet eens nodig was geweest, want een vriendin had het al voor me gekocht als welkomstgeschenk, wat ik zo mogelijk nog fijner vond.

*een short en een trui in een outlet-store. Heb ik me dus toch laten vangen. Niet met die trui, want die past, is mooi en die had ik echt wel nodig, want ik had nog maar één trui om volgende winter door te komen. Die short daarentegen zat een beetje krap, maar ik dacht: kan geen kwaad, ik ga toch wat afvallen. Eeeehm…. Waar komt toch die denkfout vandaan te veronderstellen dat mijn toekomstige ik slanker zal zijn dan de huidige, wanneer alle informatie van de afgelopen 41 jaar heel duidelijk laat zien dat mijn gewicht, indien het niet toeneemt, enkel met zeer veel moeite stabiel blijft? Enfin, heb die short dus van de hele zomer niet aangehad.

*een vest in een tweedehandswinkel. Wat op zich ook niet telt, want het is geen nieuw kledingstuk. Enerzijds weet ik niet of ik die vest echt wel ga dragen, anderzijds kan het vast geen kwaad een beetje variatie in de kast te hebben hangen. De toekomst zal dus uitwijzen of dit een goede aanschaf was.

*een zwarte legging. Ik heb nog maar één jeans over voor deze winter, maar aangezien jeansbroeken kennelijk allesbehalve duurzaam zijn, was ik op zoek naar een alternatief. Dus een zwarte legging van biokatoen in plaats van een zwarte skinny jeans leek me wel een goed idee, aangezien het visuele effect ongeveer hetzelfde is wanneer je er een lange trui over draagt (wat ik meestal doe).

Het interessantste aan dit experiment is echter niet bovenstaand lijstje van wat ik gekocht heb, maar de ellenlange lijst van spullen die ik niet gekocht heb. Tientallen keren heb ik met iets in mijn handen gestaan waarvan ik dacht: maar wacht eens even, ik heb al iets soortgelijks. Ik heb al een zwarte jurk, ik heb al een draagtas, ik heb nog een paar sandalen, ik heb nog twee pyjamabroeken. Op die manier heb ik massa´s spullen terug in de rekken gelegd. Ja, zelfs boeken. En geen van al die ongekochte spullen heb ik nadien gemist.

Nu ja, behalve dan één boek… Maar daar ben ik later weer omgegaan. En daar zat ik niet mee in, want naar een boekenwinkel gaan is voor mij nooit een straf.

Hoe Gabriel García Márquez stopte met roken

Op de wc ligt hier altijd het “boek van het jaar”: dat is een kloefer waar ik een heel jaar in bezig ben voor ik het eindelijk uit heb. Dit jaar is het Vivir para contarla, de autobiografie van Gabriel García Márquez (in het Nederlands: Leven om het te vertellen). Daarin heb ik net gelezen hoe deze Colombiaanse nobelprijswinnaar stopte met roken. Dat stukje wil ik graag met jullie delen, omdat er een sterk voorbeeld in staat van de kracht van beeldspraak. Dus hierbij, in eigenhandig geschreven vertaling:

“Vanwege de longonsteking hadden ze me verboden te roken, maar ik rookte verder in de badkamer, alsof ik me verstopte voor mezelf. Toen de dokter erachter kwam, sprak hij me er op een ernstige toon over aan, maar ik kon hem niet gehoorzamen.

Toen ik nog in Sucre woonde, en probeerde zonder onderbreking de mij toegezonden boeken te lezen, stak ik al de ene sigaret aan met het gloeiende stompje van de andere, en hoe harder ik probeerde te stoppen met roken, hoe meer ik rookte. Ik kwam op een punt waar ik vier pakjes rookte per dag, maaltijden onderbrak om te roken en de beddenlakens verbrandde door in slaap te vallen met een aangestoken sigaret. De angst voor de dood wekte me op elk willekeurig uur van de nacht, en enkel het roken hielp me haar te verjagen, totdat ik besloot dat ik liever zou sterven dan te stoppen met roken.

Meer dan twintig jaar later, toen ik al getrouwd was en kinderen had, rookte ik nog steeds. Een arts die een foto van mijn longen bekeek, zei me verschrikt dat ik twee of drie jaar later niet meer zou kunnen ademen. Toen kwam het zo ver dat ik, dodelijk geschrokken, urenlang bleef zitten zonder iets te doen, want ik kon niet lezen, geen muziek beluisteren of praten met vrienden of vijanden zonder te roken.

Op een avond tijdens een etentje in Barcelona legde een vriend die psychiater is aan de anderen uit dat tabak waarschijnlijk de verslaving is die het moeilijkst valt uit te roeien. Ik waagde het hem te vragen wat daar de onderliggende oorzaak van is en zijn antwoord was van een huiveringwekkende eenvoud.

-Omdat stoppen met roken voor jou gelijkstaat aan het vermoorden van iemand die je liefhebt.

Het was een inzicht dat meteen ontvlamde. Ik heb nooit geweten waarom en het ook niet willen weten, maar ik duwde de sigaret die ik net aangestoken had uit in de asbak, en sindsdien heb ik er, zonder verlangen of spijt, geen enkele meer gerookt voor de rest van mijn leven.”