Post uit 2008 (2/7)

(Over het wat en het waarom van deze reeks: lees “Tien jaar zonder…“)

Vrijdag 19 september 2008

Lieve snoepdozen en schalkse ridders,

De internetconnectie noch mijn fysieke toestand stonden de laatste dagen op punt, vandaar dat ik een weekje niets van me heb laten horen. Nu beiden weer tot leven zijn gekomen talm ik dus niet langer met het u toesturen van mijn wedervaren.

Vooreerst de sollicitatie van vorige vrijdag. Het gesprek werd afgenomen door een jongeman van onbestemde nationaliteit, die zelf Engels gaf in die school. Het was een goed, vlot gesprek, hij zei dat ze twee nieuwe leraars Emgels nodig hadden, en ik kreeg al zo een beetje het idee dat het in de sacoche was. Tot ik aan de directrice voorgesteld werd, die groen keek van de zurigheid, en me opmat alsof ik een persoonlijke concurrente was die de aandacht van haar jongeman van haar zou afleiden. Toen begon ik aan mijn kansen te twijfelen, en inderdaad kreeg ik een paar dagen later een mailtje dat het noppes was.

Maar maandag hebben we nog een aantal academies afgelopen en tegen oktober beginnen de cursussen pas echt, dus iedereen zei dat er tegen dan wel wat uren vrij komen.

Zaterdag heb ik een echte Spanish-style barbecue meegemaakt bij collega´s van Alfonso, iets waar alle noorderlingen van dromen, ik weet het, maar ik vrees dat het plezier ervan volledig aan mij voorbij gegaan is.

Vooreerst weten jullie allemaal dat sociale situaties waarin iedereen mekaar kent en jij niemand, niet leuk zijn. Reken daar dan nog bij dat die andere mensen iets onverstaanbaars praten en niet de moeite willen doen om een eenvoudige conversatie met jou op te bouwen (ook niet nadat ze te horen hebben gekregen dat je traag Spaans wel verstaat, want de meeste Spanjaarden hebben geen genetische code voor traag praten) en dan bevind je je dus in een situatie waarin je eenzaam met je vingers op de tafel zit te tokkelen zodra je lief even naar de wc is, terwijl rondom jou honderduit gekwebbeld wordt, waarschijnlijk over wielrennen of een verongelukste stierenvechter. Op je samengeknepen maag worden dan alle spijzen gekieperd die door diëtisten en kankerspecialisten verboden worden: gezouten nootjes, chips, vleespasteitjes, zwartgeblakerd vlees, wit brood met looksaus, vette worsten, alcohol, en zware, zoete cake als nagerecht. In geen velden of wegen een blaadje sla of iets dat op een stuk fruit lijkt. De truc van vele Spaanse diners lijkt wel deze: als je maar genoeg moeilijk verteerbare zaken op het menu zet, mag je je nadien zonder verantwoording op de digestiefjes storten. Ze hebben een gans arsenaal aan -voornamelijk alcoholische- drankjes die de spijsvertering bevorderen. Leperds, die Spanjaarden.

De ietwat peioratieve toon van mijn relaas is waarschijnljk te wijten aan het feit dat al dat voedsel drie dagen lang als een kurkestop in mijn lijf is blijven vastzitten, en toen ik daar maandag, na een ganse dag door de hitte van de stad gelopen te hebben, nog eens een steen van een paella opgooide, was de maat vol voor mijn spijsverteringsstelsel en ben ik een nacht lang zo misselijk geweest als een scheepskat. Om het compleet te maken kwam de avond nadien een migraine op, dus dat waren twee nachten afzien na elkaar.

Ik geef toe dat ik toen even dacht “en nu wil ik naar huis”, maar uiteindelijk is dat onzin, want thuis migraine hebben is evengoed creperen en bovendien is Alfonso een pracht van een verpleger (nee, wij gebruiken geen uniformpjes) die hoofdmassages geeft en rijstsoep kookt.

We zijn gisteren toch even langs de dokter geweest. Hoera voor het Spaanse gezondheidssysteem! Geen eurocent moeten uitgeven aan de vriendelijke dokter die Alfonso vrolijk toevertrouwde dat zijn vader hem vroeger elke vakantie naar Ierland had gestuurd om daar Engels te leren, maar dat hij daar natuurlijk voornamelijk bier had leren drinken, zodat hij wel ongeveer verstond wat ik zei, maar via Alfonso moest antwoorden.

Voorts ben ik bezig met Spaans leren van tv en heb ik ontdekt dat de buis ook een geweldig middel is om mijn Duits bij te schaven (“Der Feriendokter auf Capri”! -blijkbaar bezitten alle Italianen op Capri een basisvocabularium Duits.)

Heel veel liefs van jullie bruine zwalpkatje in het zuiden!

Advertenties

Heeft er iemand een vraag?

Ik heb dit op een paar andere blogs zien passeren, en vond het altijd een leuk idee:

als je een vraag voor me hebt: stel ze! Dat kan hieronder in de commentaren of je kan  me een mailtje sturen (kathleenverbiest@hotmail.com).

Het zal mij een waar genoegen zijn te zien wat er binnen komt en er een waardig antwoord op te zoeken.

 

 

Post uit 2008 (1/7)

(Over het wat en het waarom van deze reeks: lees “Tien jaar zonder…“)

Donderdag 11 september 2008

Rockchicks en raketmannen,

we hebben nog steeds geen internetverbinding op het appartement dus het informeren gebeurt nog steeds tussen de soep en de pattatten bij de schoonouders -overigens zeer lieve mensen (en ja, Spanjaarden maken ook soep en pattatten). Alfonso´s mama blijft maar lekkere cakes bakken, ook nadat ik haar per ongeluk een boeket begrafenisbloemen voor haar verjaardag had gegeven. Ze vond het wel grappig en het maakte mij nog wat meer exotisch.

Voorlopig kunnen we nog elke dag gaan zwemmen en dat doen we dan ook -echt heerlijk. En eten met uitzicht op zee is inderdaad even bangelijk als het klinkt. Langs de andere kant geeft het ruisen van de zee niet het kalmerende effect dat de new-age ons voorhoudt, want de echte zee ruist een pak steviger door dan de flutzeetjes op die typische ontspanningsCD´s. Het zijn heel wat decibels die je niet kan afzetten. Last hebben we er niet van, maar zoals ik al zei: het is dus ook niet zo dat we er de ganse tijd mega-ontspannen van lopen.

De eerste dag op het strand was memorabel: er kwam een dame op ons aflopen met hevig wiebelende, ontblote borsten. Ik was een tijdje van slag door deze onvoorziene verwelkoming, maar Alfonso haalde karakteristiek de schouders op om dat volgens hem in deze contreien alledaagse voorval. Het aards paradijs, inderdaad. Ge weet dat ik u niet tegenhou om af te komen he 🙂

Ik ben met Alfonso overal CV´s gaan afgeven op talenscholen allerhande. Op twee ervan zeiden ze dat ze in oktober waarschijnlijk mensen nodig hebben, een andere school heeft me gebeld of ik vrijdag (morgen) op gesprek wil komen, en dan was er ook nog een taalschool met een Italiaan aan het onthaal die meer geïnteresseerd was in het binnenhalen van Alfonso als nieuwe keeper voor hun voetbalploeg dan in mij als leerkracht voor hun school.

Enfin, er zijn wel kansen. Het uurloon ligt wel lager dan dat wat ik in België als jobstudent kreeg toen ik ging schoonmaken in het rusthuis, maar om vertrokken te raken ben ik er al blij genoeg mee.

Soms steekt heimwee de kop op en verlang ik weer naar gewoon simpel Vlaams, maar Alfonso is de meelevendheid zelve en het is gewoon zo fijn om samen te leven dat ik weet dat het geen steek houdt droevig te zijn. Maar natuurlijk mis ik jullie, het mooiste zou zijn als jullie allemaal hier zouden wonen, zodat we samen ´s avonds op het strand konden gaan zitten, waar ons haar in onze ogen zou waaien en het zand op onze koekjes, en waar we samen een glaasje konden drinken en luisteren naar dat zware ruisen van de zee.

Ik ben heel benieuwd naar hoe het met iedereen gaat, dus hou u niet in om me te schrijven.

Vele dikke, zoenen,

 

Kathleen

 

September: Hva vil folk si (Iram Haq)

(Over het waarom van deze reeks, lees: “Een jaar vol vrouwen”.)

O, mannekes. Deze film.

Hoe moet ik erover schrijven?

Laat mij u er gewoon een aantal dingen over vertellen.

Het gaat over een Pakistaans migrantengezin in Noorwegen, waarvan de ouders vrezen dat ze de controle over hun oudste dochter aan het kwijtraken zijn. Daarom sturen ze het meisje, tegen haar eigen wil in, naar Pakistan, in de hoop dat ze daar door Pakistaanse familie “heropgevoed” kan worden.

De Noors-Pakistaanse regisseur weet waarover ze praat: ze is zelf als veertienjarige op het vliegtuig naar Pakistan gezet. Voor het scenario van deze film heeft ze zich gebaseerd op haar eigen ervaringen en die van een aantal meisjes wie hetzelfde overkomen is.

De film is glashelder. Een aantal scènes zijn zodanig tot de essentie herleidt dat ze symbolische dragers worden van alle emoties en ideeën die in deze complexe thematiek aan bod komen. Wat Haq hier gedaan heeft met eenvoudige zaken als een autorit of een rammelend doosje lucifers, komt hard binnen. Ik weet niet wat het effect is als je deze film op het kleine scherm zou zien, maar mijn man en ik kwamen diep onder de indruk de cinema uit. Wat tamelijk uitzonderlijk is, want wij zijn niet vaak onder de indruk van dezelfde film.

Je voelt dat sommige dialogen niet verzonnen zijn, maar dat Haq eenvoudigweg heeft overgeschreven wat tijdens haar jeugd door derden in haar geheugen werd gebeiteld.

Er is voldoende ruimte voor beide kanten van het verhaal. Daardoor begrijp je ergens wel de door traditie en sociale controle aangelegde kronkels in de redenering van de ouders. Desondanks blijft het zeer pijnlijk om toe te kijken hoe de liefde voor hun kind verdrinkt in de angst voor uitsluiting door de eigen gemeenschap (iets wat trouwens niet alleen in migrantengezinnen voorkomt).

De hoofdactrice (Maria Mozhdah) is een parel. Ze draagt de hele film alsof het niets is, duwt gaandeweg en vrijwel onopgemerkt je hart open, en neemt daar een vanzelfsprekend plekje in.

Hier en daar zijn er zaken waaraan nog wat gesleuteld kon worden, maar dat doet niets af aan de kracht van het verhaal.

Mijn voorstel: dat tweede seizoen van The Handmaid´s Tale laten voor wat het is, in  plaats daarvan deze film bekijken, en er nadien een degelijke discussie over hebben. Op die manier kunnen we ons verontwaardigen over relevante verhalen verteld door mensen die weten waarover ze spreken, en oplossingen zoeken voor reële problemen in onze eigen maatschappij. (En bovendien is het pure tijdwinst.)

PS: een onthutsende podcast over dit thema (verteld door een Egyptisch-Nederlandse vrouw) kan je hier vinden.

 

 

Tien jaar zonder…

Gisteren was het 3 september 2008 en daarmee exact tien jaar geleden dat ik naar Spanje ben verhuisd.

Zot he?

Enfin, voor mij persoonlijk is dat een zot idee.

Ter ere van de nostalgie ga ik hier dit najaar een paar brieven posten die ik precies tien jaar geleden naar het thuisfront gestuurd heb. Ik heb er nog 7 teruggevonden die tussen september en december 2008 geschreven zijn, en die een idee geven van hoe het de 28-jarige Kathleen verging toen ze haar land achterliet en de liefde volgde naar het verre zuiden. De eerste brief dateert van 11 september 2008, dus dat zal voor volgende week zijn.

In deze post wil ik even stilstaan bij wat het betekent om 10 jaar buiten België te leven.

Het waren:

  • 10 jaar zonder “echt brood”. Daar heb ik jarenlang als een gek naar gezocht, onderwijl jeremiërend over de onbehoorlijk hoge glycemisch index van wit stokbrood en het blasfemische van fabrieksbrood. Tot ik verleden lente besloot glutenvrij te gaan eten. Dat bleek een pak makkelijker dan ik gevreesd had, en bovendien was ik in één klap van zowel mijn broodbuikje als mijn brood-obsessie verlost.
  • 10 jaar zonder hoofddoekendebat. Op één kennis na (het soort dat wijnflessen met Franco-etiket naar verjaardagsfeestjes meeneemt) heb ik hier nog nooit iemand een opmerking horen maken over gesluierde vrouwen, ook al lopen er hier best wel een aantal rond. Wat een opluchting was het te beseffen dat de meeste mensen hier niet inzitten met hoofddoeken. Het was als een storend geluid dat plots wegviel, en waarvan ik pas besefte hoe storend het was geweest toen ik merkte hoe aangenaam de daaropvolgende stilte was.
  • 10 jaar zonder Vlaamse conversatie. Dat mis ik nog steeds. Helemaal mee zijn, vlot grapjes kunnen maken, je zeer genuanceerd kunnen uitdrukken, echt helemaal jezelf kunnen tonen… Dat ga ik in het Spaans nooit kunnen. Je moedertaal is een kostbaar geschenk.
  • 10 jaar viertaligheid. Nederlands, Engels, Spaans en Valenciano, elke dag. Dat is dan weer een pluspunt. Ik ben misschien niet meer zo vlot in het Nederlands als tien jaar geleden, maar dat talencentrum hier vanbinnen staat op scherp.
  • 10 jaar zonder sneeuw. Dat vind ik nog altijd zo jammer…
  • 10 jaar zonder zoete seizoenen. Want door de hoge luchtvochtigheid hier is eender welk seizoen ambetant. De winters zijn te koud, de zomers te warm, en in de lente en de herfst is het afwisselend te warm of te koud. Telkens ik in België kom, heradem ik omdat de lucht zo zacht aanvoelt. Tijdens de eerste 28 jaar van mijn leven heb ik nooit met fysieke weerstand de komst van een bepaald seizoen afgewacht. Hooguit voelde ik een beetje wrevel wanneer de lente te lang op zich liet wachten. Maar hier begin ik elk jaar rond mei al zenuwachtig te worden en denk ik “Hoe gaan we dit jaar de zomer overleven?”
  • 10 jaar zonder BV´s. Pas als je een tijdje uit Vlaanderen weg bent en dan even terugkomt, valt het op hoe sterk televisie verweven is met het dagelijkse leven der Vlamingen. En wat voor een bijzondere status BV´s innemen in dat kleine, Vlaamse medialandschap, misschien wel precies omdát Vlaanderen zo klein is. Ik zou daar een ganse thesis over kunnen schrijven. Het kan raar klinken, maar ik ben blij dat ik tegenwoordig de helft van de interviewees in “den Humo” (Vlaamse “boekskes”, nog zo´n fenomeen) niet herken. Ik mis ze niet. Behalve misschien Bart Peeters.
  • 10 jaar zonder de puntjes op de i. Het steekt hier allemaal niet zo nauw als in België. Soms is dat een zegen, soms een vloek.
  • 10 jaar contaminación acústica. Al dat lawaai. Ik ga er nooit aan wennen.
  • 10 jaar ecologische verontwaardiging. Plastic vergaat niet! Wanneer gaan ze dat hier eens leren?
  • 10 jaar verse groenten en fruit aan goedkope prijzen. Wat heerlijk. In juni verslind ik hier bijna elke dag een kilo kersen, en in de winter komt er elke dag versgeperst appelsiensap op tafel. Dat maakt het leven mooi.
  • 10 jaar zonder jou om de hoek. Ik ga hier geen namen noemen, want ik wil niemand vergeten. Maar je weet dat ik het over jou heb. Het feit dat ik niet “efkes kan afkomen”, omdat gans Frankrijk tussen ons inligt, dat went nooit.

 

 

 

 

Augustus: Mamma Mia! (Phyllida Lloyd)

Aangezien ik deze maand op een plek zit waar niet meteen cinema’s te vinden zijn, was ik er aanvankelijk niet zeker van hoe en of ik mijn maandelijkse opdracht (*) zou kunnen vervullen. Tot mijn dochter in de tv-kamer van ons logement de DVD van Mamma Mia! uit de kast trok en vroeg of ik die met haar wilde bekijken. Op dat moment had ik nog niet in de gaten dat ze me daarmee uit de brand hielp. Het was pas tijdens de film dat ik dacht: “Hee, zou dit niet door een vrouw geregisseerd zijn?” En jawel! Stiekem hoopte ik dat de follow-up Mamma Mia! Here we go again, die deze zomer is uitgekomen, door dezelfde regisseur gemaakt zou zijn, zodat ik toch naar een recentere film kon verwijzen, maar dat blijkt niet het geval. Dus doen we gewoon lekker retro, en gaan we terug naar 2008 (wat eigenlijk mooi uitkomt, want dat ga ik binnenkort nog een keer doen).

Ik kan me voorstellen dat voor sommige mensen (vooral het soort dat last heeft van zwartgallige aandoeningen als sarcasme en cynisme) deze film een te hoge dosis aan opgewektheid en bijna hysterisch gegil bevat. Maar voor hen die nog geloven in de lichte kant van het leven -en die zich er tegelijkertijd van bewust zijn dat lichtheid ook maar pas tot zijn recht komt dankzij de schaduwen op de achtergrond-  voor dat soort mensen kan deze film een uiterst aangename ervaring zijn, denk ik.

Dus daar zaten we naast elkaar op de sofa, mijn dochter en ik, toe te kijken hoe die prachtige Meryl Streep gestalte gaf aan een vrouw die zoveel oude liefde, moed en vermoeidheid meetorste dat je niet anders kon dan van haar houden. Bovendien werd ze geflankeerd door twee vriendinnen even flamboyant en trouw als degene die ik hier in België heb rondlopen, en zocht ze in haar moeder-dochterrelatie liefdevol naar een weg tussen vasthouden en loslaten. Het ging me recht naar het hart.

En dan de muziek. Wie denkt dat ABBA eenvoudige pop- of discomuziek is, daag ik uit een toonvaste karaoke-uitvoering van Head Over Heels ten beste te geven. Er zit veel meer in dan je op het eerste gezicht zou denken. Muzikaal zijn het zeer interessante songs en in de film komt dankzij de verhaallijn ook de reikwijdte van hun teksten naar voren.

Behalve het hysterische gegil in een aantal beginscenes kan deze film ook verweten worden dat het gros van de mannelijke hoofdacteurs niet gemaakt is om te dansen en nog minder om te zingen. Maar voor mij is precies dat een deel van de charme van dit project. Hoe heerlijk is het om te zien hoe Pierce Brosnan meer moeite heeft met het zich vastklampen aan een paar hoge noten dan aan het onderstel van een helikopter in zijn James Bond-dagen. En dan Colin Firth die zich stuntelig ten dans waagt… Het toont een soort kwetsbaarheid die je amper ziet op het scherm, en die ons eraan herinnert dat we allemaal ook maar mensen zijn, en dat het niet zo perfect moet, zolang we ons maar amuseren.

Een aangename ontdekking dus, die mevrouw Lloyd. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar kennelijk is ze in het Verenigd Koninkrijk behoorlijk bekend, vooral dankzij haar theater,- en operaproducties. Daarvoor werd ze zelfs onderscheiden met de Orde van het Britse Rijk. (Normaal gezien zouden hier nu enkele video’s volgen, maar ook dat ga ik deze keer overslagen wegens (*). En ’t is vqkqntie he. Ik bedoel: vakantie. En serio, wat is de bestaansreden van het azertyklavier?)

 

(*) Wat die maandelijkse opdracht is, kan je lezen onder de eerdere post “een jaar vol vrouwen”. Normaal gezien had ik daar een link naartoe gezet, maar ik zit hier op de Apple van onze gastheren en heb er geen idee van hoe copy/paste op een Apple werkt. Dat zal allemaal wel op het internet te vinden zijn, maar ik heb er al een half uur over gedaan om een nieuw tabblad te openen, en moet me geweldig concentreren om foutloos te typen op dit azertyklavier. Waardoor ik momenteel meer gemotiveerd ben om eindeloos over deze ongemakken te zitten zeuren dan een constructieve poging te ondernemen om dit praktische probleem op te lossen. (Note to self: deze opmerking verwijderen wanneer je weer zou gaan solliciteren.)

 

 

 

Videooke van een goed bewaard geheim

Ik hoop dat deze post niet te stoeferig overkomt, aangezien ze nu toevallig na die Tip van de Week komt. Maar aangezien deze blog bedoeld is om te laten zien waar ik mee bezig ben (in navolging van Austin Kleons “Show Your Work”) en aangezien het gewoon leuk nieuws is, ga ik het toch posten.

Twee maanden geleden hebben een aantal vrienden en ik een band opgericht. Daar waren we al een tijdje mee bezig. De bassist, wiens verjaardag toevallig op dezelfde dag als die van mij valt, is een grote funk-fan, en ikzelf was de jazzband een beetje beu omdat daar de zaken niet echt vooruit gingen. Maar we konden maar geen goeie gitarist vinden. Tot we een werkelijk bangelijke gitarist vonden op een website voor muzikanten. Eind mei spraken we allemaal af voor een eerste repetitie: drummer, toetsenist, basgitaar, gitarist, een andere zangeres en ik. En het klikte meteen. Heerlijk wanneer dat gebeurt.

De bassist en ik wilden graag een eerste optreden geven voor onze verjaardag, op de eerste zaterdag na 25 juli. Dat was dus verleden zaterdag, de 28e -wat bovendien de verjaardag van de toetsenist bleek te zijn. Een triple verjaardagsfeestje dus. We hebben twee maanden lang keihard gewerkt om 13 nummers in elkaar te steken. Ik heb er al die tijd met zo weinig mogelijk mensen over gesproken, want ik wou eerst zien hoe het zou gaan. Dat hele gedoe met die in het water gevallen musical dit voorjaar was me namelijk niet in de koude kleren gaan zitten. Daraom wou ik eerst zien hoe ons eerste optreden zou lopen. En het was zo de max! Echt heerlijk, het klonk zo goed en we hadden iedereen mee. Bovendien hebben de mensen van de bar waar we optraden ons gevraagd of we in september weer komen spelen. En uiteraard hebben we ja gezegd.

Ik heb niet veel materiaal (live klinkt het trouwens veel beter ;)) maar dit stukje heeft een vriendin me doorgestuurd, dus dat kan ik wel met jullie delen:

 

 

Iets moois ter compensatie…

… van het zware thema van de vorige post. Namelijk een citaat uit Howards End.

Het komt uit hoofdstuk vijf, waar de Schlegel-zusjes een jongen willen uitnodigen die het duidelijk niet zo breed heeft. Maar hij gaat er vandoor nog voor ze hem de woonkamer hebben getoond, en hun tante, Mrs. Munt, vindt dat maar best zo.

“I dare say it is all for the best,” opined Mrs. Munt. “We know nothing about the young man, Margaret, and your drawing-room is full of very tempting little things.”

But Helen cried: “Aunt Juley, how can you! You make me more and more ashamed! I´d rather he had been a thief and taken all the apostle spoons that I -well, I must shut the front door, I suppose. One more failure for Helen.”

“Yes, I think the apostle spoons could have gone as rent,” said Margaret. Seeing that her aunt did not understand, she added: “You remember “rent”? It was one of father´s words -rent to the ideal, to his own faith in human nature. You remember how he would trust strangers, and if they fooled him he would say, “It´s better to be fooled than to be suspicious” -that the confidence trick is the work of man, but the want-of-confidence trick is the work of the devil.”

“I remember something of the sort now,” sais Mrs. Munt, rather tartly, for she longed to add: “It was lucky that your father married a wife with money.”

 

(E.M.Forster, Howards End, p 42)

 

The Handmaid´s Tale

Dit is een post die ik eigenlijk niet wou schrijven, en ik ga hem hier ook niet lang laten staan.

Maar ik las daarnet op een andere blog dat de serie kennelijk met prijzen wordt overladen, en toen dacht ik: kom, schrijf het toch maar.

Zo´n zestien jaar geleden heb ik The Handmaid´s Tale van Margaret Atwood gelezen. Het leek me een degelijk, belangrijk boek dat ons op reële gevaren wees. Dus toen mijn echtgenoot naar de serie begon te kijken, was ik behalve geïnteresseerd zelfs tamelijk enthousiast: een serie gefocust op vrouwenrechten! Maar al snel haakte ik af. Veel meer dan wat er in het boek beschreven wordt, heb je immers niet nodig om op die door Atwood aangekaarte gevaren te wijzen, en de serie leek me vooral een eindeloos uitspinnen van miserie. Sindsdien pikte ik wel eens een paar scènes mee wanneer ik in de woonkamer voorbij de tv liep. Want die series hebben weerhaakjes waarmee ze aan je netvlies blijven kleven.

Ondanks die matige interesse is dit product tijdens het tweede seizoen vooralsnog in mijn gezicht ontploft. Ik liep toevallig langs de tv toen er daar in mijn woonkamer een verkrachtingsscène aan de gang was. Ze werd niet geïnsinueerd, nee, je zag duidelijk wat er aan de gang was. Je zag hoe de vrouw lag af te zien, je zag het gezicht van de man, de bewegingen, je hoorde de geluiden, en het bleef zo lang duren als het in het echt geduurd zou kunnen hebben. In het eerste seizoen had er ook al zoiets plaatsgevonden, maar dit keer was het nog veel bruusker. In mijn eigen woonkamer. Een plaats waar ik me veilig wil voelen en niet geconfronteerd wil worden met expliciet seksueel geweld.

Je kan zeggen: dan moet je gewoon niet kijken. Of: dan had je man maar op z´n iPad moeten kijken, met de hoofdtelefoon op. Maar hoe konden wij dat in godsnaam weten? Volgens mij is de vraag ook niet: had ik dit moeten voorkomen? Maar wel: draagt deze serie bij aan het begrip voor het geweld tegen vrouwen, of slaan ze juist op sluwe wijze munt uit het geweld dat vrouwen dagelijks wordt aangedaan?

Sinds het gesprek dat ik er nadien met mijn man over had, is het voor mij duidelijk. Wat deze serie doet, heeft niets met bewustmaking te maken. Je hoeft geen verkrachtingsscènes te tonen om mensen te laten weten dat verkrachtingen fout zijn. We voelen het immers ook allemaal tot in onze diepste ingewanden hoe fout seks met kinderen is, dat hoeven we ook niet eerst op tv te zien (en godzijdank is er op dat vlak tenminste nog wat terughoudendheid in de filmwereld). Ik vraag mij zelfs af of het tonen ervan de handelingen niet net meer normaliseert, maar soit, da´s een andere discussie. Waar het voor mij om draait is dit: we weten allemaal wat er verkoopt op tv, namelijk seks en geweld. En laat een verkrachting nu net de perfecte combinatie zijn van beiden. Als je het dan ook nog gaat verkopen als “vrouwvriendelijk” omdat je er zogezegd geweld tegen vrouwen mee aankaart, dan zijn we volgens mij het cynisme ver voorbij.

Versta mij niet verkeerd: ik begrijp dat in sommige films verkrachtingen deel uitmaken van het verhaal. Ik begrijp dat er niet altijd aan te ontsnappen valt. Ik heb in de cinema vaak genoeg een slag in mijn gezicht gekregen (en zelfs gewoon op school toen we tijdens esthetica “Daens” te zien kregen) en heb daar nooit over geklaagd (*). Maar in het geval van The Handmaid´s Tale bleef ik met een wel erg zuur gevoel achter.

(*) Misschien ben ik er gevoeliger voor dan andere mensen, maar dat vind ik niet iets om me voor te verontschuldigen.

 

PS: en na het schrijven van deze post ben ik wat dieper gaan zoeken op het net en heb ik deze column gevonden van Lisa Miller, die veel beter uitlegt wat ik hierboven wou zeggen, en waaruit ik, voor hen die geen zin hebben in doorklikken, deze twee citaten heb gehaald:

“My concern in this case is fairly clear: that the violence against women in season 2 is indulgent, operatic, and designed to rouse if not pleasure then a visceral, physical response, that The Handmaid’s Tale has devolved from feminist horror into very conventional misogynistic entertainment. It’s a fantasia of women being debased and dehumanized, individually and en masse but disingenuously packaged as virtuous dystopian prophesy.”

“In an infuriating and grotesque reversal, Atwood’s feminist allegory has turned instead into a showcase of female abuse: returning to the scene, I noted how the camera lingered on June’s dripping blood. And I decided, I am done.”